Tuinkaboutersbevrijdingsfront slaat opnieuw toe

De tuinkabouter is nogal op zichzelf. Liefst staat hij zomaar wat te mijmeren in een perkje. Of hij staart, al dan niet hengelend, in het water van een vijver....

Heleen Beaart

Helaas is het de laatste tijd nogal onrustig rond de tuinkabouter. Het is allemaal begonnen met een grote expositie in het Bois de Boulogne in Parijs. Daar zijn tot 23 juli in en rond het achttiende-eeuwse kasteel Bagatelle tweeduizend tuinkabouters te zien. 'Dit is een van de mooiste parken van Parijs en we organiseren elk jaar een tentoonstelling over tuinieren. Het leek logisch om eens iets met kabouters te doen', zegt directeur N. Tardivier-Henrot van de vriendenvereniging van Bagatelle. Zij denkt dat de tuinkabouter in Frankrijk bijna even populair is als in zijn geboorteland Duitsland, waar een op de zes inwoners er een bezit. 'De gewone man houdt van hem, maar er zijn ook hoogopgeleide Parijzenaren die een tuinkabouter in de woonkamer hebben staan.'

Vanaf het bordes van het kasteel zwaait een 230 centimeter hoge kabouter in zwembroek een welkomstgroet. Dwarf! Dwarf! II werd gemaakt door kunstenaarscollectief Présence Panchounette en is voor het eerst herenigd met zijn vrienden Dwarf! Dwarf! I (met zonnebril, sigaar en handdoek om de nek) en III (met duikbril, op de rug van een dolfijn), die in de tuin staan. Zij zijn de giganten onder de tuinkabouters.

Maar hier zijn ze in alle andere denkbare afmetingen, leeftijden en materialen te bewonderen. Ze komen uit ateliers (van onder anderen de Amerikaanse kunstenaar Jeff Koons en de Franse ontwerper Philippe Starck), uit verzamelingen (een hobby waar vooral Duitsers zich in lijken uit te leven), fabrieken (Duitsland en Oostenrijk zijn de belangrijkste producenten van de 600 duizend tuinkabouters die jaarlijks op de markt komen) en musea.

Ondanks die verschillende herkomst bestaan er zeer veel overeenkomsten. Tuinkabouters roken graag een pijp, hebben een baard, zetten een bril op als ze een boek lezen, dragen een rode muts, zijn muzikaal en houden zo van luieren dat het gras soms tegen hun benen op groeit. Maar ze zijn vooral gek op dieren: eekhoorns, reigers, egels, herten en zelfs flamingo's zijn graag in hun nabijheid. Nooit geweten: ze gebruiken schildpadden als vervoermiddel.

De Fransen dachten de tuinkabouters daarom een groot plezier te doen met een tentoonstelling middenin het bos. Niets is minder waar. Althans, sinds de ramp die zich vorig weekeinde voltrok. In de nacht van zaterdag op zondag heeft het Front de Libération des Nains de Jardin (FLNJ) dertig kabouters gekidnapt. Het Tuinkaboutersbevrijdingsfront werd in 1996 opgericht door een groep studenten in Alençon en laat tuinkabouters vrij in hun biotoop: het bos. De acties van het front zorgden voor veel opschudding en kregen navolging van sympathisanten.

Op de plaats van de ontvoering, in het park waar de kabouters aan het werk waren tussen de wortels van een omgewaaide boom, vond directeur Tardivier-Henrot een dreigbrief. Als de expositie niet onmiddellijk wordt gesloten, zal het front opnieuw toeslaan. Tardivier-Henrot heeft de politie ingelicht. 'We hadden van het FLNJ gehoord, maar ik hoopte dat ze niet zouden komen. Dit is tenslotte een serieuze tentoonstelling. Misschien worden de kabouters snel teruggevonden in een bos hier in de buurt. Als we binnen twee weken niets horen, doe ik aangifte.'

Acht kabouters houden ondertussen spoedberaad in de eetzaal van het kasteel. Ze zitten aan een gedekte tafel op stoelen die iets te hoog zijn; de benen bungelen. Hoewel er wijnglazen klaarstaan, houden ze rijkelijk schuimende bierpullen onder tafel. Zo te zien weten ze nog niet hoe serieus ze de dreigementen van het FLNJ moeten nemen.

Meer over