editiespecial‘slimmer werken’

Thuiswerken is een blijvertje – maar het begint wel te knellen

null Beeld Iris Frankhuizen
Beeld Iris Frankhuizen

Thuiswerken is van alle tijden. Voor de industriële revolutie worstelden thuiswerkers met smerige, overvolle huizen. Nu zijn eenzaamheid en de balans tussen werk en privé de grote uitdagingen.

Dit is het voorwoord uit onze speciale editie waarin we de beste stukken rond het thema ‘slimmer werken’ hebben gebundeld. Interessant voor de uitgebluste thuiswerker, maar evenzeer voor de onverminderd creatieve werknemer die echt geen oppepper nodig heeft. Lees hier alle praktische verhalen, adviezen en tips.

U zou het niet zeggen, zwoegend te midden van vuile vaat en mopperende huisgenoten, maar volgens filosoof Paul B. Preciado bent u het afgelopen jaar op Playboy-oprichter Hugh Hefner gaan lijken. Decennialang stuurde die, in badjas en op slippers, zijn erotisch imperium aan vanuit zijn slaapkamer in de Playboy Mansion. ‘Zijn ronde bed’, schrijft Preciado, ‘was zijn werktafel, het bureau van de baas, een fotoshootset en een plek voor seksuele ontmoetingen’.

‘De horizontale arbeider’, noemt de filosoof dit met een knipoog.

Of een door de lockdown uit de kantoortuin verbannen it’er, journalist of bankier inderdaad de hele dag op bed ligt, valt te betwijfelen. Maar het idee is duidelijk. Voor de thuiswerker spelen werk en privé, productie en reproductie zich af op één en dezelfde plek. Net als bij Hefner.

Krap en smerig

Dat is minder nieuw dan we denken. Het idee om duizenden mensen samen te drijven in fabrieken en kantoren is van relatief jonge datum. Tot de industriële revolutie was werken vanuit huis de norm − in sommige armere landen is het dat nog steeds.

In de zogenoemde cottage industries weefden en naaiden gezinnen. Er werd getimmerd en gesmeed. Klinkt romantisch? De werkvloer was klein, smerig en bedompt. Vol rondscharrelend kroost, vee en ongedierte. ‘Kinderen gingen niet naar school omdat er nog geen leerplicht was’, legde hoogleraar sociale en economische geschiedenis Elise van Nederveen Meerkerk uit in Trouw. ‘Vaak begon de werkdag al om 6 of 7 uur, als het licht werd, en werd er doorgewerkt tot het donker. Huizen hadden nauwelijks isolatie, verwarming of licht, dus ’s avonds chillen zat er ook niet in.’

Ook de opdrachtgevers morden. In drukke tijden lukte het amper de thuiswerkers meer te laten doen. ‘In principe had de betaling per stuk daarvoor moeten zorgen, waarbij de arbeiders reageren op financiële prikkels’, schreef historicus David Landes hierover in zijn boek Revolution in Time. ‘In werkelijkheid stelden de thuiswerkers zich er tevreden mee om dat te verdienen wat ze voor hun gevoel nodig hadden. Hogere vergoedingen verkleinden alleen maar de hoeveelheid werk die nodig was om de behoeften te bevredigen.’

Niet te stoppen

Dankzij laptop en internet beleeft de huisnijverheid anno 2021 een comeback. Al voor de coronacrisis verrichtten bijna vier op de tien werkenden hun taken weleens vanuit de woning. Door corona is dat de helft geworden. Eén op de drie werkenden opereert zelfs uitsluitend vanuit huis, blijkt uit CBS-cijfers.

Die trend lijkt niet te stoppen. Mark Zuckerberg van Facebook zei vorig jaar in een interview dat ‘de komende vijf tot tien jaar’ de helft van zijn bijna 50 duizend werknemers op afstand blijft functioneren. Dus óók als het niet meer hoeft vanwege corona. Facebook kan op deze manier namelijk buiten het peperdure Silicon Valley schaars personeel werven.

In Nederland lieten grote bedrijven als KPN en Unilever al weten dat hun personeel na de coronacrisis niet meer massaal hoeft terug te keren naar kantoor. In gesprek met journalisten schatte ING-topman Steven van Rijswijk dat ‘ongeveer de helft’ van het werk thuis kan worden verricht.’ Concurrent ABN Amro kondigde mede hierom aan kantoorruimte af te stoten. Dat scheelt geld. Zeker omdat thuiswerken, anders dan vroeger, de arbeidsproductiviteit niet lijkt aan te tasten. Werknemers brengen hooguit minder tijd door in de file.

Eenzaamheid

Ook werknemers zijn positief. In een recente enquête geven Nederlandse kantoormedewerkers gemiddeld aan liefst twee dagen per week thuis te werken. Voor de coronacrisis was dat er één.

En toch wringt er iets. Sommige werkgevers zetten big brother-technologie in om hun mensen thuis op de vingers te kijken. Buitenlandse data over hoe laat werknemers op het bedrijfsnetwerk in- en uitloggen, duiden erop dat ze alleen maar méér uren zijn gaan maken. ‘Mensen zijn overwerkt, gestrest en hunkeren ernaar terug te keren naar kantoor’, constateerde het financiële persbureau Bloomberg anderhalve maand na het begin van de eerste lockdown.

Een oorzaak is het gebrek aan contact. Het aantal werknemers dat hooguit één keer per dag een collega of klant ontmoet, is vorig jaar verdubbeld. Dat volgt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden, een groot periodiek onderzoek van TNO en het CBS.

En dan doemt er uit de verhalen van thuiswerkers nog zoiets op als ‘de terreur van de tegelijkertijdigheid’. Anders dan de cottage workers of boeren van vroeger deelt de moderne mens zijn leven op in een publieke en een private sfeer. Op kantoor of in de fabriek wordt gewerkt. Eenmaal thuis begint de vrije tijd. Die grens was al aan het vervagen. De coronacrisis versnelt dat proces. Denk aan videovergaderen: met de ogen zijn we bij de collega’s, maar de rest van het lijf zit tussen jengelende kinderen of in een woning die erom schreeuwt opgeruimd te worden. Dat geeft stress.

Thuiswerken is een blijvertje. Het leeuwendeel van de thuiswerkers is tevreden, toont dezelfde Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden. Maar meer sociaal contact is gewenst, net als het paal en perk stellen aan een potentieel eindeloze werkdag. Het bed als het kantoor van de toekomst, zoals bij Playboy-oprichter Hefner, klinkt misschien paradijselijk. Maar niet als het betekent dat thuiswerkers nergens meer écht vrij zijn.