Soweto verdeeld over succes van toerisme

SOWETO Voor een enkeling wil het nog niet wennen. Neem die blanke toerist, die het geblindeerde raam van de minibus waarin hij zich laat vervoeren heel eventjes open schuift, zijn hand met toestel naar buiten steekt, en snel, op de gok bijna, een foto maakt....

Anderen hebben daarvan geen last. Zij slenteren, al dan niet met een zwarte gids, door de rustige straten. Peter, een jonge Britse toerist tijdens dit WK in Zuid-Afrika (‘ik heb besloten Paraguay toe te juichen’), zit nog aan het ontbijt in het pensionnetje van Anastacia Makgato, om de hoek bij het Nelson Mandela museum.

Makgato verontschuldigt zich. Al sinds gisteravond is de stroom weg, dus toast zal niet lukken. Het maakt de bezoeker niet uit. Hij heeft in zijn eentje door Soweto gewandeld, kwam uit bij pension ‘Thuto’ met zijn vier slaapkamers, en besloot er te overnachten. ‘Grotere gastvrijheid dan hier heb ik zelden meegemaakt.’

De Zuid-Afrikaanse minister van Toerisme, Martinus ‘Kortbroek’ van Schalkwijk, vond dat eerder ook al. Aan de muur van Thuto hangen de dankbrief en de foto’s van het bezoek dat de (blanke) bewindsman vier jaar geleden met zijn gezin aan het pension bracht. Het is een van de trotse bezittingen van Anastacia, net als die grote porseleinen hond, die in een van de kamers in het bad staat.

Toeristische bestemming
Het wereldkampioenschap voetbal moest Zuid-Afrika ook als toeristische bestemming op de kaart zetten. En dat niet alleen voor de hotels en guesthouses die al jaren met succes door blanken worden gedreven, maar vooral ook voor de voorzichtig opkomende zwarte bedrijfjes, zoals in Soweto. Over het succes ervan zijn de meningen in het township behoorlijk verdeeld.

Makgato laat de kaart zien waarop de gasten van de afgelopen weken staan genoteerd. Gemiddeld twee van haar vier kamers, aangeboden via het bemiddelingsbedrijf ‘Match’ van de voetbalbond FIFA, waren in die tijd bezet. ‘Het had natuurlijk beter mogen zijn. Maar ik denk dat we harten hebben veroverd. Een stel uit Finland overnachtte hier en noemt zich nu ‘onze apostels’. Dankzij mensen als zij zal het de komende jaren misschien echt druk worden.’

Toerist Peter weet het: vooral in de Britse pers werd Zuid-Afrika vaker als de hel dan als een toeristenparadijs afgeschilderd. Anastacia: ‘Dan schreven ze dat het Britse elftal bij Rustenburg door slangen zou worden opgegeten. Bij Rustenburg, in de winter! Als ze het nou over Limpopo hadden gehad. Wat een onzin allemaal.’

Overnachting
Maar een bezoek aan Soweto is nog iets anders dan een overnachting. Vraag het Vusi Mathlaba (42). Hij liet zijn hotelletje van veertien kamers, bar en recreatieruimte voor honderdduizend euro opknappen. ‘Nieuwe tv’s, zelfs nieuwe dekens, noem maar op. We hebben ook overal reclame gemaakt. Maar bijna niemand kwam. Ik ben diep teleurgesteld. De regering is volstrekt niet in de ontwikkeling van onze zwarte industrie geïnteresseerd.’

Azwifaneli Ralukake (44) is het hiermee totaal niet eens. Hij runt Fundudzi Tours, een toeristisch transportbedrijfje, en wat hij in centimeters aan lengte mist, maakt hij met zijn tomeloze energie meer dan goed. ‘Het is zo typisch voor ons zwarten. We noemen ons nu vrij, doen een stropdas om en willen eerst een dikke auto. Of de regering daar maar even voor wil zorgen. We zullen het zelf, heel praktisch, moeten opbouwen.’

‘Ik ben ervan overtuigd dat mensen die hier zijn geweest tijdens het WK het enorme potentieel van ons land erkennen’, meent Ralukake. ‘Die boodschap zullen ze dan ook aan anderen overbrengen, en daarvan gaan we profiteren. Nu nog niet meteen. En het is waar, sommige mensen hebben zich met leningen voor toeristische activiteiten diep in de schulden gestoken en zullen het zwaar krijgen.’

Mountain bike
Voor Busi Khambule (33) geldt dit niet. Ze zwaait op straat in Soweto naar een zwarte gids met een mountain bike. De gids heeft een paar Japanners op sleeptouw en ook die gaan op de fiets door het township. ‘Vorig jaar november zijn we met die toertochten begonnen’, vertelt zij. ‘Toen had ik drie fietsen, nu staan er tachtig klaar.’

Niet dat Khambule niets te klagen heeft. ‘Man, ik heb het zo druk!’, zegt ze lachend. ‘Geen moment tijd om eens even te ontspannen. Misschien ben ik wel met de verkeerde man getrouwd’ (een Nederlander, red.). Alsof jullie alleen maar werk, werk, werk kennen. Maar ja, wij (de Nederlanders, red.) gaan natuurlijk wel wereldkampioen worden.’

Een uurtje fietsen kost vijftien euro. De hele dag kan ook, dan krijg je er een stuk brood met vlees en wat patat gratis bij. ’s Avonds zit Khambule alweer achter de computer om de e-mails van mogelijk nieuwe klanten te beantwoorden. ‘En na het WK gaan we marketing doen om de vrienden en familie van die lui hier te krijgen. Het is niet: dat was het dan, bye bye. Het begint pas.’

Meer over