Onze gids dit weekeinde

Singer-songwriter John Hiatt: ‘Niet te lang prutsen, dat werkt voor mij het best’

Na vele maanden binnenzitten, ontdekte zanger/liedschrijver John Hiatt weer de lol van gezamenlijk muziek maken. In vier dagen nam hij zijn 24ste abum op, toen was het geld op. Het is tijd voor zijn herinneringen en inspiratie: van Bob Dylan tot aan Paradiso, Amsterdam.

John Hiatt Beeld David McClister
John HiattBeeld David McClister

John Hiatt (68) is de tel even kwijt. ‘Meer dan twintig dat weet ik zeker, volgens mij is dit album nummer vierentwintig’, zegt hij aan de telefoon vanuit Nashville. Hij woont er al jaren, in de bossen aan de rand van de stad waar hij ook zijn inderdaad 24ste plaat Leftover Feelings heeft opgenomen. Samen met Jerry Douglas, de dobro-speler en lapsteel-gitarist die in de countryhoofdstad van de wereld de reputatie geniet van een van de grootste bluegrass-specialisten.

‘Het was een langgekoesterde wens van me om eens met hem de studio in te gaan, om zonder drummer een akoestische sound neerzetten die toch een beetje rockt.’

Het is, zo zegt hij, alweer meer dan twintig jaar geleden dat hij zijn laatste akoestische gitaarplaat opnam, Crossing Muddy Waters (2000) en ‘dat is toch nog altijd een van mijn geliefdste albums merk ik als ik optreed.’

En een plaat die hij, net als Leftover Feelings, in vier dagen opnam. ‘Dat is een beetje een standaardregel voor mij geworden sinds ik in 1987 met Ry Cooder en Nick Lowe Bring the Family opnam. Niet te lang prutsen, maar het momentum vangen en vastleggen, dat werkt voor mij het beste.

Een andere reden om niet langer dan vier dagen in Nashvilles beroemde Studio B door te brengen waren de kosten. ‘Haha ja, laat ik maar eerlijk zijn, mijn manager had me voorgerekend dat het budget niet meer dan vier dagen toestond. Maar dan zaten Jerry, ik en de jongens wel vier dagen in dezelfde studio waarin Elvis had gezeten en zo ongeveer alle grote country legendes die ik ken.’

Vier dagen genieten, zo beschrijft Hiatt het opnameproces van zijn opnieuw erg aanstekelijke liedjesplaat, waarop hij zijn soulvolle stem laat schitteren. ‘We hadden de studio in oktober. Allemaal getest, mondkapjes op als we naar de wc gingen, geen enkel riscico. En wat waren we gelukkig. Allemaal hadden we al maanden thuis gezeten en waren we bijna vergeten hoe het was om samen muziek te maken. Gewoon als bandje spelen, dat geeft zo’n gelukzalig gevoel. Ik denk dat je dat plezier terughoort op de plaat. Niet alle liedjes zijn even opgewekt, maar volgens mij hoor je overal een soort optimisme of zelfs euforie in terug.’

Onnodig eraan toe te voegen, zegt Hiatt, dat hij niet kan wachten weer echt op tournee te gaan. ‘Ik mis de podia, ik mis het publiek en ik mis het applaus. Maar dat is allemaal egoïsme. Ik moet mijn zegeningen tellen. Ik ben al 35 jaar met dezelfde vrouw en we zijn allebei gezond. Als ik erbij nadenk dat ik al bijna 70 ben dan schrik ik even, want zo voel ik me helemaal niet. Liedjes schrijven gaat wat langzamer dan vroeger, maar ik doe dat ook al meer dan vijftig jaar dus dan kan de bron best eens opdrogen. Er zit nog genoeg vuur en energie in me om nog lang te blijven spelen. Ik heb er zelfs meer zin in dan ooit, maar dat zal voor iedere muzikant gelden. We zitten allemaal al meer dan een jaar thuis. Daar zijn we echt niet voor gemaakt.’

Muziek: Bob Dylan – Another Side of Bob Dylan (1964)

‘Alles begon met Bob Dylan. Ik was een jaar of 13 toen ik naast mijn moeder in de auto zat. We gingen naar de apotheek. De radio stond aan, mijn moeder stapte uit met een recept in haar handen. Ik zie dat beeld nog voor me. De radio stond aan en daar draaiden ze Like a Rolling Stone van Bob Dylan. Ik was verbijsterd. Had echt nog nooit zoiets gehoord. De intensiteit, die stem, die gedrevenheid. Achteraf kan ik wel duiden wat me er zo in aansprak maar toen ik in de auto zat kon ik alleen maar denken: als mama zo terug komt herkent ze me niet. Ik ben iemand anders geworden. Ze zei inderdaad iets als jongen, wat zie je bleek.

