Beter LevenVogels in de winter

Vetbollen en pindaslingers voor de vogels in de tuin: u heeft er vooral zélf plezier van

Sneeuwpret is aan koolmezen niet besteed en de ijsvogel is totaal niet gediend van ijs. Hoe helpen we de vogels deze wintertijd door en heeft dat eigenlijk wel zin?

null Beeld Sophia Twigt
Beeld Sophia Twigt

Zwanen die juist terugkeerden uit het zuiden, maakten geschrokken rechtsomkeert. Kieviten pakten de afgelopen week hun biezen en allerlei vogels die normaal rondhangen in bossen en op open velden zoeken nu de bewoonde wereld op. ‘In tuinen waar ze nooit komen, ploft dan plotseling een snip uit het bos neer’, vertelt vogelonderzoeker Albert de Jong van Sovon Vogelonderzoek Nederland. ‘Deze week plaatste iemand op social media een foto van een houtsnip middenin Amsterdam.’

Zeker voor kleine zangvogels − mezen, merels, vinken, mussen − is die dikke laag sneeuw een lastpak. Ze foerageren graag over de grond, op zoek naar zaden en eventueel insecten. Daar komt bij dat vogels ’s nachts gewicht verliezen om zichzelf warm te houden. Bij de kleintjes loopt dat op tot wel 20 procent van hun lichaamsgewicht. De koolmees stookt zichzelf snel 1,5 tot 2 gram lichter en moet dat overdag weer bij elkaar zien te scharrelen om niet het loodje te leggen. Die schitterende laag sneeuw in uw tuin of in het park maakt dat behoorlijk lastig.

's Middags bijvoeren

Een handje brood en vogelzaad strooien helpt, maar doe dat dan niet alleen ’s morgens vroeg, zegt vogelonderzoeker Kees van Oers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). ‘Als zangvogels direct veel zouden eten, zouden ze te zwaar worden en niet meer goed kunnen vluchten voor roofvogels. Je kunt beter ’s middags nog wat bijvoeren.’ In verband met die roofvogels is het ook verstandig om het voedsel niet op een tafel middenin de tuin te leggen. Zo’n tafel vol vrolijk gefladder vormt een uitgelezen kans voor een overvliegende sperwer. Beter is het om het voedsel te verspreiden over verschillende beschutte plekken in de tuin.

Tenzij je natuurlijk de sperwer zijn ontbijt gunt, want ook grote vogels kunnen heus wel wat extra’s gebruiken. ‘Ik zie vaak dat mensen heel emotioneel worden als kauwen en tortelduiven afkomen op zaden en vetbollen’, zegt Van Oers. ‘Ze vinden de kleine vogels leuker. Maar ook kauwen, eksters, gaaien en sperwers moeten de winter doorkomen. Ik zou het best bijzonder vinden als een sperwer in mijn tuin een vogel zou pakken.’

Is al die zachtmoedigheid van ons wel zo verstandig? Moeten we de evolutie niet op zijn beloop laten, zodat de meest sneeuwbestendige vogels overleven? Volgens Van Oers hoeven we ons daarover geen zorgen te maken. ‘Individuele dieren helpen we zeker met bijvoeren, maar voor de populatie als geheel maakt het nauwelijks uit. Ze moeten ook in de zomer nog jongen voeren. Als meer vogels de winter overleven, is er straks minder voedsel voor al hun jongen en gaan meer kuikens dood. Als juist meer mezen sterven in de winter, is er meer voedsel in de zomer en zal de populatie zich dus herstellen.’ Uw vetbol als goedbedoelde uitstel van executie.

Nestgelegenheid

Hetzelfde geldt voor de ijsvogel. Beleefde die vorig jaar nog een ‘topjaar’, dit jaar begint voor de blauw-oranje mooierd met een flinke slachting, vreest Van Oers. ‘Maar na een jaar of twee, drie herstelt de populatie zich wel weer. De omvang van de populatie zelf, nestgelegenheid en landbouwgif zijn belangrijker dan of we wel of niet bijvoeren.’

We zouden hier en daar een wak in het water kunnen slaan, maar dat moeten dan behoorlijk grote wakken zijn. Eendachtige vogels houden het ijs meestal zelf op afstand door in grote groepen bijeen te dobberen. Kortom, vogels voeren doen we vooral voor ons eigen plezier en voor de individuele exemplaren om ons heen. Daar is niets mis mee, dus hier nog een paar laatste tips.

Koop ook vetbollen waar insecten in zitten, dat vinden insecteneters als koolmezen en roodborstjes erg lekker. Kraaiachtigen houden van pindakaas, maar de gebruikelijke pindakaas die wij op ons brood smeren, is veel te zout. Daar krijgen ze maar dorst van. Verder kan het soms lijken alsof vogels ’s winters nogal tam zijn: ook als je dichtbij komt, blijven sommige vogels rustig zitten. Schijn bedriegt, legt De Jong uit. ‘Alles in die vogels is gericht op voedsel verzamelen. Wegvliegen kost energie, dus blijven sommige vogels langer zitten als je dichterbij komt. Het veroorzaakt alleen wel stress en ook dat kost energie. Blijf dus op een afstand en laat ze met rust.’

Meer over