Onze gids dit weekeindeDamon Albarn

‘Voor elke trashy Netflixserie moet ik boete doen met het lezen van de grote filosofen’

Damon Albarn Beeld Steve Gullick
Damon AlbarnBeeld Steve Gullick

Voorman van Blur, zanger van Gorillaz, oprichter van supergroep The Good, The Bad & the Queen, en solo-artiest die klassieke en Malinese muziek onderzoekt: Damon Albarn blijft zichzelf opnieuw uitvinden. Ook in zijn vrije tijd houdt hij van afwisseling.

Gijsbert Kamer

Weinig popmuzikanten hebben zich de afgelopen dertig jaar van zoveel kanten laten zien als de Britse Damon Albarn (53). Begin jaren negentig liet hij voor het eerst van zich horen in de band Blur, die zou uitgroeien tot een van de populairste britpopattracties uit wat het door hem verfoeide ‘Cool Brittannia’ zou worden. Met Oasis werd een door de media opgeklopte Britpop-oorlog uitgevochten. In augustus 1995 brachten beide bands op dezelfde dag een nieuwe single uit. Wie op de eerste plaats binnenkwam, mocht zich de populairste band van het Verenigd Koninkrijk noemen. Blur won de slag met Country House, maar Oasis won de ‘oorlog’ met het album (What’s the Story) Morning Glory?, een van de succelvolste platen uit de Britse popgeschiedenis. ‘Ik heb een pesthekel aan die tijd, zeker achteraf. Twintigers waren we en we lieten ons veel te gewillig meeslepen door hijgerige media die na jaren van Amerikaanse dominantie in de rock-’n-roll eindelijk zelf weer grote successen wilden.’

In het Amsterdamse Conservatorium Hotel priemen zijn ogen achter een bril die Albarn enige gedistingeerdheid verschaft. ‘Moeten we het daar nog over hebben? Nee toch?’

Nee hoor. Albarn is veel meer dan de voorman van een succesvolle gitaarband in ruste. Zijn ontmoetingen met de Volkskrant vinden al zo’n drie decennia met een zekere regelmaat plaats. Eerst als voorman van Blur, later als spreekbuis van de virtuele cartoonband Gorillaz of als solo-artiest. Tussendoor trok hij naar Mali om met muzikanten een album op te nemen en richtte hij in 2007 met onder anderen de Nigeriaanse drummer Tony Allen en Paul Simonon (bassist van de legendarische punkband The Clash), de ‘supergroep’ The Good, The Bad & The Queen op waarmee hij drie jaar geleden op Lowlands veel indruk maakte.

‘Misschien was dit wel mijn beste band ooit. In ieder geval was Tony Allen (als drummer van Fela Kuti een van de grondleggers van de Afrobeat, red.) een van mijn beste muzikale vrienden en inspiratoren. Zijn dood een paar jaar geleden betreur ik nog iedere dag.’

Maar dat is allemaal niet waarvoor hij naar Amsterdam is gekomen. Hij is hier voor overleg en repetities met het Koninklijk Concertgebouworkest, waarmee hij onder leiding van de Duitse dirigent André de Ridder twee concerten komt geven die inmiddels hebben plaatsgevonden. ‘En nu ik hier toch ben, wil ik ook graag even de aandacht vestigen op mijn nieuwe album dat daar eigenlijk los van staat en dat ik met andere klassieke muzikanten heb opgenomen in IJsland.’


Damon Albarn Beeld Steve Gullick
Damon AlbarnBeeld Steve Gullick

Albarn is sinds hij in 1996 op de vlucht sloeg uit zijn eigen Londen verliefd op het land en bezit er al jaren een huis. ‘De liedjes op mijn nieuwe plaat zijn ingegeven door het fenomenale uitzicht uit mijn raam daar en ontstaan uit een soort compositie-opdracht. Het moest een orkestraal stuk worden, verder mocht ik doen wat ik wilde.’

