Schnitzels aan zee

Met de ondergaande zon op het netvlies en de blote voeten in het zand zou het heerlijk eten moeten zijn aan de Nederlandse kust....

HET verhaal ging, of misschien was het ook maar een vaag gerucht, een lichte fluistering, dat er tegenwoordig zo goed gegeten wordt aan de Nederlandse kust. Niet dat je nou meteen de sterren van de hemel at, maar er viel culinair gezien toch zeker te genieten aan de kust, als je er oog voor had. En over dat oog zouden wij als kenner toch zeker wel beschikken, werd ons zijdelings toegevoegd.

Het klonk als een uitdaging. En al hebben we inmiddels geleerd dat je zo ver mogelijk om uitdagingen heen moet lopen, het lonkte wel, een weekje strand, zee en eten. Voor ons geestesoog verschenen visioenen van bloedrood ondergaande zonnen boven blauwe wateren en goudgele stranden, belegd met uitgelezen hapjes en besprenkeld met fijne wijnen.

Dus pakten we op een winderige maandagochtend het hoognodige bij elkaar en trokken naar de kust. Een week hadden we uitgetrokken voor onze ontdekkingsreis die we in Zeeuws-Vlaanderen begonnen, en beëindigden bij Den Helder. Van tevoren hadden we een lijstje opgesteld van badplaatsen die we dachten aan te doen. We hadden slechts één criterium: het eten moest op het strand gebeuren, met de voeten in het zand en uitzicht op zee.

Met dit uitgangspunt was niets mis, maar we ontdekten al gauw dat we onze taak hadden onderschat. De Nederlandse kust is bezaaid met badplaatsen waarvan vooral de grotere beschikken over handenvol strandpaviljoens die vaak honderden meters van elkaar staan.

Tientallen kilometers hebben we door het rulle zand geploegd en zeker honderd trappen op- en afgelopen om menukaarten en interieurs te inspecteren, voor

aleer we een keuze konden maken. Een tocht die ons steeds zwaarder viel, want, laten we het hoge woord er meteen maar uitgooien, het was om te huilen.

Wat bedoeld was als een lichtvoetig gastronomisch tripje langs de kust, ontaardde in een kruisgang langs walmende fritures en vette pannen. Van Cadzand tot Julianadorp hebben we onze voetstappen in het zand gedrukt, met in ons kielzog een spoor van mishandelde gamba's, taaie zeeduivel, onteerde oesters, gemaltraiteerde roodbaars, dufgekookte krabsticks en een dampende stroom schnitzels, biefstukken, pannenkoeken, frikandellen, gebakken vis, spare ribs en friet, friet en nog eens friet.

De Nederlandse kust lijkt wel een gigantische varkensstal waar de badgasten 's avonds hun koppen over de troggen gooien voor hun dagelijkse portie vette hap. Het is niet eens zozeer de kwaliteit van het eten die ons heeft verbaasd - er is helemaal niks mis met goed gebakken friet en dito vis en er zijn vast en zeker strandtenthouders die wat dat betreft hun vak verstaan - maar vooral het vrijwel volstrekte gebrek aan originaliteit.

Het is dat we zeker weten dat we in een land wonen met een markteconomie, anders zouden we zweren dat ergens een centraal verdeelcentrum is van waaruit de eettenten aan het strand beleverd worden met een beperkt assortiment etenswaren. Die dan bovendien ook nog worden geserveerd met een aan onverschilligheid grenzende liefdeloosheid.

De liefdeloosheid weerspiegelt zich ook in de bouwsels waarin of waaromheen het eten wordt geserveerd. Alhoewel het strand een toeristische topattractie is, komen de meeste strandpaviljoens niet uit boven het niveau van een slordig in elkaar gesmeten bouwkeet, opgeschilderd in schreeuwerige kleurencombinaties waarin wit, geel, rood en blauw de boventoon voeren. Op de meeste stranden waren de mooiste paviljoens die van de reddingsbrigade.

Een aantal dingen zijn ons opgevallen langs de kust. De eerste is dat wij een volk van gravers zijn, maar dat zal niemand verbazen. Ten tweede, verrassender misschien, dat de Chinees, toch dé producent van massavoedsel, opvallend afwezig is aan de Nederlandse stranden.

