Textielproject band tussen toerist en lokale producent

Behoud en stimulering van de lokale cultuur en bevordering van de plaatselijke economie; geen toerist op Kreta die er tijdens de aankoop van een handgeborduurd tafelkleedje lang bij zal stilstaan....

De vakgroep heeft anderhalf miljoen gulden ter beschikking, waarvan een miljoen afkomstig van de Europese Unie, voor het tweejarige ondersteunings- en ontwikkelingsprogramma. De rest is afkomstig van de universiteiten, lokale geldschieters en de gemeente Tilburg; de gemeente wil zich graag profileren als Europese textielstad. Toerisme is de bindende factor in het textielproject, dat wordt uitgevoerd in drie regio's, Noord-Portugal, Kreta en Lapland, 'aan de periferie van Europa', zegt dr. Greg Richards, docent vrijetijdswetenschappen in Tilburg.

Stond cultuurtoerisme een paar jaar geleden nog gelijk aan het bezichtigen van kerken en oude gebouwen, de vakantieganger van nu wil meer en meer 'levende cultuur' zien, zegt Richards. 'Men is steeds meer op zoek naar authentieke lokale producten en culturen. Er is niet alleen vraag naar regionaal handwerk, er bestaat ook nieuwsgierigheid om bij de mensen thuis te kijken. Hoe wordt het product gemaakt, hoe wonen de mensen? Dat is een bijzondere belevenis.'

Niet alleen het textiel staat centraal, er is ook aandacht voor landbouwmethodes, de verbouw van vlas bijvoorbeeld voor het maken van linnen, en de productieplaatsen. De verkoop van textiel handwerk is niet alleen een directe stimulans voor de lokale economie, het is ook een methode om kleinschalig toerisme te ontwikkelen. De boerin achter het weefgetouw die wol gebruikt van haar eigen schapen, is aldus de beste advertentie voor haar eigen product.

In Minho, Noord-Portugal, en op Kreta worden vooral kleding en linnengoed geproduceerd op kleine schaal. In het Finse Lapland worden souvenirs gemaakt van rendierbont en wol. De laatste regio is er niet bij gekomen vanwege geldgebrek ter plaatse, maar door het feit dat de streek heel dun is bevolkt, wat afzetproblemen tot gevolg heeft. Bovendien speelt mee dat de universiteit van Rovaniemi, waarmee 'Tilburg' samenwerkt, actief lid is van Atlas, de Europese organisatie voor toeristisch en vrijetijdsonderwijs.

Een van de concrete doelen van het project is toeristen naar de producenten toe te brengen. Hieruit vloeit voort dat de lokale bevolking moet leren omgaan met het verschijnsel toerisme. 'Als een bus een dorp binnenrijdt, heeft dat nogal wat consequenties. Er moet een parkeerplaats zijn. Er moeten toiletten zijn en de mensen drinken natuurlijk ook graag een kop koffie', zegt Richards. Er wordt gemikt op twee 'soorten' toeristen: een kleine groep met een bijzondere interesse voor textiel en de toeristen met een algemene interesse in cultuur en leven van de lokale bevolking.

Het project omvat geen ingewikkelde marketingstrategieën, de maatregelen zijn simpel. 'In Portugal hebben ze soms geen idee van de smaak van mensen uit onze contreien. Brochures over het product zijn nu bijvoorbeeld alleen nog bij de mensen thuis te verkrijgen. Ook weten ze niet altijd de juiste kledingmaten. Behalve aan de verkoop zal aandacht worden besteed aan productie en ontwerp.' Onderzocht wordt onder meer over wat voor vaardigheden en technieken de bevolking beschikt en met wat voor (textiel)souvenirs vakantiegangers thuiskomen.

De ervaring die wordt opgedaan met Eurotex, is volgens Richards goed bruikbaar bij andere textielprodukten en op andere plaatsen. Er is immers nog steeds veel kleinschalige produktie in Europa, hoewel die onder druk staat van goedkopere producenten buiten het continent.

Nell Westerlaken

Meer over