De muziek op het ingetogen of, zoals Damon zelf zegt, ‘contemplatieve’ The Nearer the Fountain, More Pure the Stream Flows werd voor de pandemie opgenomen. Dat de melancholieke sfeer soms bedompt en wat ijzig klinkt, heeft te maken met de winterse omstandigheden waarin de muziek werd gecreëerd, zegt Albarn. De omgeving stond geen vrolijk huppelende popdeuntjes toe, ‘al heb ik er met een oude ritmebox hier en daar wel wat frivoliteit aan toe willen voegen. Want ik wilde in mijn liedjes weliswaar dealen met zware issues als klimaatverandering, het moest ook geen al te somber werkstuk worden. Ik heb er weer veel van geleerd en ga hierna weer iets heel anders doen. Dat is eigenlijk wat me het meest bevalt aan mijn leven nu: iedere keer wat anders bedenken, met de juiste mensen de juiste muziek brengen en dan weer iets heel anders maken.’

Album: The Fall – I am Kurious Oranj (1988)

‘Iedereen die in mijn generatie van popmuziek hield, groeide op met de radioshows van John Peel. Daar hoorde je wat nieuw en goed was en niet gemaakt was voor de hitparade. Dankzij Peel leerden we ook allemaal houden van de band The Fall, waarvan hij iedere dag wel wat leek te draaien.

Ik moest als opgroeiende tiener in de jaren tachtig best wennen aan het geknauw van zanger Mark E. Smith, maar op een gegeven moment viel het kwartje. De liedjes die hij van dit album draaide hoorden bij een balletvoorstelling, zei Peel, en dat vond ik waanzinnig. De dwarse punkachtige muziek van The Fall als begeleiding voor een balletvoorstelling met onze beste klassiek geschoolde danser Michael Clark in de hoofdrol. Dat twee zulke verschillende werelden toch te combineren waren, interesseerde me mateloos.’

null Beeld .
Beeld .

Film: Stop Making Sense (Jonathan Demme, 1984)

‘Talking Heads was in de vroege jaren tachtig iets meer mainstream dan The Fall, maar toch was het vooral muziek voor fijnproevers of eigenwijze jongetjes als ik, die dat claimden te zijn. Dat je ineens in een echte bioscoop naar een concertfilm van hen kon kijken die ook nog eens totaal anders oogde dan andere muziekregistraties, vond ik waanzinnig.

Dat een van mijn favoriete bands met een ‘echte’ filmregisseur als Jonathan Demme in zee ging, vond ik net zo bijzonder als toen John Peel een paar jaar later vertelde dat The Fall in een schouwburg klassiek ballet zou begeleiden. Popmuziek was iets waarover we op school praatten alsof we het over een geheim genootschap hadden. We wisselden cassettebandjes en namen uit waarvan we zeker wisten dat niemand anders daar belangstelling voor had. Het was van ons. En toch vond ik het prachtig dat mijn favoriete muziek ineens vanuit andere disciplines naam kreeg.’

Boek: Anthony Burgess – A Clockwork Orange (1962)

‘Lezen heb ik van mijn moeder geleerd. Zij geeft me vanaf mijn 8ste al de meest waardevolle boekentips. De liefde voor de romantische poëzie van John Clare, die de titel voor mijn nieuwe album schonk, kreeg ik van haar. Zij gaf me ook ooit A Clockwork Orange, dat ik op de middelbare school las.

De film mocht ik niet zien, maar het boek moest ik wel lezen, vond ze. Ik deed alsof ik alles begreep en het heel mooi vond. Maar om eerlijk te zijn begreep ik er geen snars van en vond ik de film die ik natuurlijk stiekem ben gaan kijken veel beter.

Onlangs herlas ik het en werd er echt gelukkig van. Die zelfbedachte taal alleen al. Een beetje Russisch, wat paste in de tijd van de Koude Oorlog waarin het werd gepubliceerd. Ik begreep destijds niet waarom die jongens dat taaltje spraken. Nu ik zelf een dochter van 22 heb wel. Alle kinderen spreken in een andere taal dan hun ouders. Als ik mijn dochter met haar vriendinnen hoor kletsen, versta ik er geen woord van.’

null Beeld

Boek 2: Immanuel Kant – The Moral Law (1797)

‘Eigenlijk ben ik een beetje lui en hang ik graag op de bank een beetje naar suffe series te kijken. Zeker in de afgelopen pandemiejaren had ik veel tijd aan bingen verspeeld als ik mezelf bij wijze van tegenwicht niet had gedwongen daar iets tegenover te stellen.