Ik was een andere John Hiatt geworden, zo voelde dat echt, en ben meteen alle muziek van Bob Dylan gaan verzamelen. Dat waren toen nog maar een handjevol lp’s. Another Side of Bob Dylan vond ik meteen de mooiste. Verhalende, ogenschijnlijk eenvoudige liedjes met Dylan alleen begeleid door gitaar. Ik ben Dylan altijd blijven volgen, maar dit album heeft altijd het meest voor me betekend. Zo schrijven en zingen, dat wilde ik ook.’

Album van Bob Dylan uit 1964 Beeld
Album van Bob Dylan uit 1964

Jazzmuzikant: Robert Glasper

‘Ik luister graag naar jazz. De klassieke platen van Dexter Gordon en Miles Davis uit de jaren vijftig. En bebop van Charlie Parker en Thelonious Monk. Ik had niet zoveel met nieuwere, meer elektronische jazz tot ik ’s nachts op de radio een keer pianist Robert Glasper hoorde praten over Miles Davis. Hij had een plaat gemaakt Everything is Beautiful waarop hij een ode bracht aan Davis met hulp van Erykah Badu en andere namen uit de soul en r&b.

Glasper praatte er niet alleen heel aanstekelijk over, wat hij liet horen was ook geweldig. Jazz vermengd met soul en funk, en toch heel transparant. Ik ben me in zijn werk gaan verdiepen en tjonge, die man kan echt alles. Elektrisch tekeergaan maar ook heel mooi akoestisch spelen. Echt een ambassadeur voor jazzmuziek die hiphopfans en oude singer/songwriters als ik voor jazz weet te interesseren.’


Robert Glasper  (Artist in Residence, NSJ 2019)  gefotografeerd op vrijdag 12 juli 2019 backstage bij North Sea Jazz Festival, Rotterdam. Beeld Daniel Cohen
Robert Glasper (Artist in Residence, NSJ 2019) gefotografeerd op vrijdag 12 juli 2019 backstage bij North Sea Jazz Festival, Rotterdam.Beeld Daniel Cohen

Boek: James Baldwin – The Fire Next Time (1963)

‘Ik lees best veel. De laatste tijd vooral boeken over de recente Amerikaanse geschiedenis. Met 120 bladzijden is The Fire Next Time niet het dikste boek dat ik gelezen heb. Maar ik herlas het laatst opnieuw toen Baldwin weer in het nieuws kwam omdat er een boek van hem verfilmd was. Twee essays waarin hij de rassenproblematiek bij de horens vat. Het is allemaal helaas nog erg actueel, want er gaat geen dag voorbij of typische gevallen van discriminatie of ongelijke behandeling haalt het nieuws.

Wat Baldwin ook zo bijzonder maakte was zijn verschijning in de media. Het is echt een genot om praatprogramma’s uit de jaren zestig terug te kijken waarin hij aan het woord is. Hij was eloquent en geestig maar vooral iemand die niet over zich liet lopen.’

James Baldwin, The Fire Next Time, 1963. Beeld .
James Baldwin, The Fire Next Time, 1963.Beeld .

Poezie: Raymond Carver

‘Mijn favoriete auteur is Raymond Carver de meester van het korte verhaal. Zijn bundels als Cathedral en What We Talk About When We Talk About Love verslond ik. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig toen zijn werk voor het eerst verscheen, was ik zelf nog erg zoekende naar de juiste manier van schrijven. Carver was een enorme invloed. Zoals hij donker en licht combineerde en in enkele zinnen een karakter een heel leven kon geven dat is ongeëvenaard. Zijn personages blijven ook lang hangen, al zijn de verhalen waarin ze worden neergezet maar enkele bladzijden lang.

‘Onderschat, vind ik, is zijn poëzie. Al kun je de precisie waarmee hij in zijn proza formuleerde ook poëzie noemen. Maar zijn gedichten verdienen wat meer aandacht, vind ik. Een gedicht als Gravy blijft makkelijk overeind naast zijn korte verhalen.

Raymond Carver (1938-1988). Beeld Sygma via Getty Images
Raymond Carver (1938-1988).Beeld Sygma via Getty Images

Film: The Godfather 3 (Recut, 2020)

‘Tuurlijk, de eerste twee Godfather films zijn monumenten in de filmgeschiedenis, en boven alle kritiek verheven. Maar ik wil toch even een lans breken voor het derde deel dat Francis Ford Coppola in 1990 maakte. Ik dacht eigenlijk dat ik daar niet veel aan vond en destijds teleurgesteld de bioscoop verliet.

Maar hij heeft nu een nieuwe versie uitgebracht, een recut. Ik geloof niet eens dat er zoveel aan gesleuteld en hergemonteerd is maar toen ik ’m onlangs met mijn vrouw bekeek waren we allebei verbaasd over hoe goed we het vonden. Knap zoals bijvoorbeeld met kleine aanpassingen het karakter van Michael Corleone ineens meer diepte had.

Ik las ergens dat Coppola een beetje uit verveling de montageruimte in was gegaan. Door Covid-19 kon hij verder toch niks doen. Dan is deze recut misschien wel het enige positieve dat de pandemie de filmliefhebbers heeft opgeleverd.’

