Struggle-toerisme

Nog geen vier jaar na het einde van de apartheid is de vrijheidsstrijd in Zuid-Afrika tot toeristische attractie verheven. Het Robbeneiland is al een museum en Mandela's eenvoudige geboortedorp wordt wellicht een pelgrimsoord....

DAAR IS HET duurste huis van Soweto! Nee, het is niet het huis van mr Thobo, de benzinepomp-miljonair. Dat hebben we net gehad. Voor ons ligt de villa van Winnie Madikizela-Mandela, de van moord beschuldigde voormalige echtgenote van Nelson. De vrouw die zich volgende maand voor de Waarheidscommissie moet verantwoorden, en die zich tegelijkertijd kandidaat heeft gesteld voor de functie van vice-president van het ANC en, in een moeite door, Zuid-Afrika.

Het is een riant optrekje, Winnie's huis. De bescheiden huizen van de zwarte overburen vallen er geheel bij in het niet. Weinig uitnodigend ook. Hoge muren en massieve poorten ontnemen het zicht op het huis, de dubbele garage en andere bijgebouwen. Daar, achter die barricade van baksteen, moet de tuin met de jacuzzi liggen waar eind 1988 Stompie Seipei werd vermoord.

Het busje van Jimmy's Tours rijdt stapvoets langs. Onze gids houdt zijn commentaar sober. Hij mompelt iets over de 'ongelukkige omstandigheid' dat Winnie buitenlandse hulpfondsen, bedoeld voor de strijd tegen de apartheid, gebruikte voor de bouw van haar vesting.

Voort gaat het door de wijk Orlando. Nu naar het oude huis van Nelson en Winnie, toen ze nog jong waren en gelukkig getrouwd. Ditmaal geen villa maar eenvoudige middenklasse. Toegankelijk ook: we mogen uitstappen.

Onder de schaduwrijke boom in het tuintje staan een paar mooie, ouderwetse tuinstoelen. Ja hoor, gaat u maar zitten, zegt de oude oppasser. Hier zat Nelson vroeger te bekomen van een drukke dag op zijn advocatenkantoor, vertelt hij. Nee, binnen kunnen we nog niet rondkijken, het interieur moet nog worden opgeknapt.

De garage naast het huis is wel open. Het lijkt een klein heiligdom: niet voor Nelson, maar voor Winnie. Aan de muur hangen krijgshaftige foto's van Winnie in camouflagepak. Haar buitenlandse eredoctoraten staan glanzend uitgestald. Voor een paar gulden is ook een prachtposter te koop van een charmant glimlachende Winnie - 'Siyaphambili with the Mother of the Nation!'

'Moet op zo'n poster tegenwoordig niet Wanted staan', vraagt een van de toeristen plagend. De mevrouw achter de kassa kan er niet om lachen. Willen we niet een potje - merknaam: Heroes Acre - kopen? Echt zand uit de tuin! En dat voor 22 gulden, inclusief echtheidscertificaat.

Het is inderdaad geen geld maar ons groepje weet de verleiding te weerstaan.

Wat doen jullie als de tuin straks is leeggelepeld, wil onze grappenmaker nog weten. Wordt er dan een mijn gegraven? Haha, daar kan de kassa wel om lachen.

Struggle-toerisme heet het, en het zit in de lift in Zuid-Afrika. Bijna vier jaar na het einde van de apartheid zijn lieux de mémoire ontstaan die ook voor de blanke buitenwereld moeiteloos toegankelijk zijn. Ze beginnen voorzichtig onderdeel te worden van het modale toeristisch programma.

Wie wil, kan tegenwoordig bij het reisbureau in Kaapstad en Johannesburg niet alleen tochten boeken naar de Tafelberg, de wijngaarden, een struisvogelboerderij of het Krugerpark, maar ook voor trips met romantische namen als Walk to Freedom.