Voor elke trashy Netflixserie moet ik boete doen met het lezen van de grote filosofen. Dat klinkt heel pretentieus, maar het werkt in mijn geval. Ik sta iedere ochtend heel vroeg op en begin de dag nu om een uur of 6 met het lezen van Kant. Ik lees nu The Moral Law (Fundering voor de metafysica van de zeden) en dat prikkelt meteen heel erg. Ingewikkelde materie? Welnee, het gaat gewoon over de intenties van je handelen. Kant vertelt lange verhalen over heel simpele dingen. Net als Plato en al die andere filosofen. Ze hebben veel woorden nodig voor hun zicht op goed en kwaad, maar ik steek er veel van op.’

Immanuel Kant  Beeld Getty Images
Immanuel KantBeeld Getty Images

Plek: Silver Lake, Los Angeles

‘Ik had altijd een beetje een hekel aan Los Angeles. Ik vond alles nep en geacteerd. Maar ik kwam gewoon op de verkeerde plekken, weet ik nu. Hollywood is een tourist trap met al die stomme sterren in het trottoir, en heeft als centrum van de filmindustrie ook al geen betekenis meer. Maar een wijk als Silver Lake vond ik niet zo lang geleden echt van een andere orde. Daar doen de mensen niet alsof ze creatief of artistiek zijn, ze zijn het ook echt. Je voelt je daar alsof je deel uitmaakt van een nieuwe, hippe scene.

Ik ben ook best blij dat ik een goeie plek in LA heb gevonden, want ik zal er veel zijn de komende tijd om voor Netflix aan een Gorillaz-film te werken. Ik kan en mag er verder niks over zeggen, maar het lijkt me geweldig.’

 Silver Lake, Los Angeles Beeld Getty Images
Silver Lake, Los AngelesBeeld Getty Images

Film 2: Swan Song (Benjamin Cleary, 2021)

‘Misschien ben ik door dat nieuwe Gorillaz-project ook wat enthousiaster gaan volgen wat er op filmgebied gebeurt. Ik keek tot voor kort vooral naar films voor ontspanning of om bij in slaap te vallen. Maar recent heb ik veel gezien dat ik mooi vond. Het meeste indruk maakte Swan Song, dat zich afspeelt in de nabije toekomst maar zoals alle goede sciencefiction toch ook een beetje gaat over de actualiteit, in dit geval de technische mogelijkheden tot het klonen van mensen en de wenselijkheid daarvan.

Dat ik deze toch wat zware film zo goed vond, heeft alles te maken met de hoofdrol, gespeeld door een van mijn favoriete acteurs Mahershala Ali. Hij was geloof ik ook de reden dat ik ben gaan kijken. Dat is volgens mij nog echt een generatiedingetje: filmconsumptie afstemmen op de hoofdrolspelers. Films kijken kostte vroeger best veel geld, nu is alles zo binnen te halen. Bevalt iets niet, dan klik je net als bij muziek naar iets anders.’

Film 3: The Killing Fields (Roland Joffé, 1984)

‘Zoveel aanbod als nu was er niet toen ik opgroeide, zelfs niet in de bioscopen in de Londense West-End waar ik in een uurtje was. Maar het was voor scholieren als ik die zich snel verveelden wel het belangrijkste vermaak, want naar popconcerten mocht ik niet toen ik 15 was.

Toen zag ik ook de film die op mij nog altijd het meeste indruk heeft gemaakt, The Killing Fields, over de gruwelen die het Pol Pot-regime in de jaren zeventig aanrichtte in Cambodja. Ik wist er weinig van, al hadden veel van mijn favoriete bands en artiesten zich over de ellende daar uitgesproken en opgetreden op benefietconcerten.

