tuintipsvan piet oudolf

Steel de stijl van Piet Oudolf, Nederlands beroemdste tuinontwerper

De tuin van galerie Hauser & Wirth in Engeland Beeld Piet Oudolf
De tuin van galerie Hauser & Wirth in EngelandBeeld Piet Oudolf

Vloeiende lijnen, hoogteverschillen, het gebruik van grassen, vaste planten en veel kleurrijke (veld)bloemen. De natuurlijke beplantingsstijl van Piet Oudolf zie je overal terug, van berm tot Vinexwijk. Tuinsite Gardenista zette zijn belangrijkste principes op een rij onder de kop ‘10 garden ideas to steal from superstar Dutch designer Piet Oudolf’. We namen ze door met de superster zelf en vroegen aan Oudolf: kloppen die tips een beetje?

1) Maak een vierseizoenentuin

Natuurlijk, zegt Oudolf, dat is een van zijn belangrijkste waarden. Zorg dat de tuin het hele jaar door interessant blijft. Door bijvoorbeeld voor elk seizoen planten te kiezen die dan op hun mooist zijn. Helleborus voor de winter en het vroege voorjaar. Papaver, delfiniums en salvia’s in mei en juni. Stachys-en achillea-soorten in juli en augustus. En asters in het najaar.

2) Gebruik grassen

‘Plant grasses in masses’ schrijft Gardenista. Oudlof kan het alleen maar beamen: siergrassen geven de tuin een natuurlijk aanzicht, zeker als je voor afwisseling zorgt. Kies molinia (pijpenstrootje), sporobolus (parelgras) en pennisetum (lampenpoetsergras) bijvoorbeeld. Ze blijven allemaal aantrekkelijk tot aan de vroege winter.

3) Volg de 70 procent-regel

De 70 procent-regel houdt in: gebruik voor 70 procent van de oppervlakte structuurplanten, planten of heesters die een mooie, duidelijke structuur hebben, en voor 30 procent vulplanten, kleine bloeiers die wat vormelozer mogen zijn. Die verhouding geldt met name voor grote tuinen, zegt Oudolf. Al is hij het er helemaal mee eens dat structuurplanten elke tuin interessanter maken, omdat ze ook mooi blijven na de bloei. Kies zonnehoed voor de mooie zaaddozen in het najaar of astilbe (pluimspirea) vanwege de bruinkleurende zaadpluimen.

De tuin van museum Voorlinden. Beeld Piet Oudolf
De tuin van museum Voorlinden.Beeld Piet Oudolf

4) Herhaal, herhaal, herhaal

Om de zoveel meter een groep van dezelfde salvia’s, hosta’s of asters, dat geeft structuur in de tuin en rust aan het oog. Klopt, zegt Oudolf, al geldt ook dit weer met name voor grote tuinen. Een kleine tuin mag ook gewoon een verzameling leuke planten zijn, van alles wat. Zet steeds 1-3 dezelfde plantjes bij elkaar per halve vierkante meter tuinoppervlak.

5) Bepaal een matrix

Daarmee wordt een basisbeplanting bedoeld, zegt Oudolf, die bestaat uit een beperkt aantal bodembedekkers, zoals geraniumsoorten voor de zonnetuin en maagdenpalm of lage varens in de schaduw. Laat daar wat verrassingen uit omhoog komen in de vorm van heesters of hogere vaste planten.

6) Support de locals

Kies voor inheemse planen, schrijft Gardenista. Maar Oudolf geeft er graag een andere draai aan: koop je planten eens bij een zelfstandige, lokale kwekerij in plaats van bij een tuincentrum van een keten. Kwekerijen die bijzondere en bijzonder sterke planten bieden zijn bijvoorbeeld Coen Jansen in Dalfsen, Bastin in Hulsberg en de Hessenhof in Ede.

null Beeld Piet Oudolf
Beeld Piet Oudolf

7) Plant in lagen

Een van Oudolfs handelsmerken: hoogteverschillen maken de tuin. Daarom is hij dol op heesters die boven de grassen, bollen of bodembedekkers uitsteken. Fraaie soorten zijn prunus, sierappel en toverhazelaar.

8) Omlijst je tuin

De tuin omlijsten doe je door hagen te planten bijvoorbeeld, die een groen kader vormen voor lagere vaste planten. Helemaal mooi is het hier en daar een opening te maken; dat geeft diepte in de tuin. Voor kleinere (stads)tuinen tipt Oudolf de schutting te laten begroeien met klimmers. Een mooie achtergrond voor lage bloeiers (of een loungebank), want: ‘Verticaal groen is ook groen.’

9) Vervaag de lijnen

Vermijd al te veel strakke lijnen. Laat plantensoorten vloeiend in elkaar overlopen door ze, waar ze elkaar ontmoeten, een beetje door elkaar te planten. Moet je wel ruimte voor hebben, zegt Oudolf, dus het geldt met name weer voor de wat grotere tuin.

10) Bruin is ook een kleur

Knip niet alles weg in de herfst; de bruin- en oranjetinten van verkleurende planten in het najaar zijn juist mooi. Prachtige herfstkleuren bieden hosta’s, zegt Oudolf, maar ook gillenea’s, astilbes, amsonia’s en siergrassen als de oranje kleurende hakonechloa zijn fantastisch in de herfst.

Piet Oudolf: ‘Ik ben in de herfst. Maar de herfst is de mooiste tijd in de tuin’

Deze tips zijn een aanvulling op het interview met de beroemde tuinarchitect in het Volkskrant Magazine. Lees het interview hier.

The High Line in New York Beeld Piet Oudolf
The High Line in New YorkBeeld Piet Oudolf
Meer over