Jimmy's Face to Face Tours in Johannesburg was een van de eersten die het commerciële potentieel van de vrijheidsstrijd herkenden. Voor veertig gulden zonder angst een halve dag in een busje langs bekende plekken in Soweto. In Kaapstad biedt Legend Tours voor honderdveertig gulden een hele dag langs de wandaden van het oude regime. 's Ochtends District Six, de ontruimde kleurlingenwijk in het centrum, daarna de townships van de Cape Flats met als de tijd het toelaat een verfrissing in een echte zwarte shebeen,

's middags met de boot naar Robbeneiland.

Zie de gedenkplaatsen, en je ziet hoe het land zijn geschiedenis herinnerd wil zien. Zou het kloppen? In het Museum van de Revolutie in Havana prijkt de Granma, het gammele jacht waarmee Fidel Castro naar Cuba voer om zijn opstand te beginnen, tussen andere simpele vervoermiddelen die de omwenteling dienden.

Alsof gezegd wil worden, met Latijns-Amerikaanse nonchalance: kijk, met zo weinig konden we de klus klaren, omdat we het volk aan onze zijde hadden.

Vietnam heeft hetzelfde thema maar dan theatraler. De oorlogsmusea zetten er graag kapotgeschoten en veroverd vijandelijk hightech-materieel te kijk, met als hoogtepunt de imposante berg aluminiumschroot van Amerikaanse vliegtuigen die boven Hanoi werden neergeschoten. Daarnaast een fototentoonstelling over gruwelijke martelpraktijken, of een uitstalling van valkuilen met vlijmscherpe bamboestokken, compleet met een veteraan die minzaam glimlachend de werking demonstreert. Hoe David de jungle-oorlog van Goliath won.

Zuid-Afrika kent dergelijke musea nog niet en de kans lijkt ook niet groot dat ze er zullen komen. Het land kende geen revolutionaire veldtocht met een snelle, triomfantelijke intocht in de hoofdstad, zoals Cuba, of een massale vernietigingsoorlog als Vietnam.

De apartheid werd geslecht door een lange campagne van vooral vreedzaam protest. De vrijheidsstrijd kreeg eigenlijk pas in de laatste vijftien jaar een militant karakter, als reactie op de bruutheid waarmee de blanke heersers optraden. Het einde van het oude regime kwam echter niet met een slag om Pretoria, maar met uitputtende onderhandelingen in het World Trade Center in Johannesburg.

Zuid-Afrika had het geluk dat het een zachte omwenteling wist te bereiken. De omschrijving zacht mag vreemd klinken, gelet op de duizenden die door de apartheid het leven verloren en de miljoenen die gedwongen werden tot onderdanigheid. Maar een volledige burgeroorlog, met massaal bloedvergieten en grote verwoestingen, is het land bespaard gebleven.

Zo kiest de nieuwe regering, in lijn met haar beleid van verzoening tussen wit en zwart, ook 'zachte' gedenkplaatsen. Nog niemand heeft het idee geopperd om de boerderij Vlakplaas, waar Eugene de Kock en zijn mannen de vuilste acties van de apartheid beraamden, om te vormen tot een museum waar de martel- en terreurpraktijken van het oude regime te kijk worden gezet.

Men doet het liever wat subtieler. In East London, in de kamer van het politiegebouw waar Steve Biko werd doodgeslagen, is vorige maand een kleine bibliotheek geopend die gewijd is aan zijn nagedachtenis. Particulier initiatief van de oud-journalist Donald Woods, die wereldbekendheid kreeg door de film Cry Freedom, leidde ertoe dat er tegenover het raadhuis een bronzen beeld kwam van Biko.

Het ministerie van Kunst en Cultuur heeft overigens wel grotere plannen. Zo wil het een museum bouwen rond de ruïne van de oude lagere school van president Mandela in Qunu, een zwart boerendorpje in de arme afgelegen Oost-Kaapprovincie.

De bedoeling is voor enkele tientallen miljoenen gulden een indrukwekkend complex neer te zetten. Het museum zelf zou de geschenken moeten tentoonstellen die de president uit de hele wereld mocht ontvangen, inclusief de Nobelprijs voor de Vrede. Verder moeten er een auditorium, een amfitheater, een kerk en een gemeenschapszaal verrijzen.