Ik was er echt kapot van, en begreep pas veel later dat een van de hoofdrolspelers echt een overlevende van de terreur daar was.’

Boekhandel: Daunt, Londen

‘Of het nu om film, muziek of boeken gaat, het aanbod is gigantisch en iedereen heeft overal een mening over. Je kunt op je telefoon de hele dag het nieuws volgen en je op Twitter overal tegenaan bemoeien. Ik doe er niet aan mee, mijn Twitteraccount wordt door anderen bestierd. Ik luister iedere ochtend om half 6 op BBC Radio 4 naar het journaal en dat is het dan ook.

Recensies lees ik eigenlijk ook niet meer. Enkele van mijn beste vrienden werken bij platenzaken of –maatschappijen en die tippen me wel. En als je zoals ik het geluk hebt om niet ver van Daunt Books in Marylebone te wonen, dan hoef je ook geen boekrecensies meer te lezen.

Altijd als ik er kom, ga ik met veel meer boeken weg dan ik ooit kan lezen. Hun tips liggen altijd goed uitgestald, en bestaan nooit alleen uit de bestsellers van de maand of zo. Al zijn ze daar ook weer niet vies van, wat me wel bevalt. Als ik na een bezoek aan Daunt thuiskom, voel ik me meteen schuldig over weer een stapel boeken die ongelezen zal blijven omdat ik er geen tijd voor heb.’

Boekhandel Daunt in Londen Beeld In Pictures via Getty
Boekhandel Daunt in LondenBeeld In Pictures via Getty

Beeldende kunst: Francisco Goya (1746-1828)

‘Goya is een van mijn favorieten uit wat ik maar de klassieke schilderkunst zal noemen. Ik hou ook erg van moderne kunst, maar ik zit daar een beetje te dicht op, vind ik. Twee van mijn beste vrienden behoren al jaren tot de bekendste kunstenaars ter wereld. Dan heb ik het over Damien Hirst en Banksy. Ik ken ze allebei al van voordat ze beroemd werden en ik hou van ze, maar ik vind dat ze zich veel te veel in een door geld geobsedeerde wereld begeven.

Het zijn briljante zakenmannen hoor, maar wat ze maken boeit me niet meer zo. En zeg nou zelf, waarom mag nog altijd niemand weten wie Banksy is? Van mij zul je het ook niet horen, maar de grap is er toch wel van af? Hoe het in de tijd van Goya was weet ik niet precies, maar de huidige kunstwereld draait alleen om geld verdienen. Veel meer dan de muziekwereld, dat weet ik zeker.’

'Saturnus verslindt zijn zoon' (1821-23) door Francisco Goya Beeld Getty Images
'Saturnus verslindt zijn zoon' (1821-23) door Francisco GoyaBeeld Getty Images

CV Damon Albarn

1968 23 maart geboren in Whitechapel, Londen.

1980 Ontmoet op de Stanway School in Essex Graham Coxon met wie hij muziek gaat maken.

1988 Richt in Londen met Graham Coxon de band Blur op.

1991 Debuutalbum Leisure verschijnt.

1994 Derde album Parklife levert Blur met Girls & Boys het tot dan toe grootste succes op.

1995 Voorafgaand aan album The Great Escape brengt Blur in augustus de single Country House uit, gelijk met Roll With It van Oasis, een hoogtepunt in de door Britse media opgeklopte Britpop-oorlog. Blur houdt Oasis nipt van de eerste plaats.

2001 Eerste album Gorillaz (met hitsingle Clint Eastwood), de virtuele band van Albarn samen met cartoon-maker Jamie Hewlett.

2002 Neemt met Afrikaanse muzikanten het album Mali Music op.

2007 Debuutalbum The Good, The Bad & The Queen verschijnt waarop Albarn onder meer samenwerkt met de Afro-beat drummer Tony Allen.

2011 Schrijft opera Dr Dee.

2012 Produceert The Bravest Man in the Universe, het laatste album van soulzanger Bobby Womack.

2021 Solo-album The Nearer the Fountain, More Pure the Stream Flows, gemaakt met klassiek geschoolde muzikanten.

Meer over