Stadsmensen

'Aan de tuin moet wel 't een en ander gedaan worden hoor', had de makelaar bedenkelijk gezegd. 'Doen we', beloofden wij grif....

Naarmate het jaar vorderde bleek onze nieuwe tuin een plantaardige Ark van Noach. Van alle bomen en struiken die je maar kunt bedenken hadden de vorige bewoners er twee gepland. Overdaad schaadt, en zo was het hier ook.

Aan de forsythia's kwamen maar een paar gele plukjes, de lijsterbes kwijnde en de jasmijn bloeide helemaal niet. Maar staan de damesbladen niet vol met tips en wenken voor schaduwtuinen, borders op kleur en van die ijzeren gieters op bemoste steentjes? Zo moeilijk zou het niet zijn.

Ik kocht tuinhandschoenen met bloemetjes erop en begon hier en daar voorzichtig wat te harken. Kees ging naar de tuincursus voor het rigoureuzere werk. Enthousiast kwam hij na de eerste les thuis.

Drie dingen had hij alvast geleerd: Nooit harken, eerst een tuinplan op papier ontwerpen en je moet in je eigen tuin zoveel kratjes bier soldaat kunnen maken als je wilt zonder dat de buren het zien. Een idee dat ons aansprak.

De hark verdween naar de zolder en Kees zat urenlang boven het tuinplan te dromen. Het werd dan ook geweldig. Er was zelfs plaats voor een 'ecologisch verantwoord biotoop' voor salamanders en hagedissen, er zou een rotstuin komen en een kruidentuin.

Op zondagavond verdween het tuinplan doorgaans weer in de bureaula, waarna we de hele week niet meer aan de tuin dachten. De jaren verstreken. De bomen en struiken wuifden in de wind. Groenbemoste steentjes hadden we allang en wat de kratjes bier betreft, zelfs een illegale stokerij was niet meer opgevallen in het weelderige loof. Af en toe gingen we naar het tuincentrum, waar we dan voor tientallen guldens schaduwplantjes kochten. We plantten ze vlug zonder naar het ruisende groen boven onze hoofden te kijken.

Kees bleef vasthouden aan het tuinplan en als hij een keer tijd had. . .

Op een winderige maandagmorgen, terwijl de bomen om het huis akelig kreunden belde ik op goed geluk de eerste de beste tuinman uit het telefoonboek. Hoofdschuddend betrad hij de jungle en keek verbijsterd naar de loopgraven waar de jongens jaren geleden golfoorlogje hadden gespeeld. Nadat hij bijna over een stapel verregende Ducks was gestruikeld stak hij een shaggie op en zei: Eerst vier dagen saneren dan zien we wel.

Vier dagen lang klonk bijna onophoudelijk het geluid van zijn kettingzaag. De vijfde dag kwam hij voetenvegend binnen en lachte: U heeft een prachtige hibiscus ertussen staan, wist u dat?

Beschaamd gaf ik toe dit nooit te hebben geweten.

Ik herinnerde mij wel opeens dat mijn jongste zoon een tijdje geleden met een prachtige rode bloem thuis was gekomen. En op mijn vraag waar hij dat prachtexemplaar vandaan had verbaasd antwoordde: Nou gewoon, mam, uit de tuin!

Marja Sjouken, Zuidlaren

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 128.

Meer over