Het plan heeft al wat vraagtekens opgeroepen omdat het dissoneert met de eenvoud van het dorpje. Qunu is een gehucht waar de meeste mensen nog in van modder opgetrokken hutten wonen. Pas sinds kort is er elektriciteit; waterleiding moet er dit najaar komen. 'De bouwplannen van het ministerie sluiten niet aan bij de omgeving', merkte onlangs een architect op die bij het project is betrokken. 'Het past ook niet bij het bescheiden karakter van de president.'

Of het Mandela-museum veel volk zal trekken, is ook zeer de vraag. Quni ligt in een uithoek van het land, ver van de gangbare routes. Hoe de president er zelf tegenaan kijkt, is nog onduidelijk. Het bouwplan is aan hem gepresenteerd maar Mandela zou nu eerst de mening willen peilen van de lokale stamhoofden in Qunu. Duidelijk is wel dat hij graag wil dat er iets komt dat vooruitgang biedt in zijn arme geboortestreek.

De grote trekpleister voor struggle-toeristen lijkt Robbeneiland te worden. Het is een volmaakt symbool van een lange, trage strijd, en nog ideaal gelegen ook: tien kilometer uit de kust van toeristenmekka Kaapstad.

Het is nog vroeg in de ochtend als we ons op de kade vervoegen van het Waterfront, het nieuwe luxueuze winkel- en uitgaanscentrum in de oude haven. Hoewel het buiten het seizoen is, staat er een flinke groep toeristen te drentelen. Als de deur naar de loopplank eenmaal opengaat, neemt de menigte bezit van het oude bevoorradingsscheepje waar vroeger de gevangenen mee werden overgezet.

In de verte schemert het eiland waar Nelson Mandela bijna negentien jaar van zijn leven doorbracht. Als de boot de haven uitvaart, maakt zich een licht vakantiegevoel van het gezelschap meester. Duitsers, Amerikanen, Italianen en Nederlanders zoeken een plaatsje in de zon, de Koreanen en de Japanners zoeken de schaduw op en brengen hun fototoestellen in gereedheid. Een koele zeebries waait, meeuwen cirkelen om de boot, het vlakke eiland met de bosschages en de vuurtoren komt na een halfuur varen snel dichterbij. Even betrappen we ons op het vreemde gevoel dat we op de boot van Harlingen naar Terschelling zitten.

Robbeneiland is sinds 1 januari opengesteld voor toeristen. De minister voor het gevangeniswezen heeft het eiland officieel overgedragen aan zijn collega van cultuur, en die heeft grote plannen in voorbereiding. Het eiland wordt een nationaal monument en komt tevens op de wereld-erfgoedlijst van de Verenigde Naties. Er zal een nationaal museum komen, een 'uitstalkast' van het nieuwe Zuid-Afrika en - in een deel van de oude gevangenisgebouwen - het museum van de vrijheidsstrijd.

Vooralsnog is alles echter nog bijna net als vroeger. Als we in het haventje aan land stappen, kiezen we de wandelexcursie. De Koreanen en Japanners nemen de bus. De tocht voert langzaam langs de binnenplaats, langs het cellenblok van de politieke gevangenen. Cel 5, waar Mandela zat, is al netjes opgeschilderd, in andere cellen zijn nog schilders bezig. Een oud-gevangene, die als gids optreedt, vertelt ingetogen over het dagelijks gevangenisleven van vroeger. Als we teruglopen over de schelpenpaden is de stilte overweldigend. In de verte, tussen het hoge gras, staren een paar bontebokken naar ons.

U mag niets van het eiland meenemen, had de toerleider meteen bij aankomst gewaarschuwd. Geen zand, geen steentje. Robbeneiland is niet Winnie's garage, goddank.

Maar toch. De fraaie, oude villa uit 1895 met het rode dak en de koele veranda, waar ooit de gezagvoerder van het eiland woonde, kan al gehuurd worden als conferentiecentrum. Nu maar hopen dat er nooit een museumwinkel komt waar ingelijste schilfertjes kalk te koop zijn, met certificaat dat ze echt uit de groeve komen waar ooit de gevangen kopstukken van het ANC te werk werden gesteld.

Meer over