Serie: Small Axe (Steve McQueen, 2021)

‘Small Axe is een vijfdelige tv-serie van de zwarte regisseur Steve McQueen over zijn jeugd in de jaren zeventig en tachtig in Engeland. Een beetje oneerbiedig wordt hij bij ons altijd ‘the other Steve McQueen’ genoemd om verwarring met de legendarische acteur te voorkomen, maar dat zal bij jullie eerder andersom zijn.

Het is zo’n goede serie. Vooral de aflevering die Lover’s Rock heet over een dansfeest in 1980. Ik heb echt nog nooit zo’n briljante choreografie van dansende mensen gezien. Vergeet Hollywood uit de jaren dertig, dit is de real thing.

En dan nog die geweldige reggaemuziek daaronder. Ik kan het echt oneindig vaak terugzien.’

Muziek: Toots & The Maytals – Got to be Tough (2020)

‘Sinds de jaren zeventig heb ik een zwak voor reggae en me er in 1979 zelf ook even aan gewaagd op mijn album Slug Line. Maar zo’n liedje als Madonna Road klonk toch een beetje nep. Witte mannen als ik moeten geen reggae nadoen.

De plaat die ik vorig jaar het meest heb gedraaid, iedere keer als ik met de auto boodschappen ging doen bijvoorbeeld, is die laatste van Toots & The Maytals. Toots Hibbert, die helaas vorig jaar overleed, was altijd al een van mijn favoriet zangers maar dit Got to be Tough is echt een ontzettend veelzijdige, feestelijke plaat.

Zo wreed eigenlijk dat hij een van zijn beste platen maakte vlak voordat hij doodging en dus nooit van de ontvangst heeft kunnen genieten.’

Toots & The Maytals: Got to be Tough (2020) Beeld .
Toots & The Maytals: Got to be Tough (2020)Beeld .

Kunst: Mose Tolliver

‘Mijn vrouw en ik hebben het verzamelen van kunst als een soort hobby. Stel je er niet te veel van voor hoor, we gaan niet meebieden op Jeff Koons of zo, daar hebben we het geld niet voor en eigenlijk ook geen interesse in. Maar we zijn wel allebei dol op outsider art. Beeldende kunst gemaakt door kunstenaars die dat doen omdat het moet. Voor hun welzijn, niet omdat ze een opleiding of zo gevolgd hebben. Dat speelse, of naïeve zoals veel mensen het noemen op outsider-artschilderijen spreekt ons zeer aan.

We gaan geregeld naar galerieën, op zoek naar schilderijen waar we vrolijk van worden. Als je een naam wilt, dan noem ik graag Mose Tolliver. Iemand die ’s ochtends opstaat, naar het doek loopt en schildert wat hij in zijn hoofd heeft en dat kwijt wil. Zo zou ik ook best liedjes willen schrijven, en misschien schreef ik mijn mooiste ook wel zo.’

null Beeld Mose Tolliver
Beeld Mose Tolliver

Popzaal: Paradiso, Amsterdam

‘Nederland was het land waar ik voor het eerst echt applaus kreeg en een eigen publiek. Najaar 1979 speelde ik er in het voorprogramma van Southside Johnny. Ik had met Radio Girl een radiohitje, maar alleen bij jullie. Toen ik dat speelde werd er gejoeld en geklapt, dat had ik nooit meegemaakt. Ik werd sindsdien nergens zo hartelijk ontvangen als in Nederland waar ik een jaar later in de band van Ry Cooder opnieuw speelde. Het applaus dat ik in Carré kreeg toen ik zelf een liedje zong, zal ik evenmin ooit vergeten. Maar het begon allemaal in Paradiso, dat kun je best zo stellen.’

Paradiso in Amsterdam. Beeld ANP
Paradiso in Amsterdam.Beeld ANP

CV John Hiatt

20 augustus 1952 Geboren in Indianapolis, Indiana.

1970 Verhuist naar Memphis, Tennessee. Zingt als songschrijver Treemusic Publishing Company 250 liedjes in.

1973 Eerste hit Sure as I’m Sitting Here voor Three Dog Night (1974 16de plaats in Billboard Charts).

1974 Debuutalbum Hangin’ Around the Observatory levert net als opvolger Overcoats (1975) goede kritieken maar geen verkoop op.

1979 Nieuwe start als new-waveartiest met Slug Line. Radio Girl wordt in Nederland een radiohit.

1983 Album Riding with the King, mede geproduceerd door Nick Lowe.

1987 Meest succesvolle album Bring The Family met Ry Cooder, Nick Lowe en Jim Keltner. Have a Little Faith in Me wordt hit, Bonnie Raitt heeft succes met Hiatts Thing Called Love.

1992 Vormt met Cooder, Lowe en Keltner de band Little Village.

2000 Eerste indie-album, het akoestische Crossing Muddy Waters.

2021 24ste album Leftover Feelings verschijnt op New West. Gemaakt met Jerry Douglas Band.

Meer over