Ten derde, en dat is de meest trieste vaststelling, dat mooi en lekker niet samengaan. Het lekkerst gegeten hebben we in IJmuiden, dat dankzij Hoogovens over het lelijkste strand van Nederland beschikt. Het mooiste uitzicht hadden we aan het strand van Cadzand, waar schepen af- en aanvoeren richting Antwerpen. Maar daar was het eten weer een dieptepunt.

gfsfc,20,100,25,0E EN BOEK vol gruwelverhalen zouden we kunnen schrijven. In geuren en kleuren zouden we dan vertellen over datzelfde Cadzand, waar een zootje gamba's samen met wat druipende slabladeren roemloos verzopen werd in een door en door gemene zoute kerriesaus. In een moeite zouden we doorgaan over Domburg, waar we roodbaars kregen opgediend onder een dikke laag behangselplak, die volgens de kaart als 'sause Hollandaise' dienst moest doen.

We zouden mismoedig vertellen over Rockanje, waar we ons verheugd hadden op een bezoek aan Dudok aan Zee, maar dat slechts een slap aftreksel is van brasserie Dudok in Rotterdam. Luidkeels zouden we ons beklag doen over Noordwijk, dat zich afficheert als een chique badplaats, waar we ons noodgedwongen moesten overgeven aan - en bijna op - een 'schnitzel sombrero'.

Eenmaal aangestoken door het vuur van verontwaardiging zouden we schande roepen over Scheveningen waar we gegratineerde oesters bestelden, om die edele dieren even later voorgezet te krijgen gesmoord in een plas room met een vaag naar kaas smakend vel. Die ons werden geserveerd door een meisje uit Zuid-Tirol, wier schuld het ook niet was.

En met berusting zouden we verhalen over onze moedeloze zoektocht langs het strand van Zandvoort, op zoek naar iets anders dan het ijzeren repertoire van schnitzels, pannenkoeken en moten zalm, de vis die vroeger nog allure had, maar sinds hij gekweekt wordt niet meer van de menukaarten van goedkope eettenten is af te slaan.

En het was niet omdat we de restaurants erop uitzochten, integendeel, de tenten waar we binnengingen onderscheidden zich qua kaart en inrichting juist in positieve zin van hun omgeving.

We moeten eerlijk bekennen dat we in Noordwijk op het punt hebben gestaan onze expeditie op te geven. We hadden het idee dat we zo langzamerhand wel wisten wat het strand culinair te bieden had en konden ons nauwelijks voorstellen dat zich verder naar het noorden nog pareltjes in het zand verborgen.

De enige reden dat we hebben doorgezet was dat je een expeditie als deze maar een keer onderneemt en dat we hem alleen al daarom moesten afmaken. Een gelukkige keuze, zo bleek achteraf, want er lagen nog wel een paar pareltjes op ons te wachten. Maar daarover later.

Belangrijker dan het opdissen van culinaire gruwelen is het antwoord op de vraag: waarom? Door welk duister complot is het strand een gigantische open snackbar waar je slechts met moeite een fatsoenlijke maaltijd kunt vinden?

Waarom zijn er zo weinig fantasievolle koks die er schik in hebben om op het strand met eenvoudige middelen de stukken ervan af te koken op locaties waar de gemiddelde restauranthouder alleen maar van kan dromen. Is dit soms onze ultieme wraak op de Duitsers die de Noordzeekust bezoeken? Zo ja, dan is deze geslaagd, maar treffen we onszelf er evenzeer mee.

Of is het, zoals een paviljoenbaas in Zuid-Holland beweerde, onze eigen schuld. 'De mensen', zo verkondigde hij met grote stelligheid, willen niks anders. We hebben kinderen bij ons, we hebben haast, we willen om zes uur eten - ook op vakantie! - we willen niet te veel geld uitgeven. Dus krijgen we wat we willen, zegt hij: een 'spare rippie' of een biefstukje met friet, natuurlijk friet.

Dat vinden we weer iets te gemakkelijk. We denken dat het een optelsom is van klanten die weinig eisen plus onverschilligheid, geldzucht en fantasieloosheid aan de kant van de strandtenthouders. Want, zo benadrukte dezelfde strandtenthouder, als het mooi weer is, zit het toch wel vol, wat je ook serveert. Zo bezien is er weinig hoop op verbetering.

Natuurlijk zullen wij vast wat over het hoofd hebben gezien en zal hier en daar wel een veelbelovende strandtent aan onze aandacht zijn ontsnapt. Maar op onze tocht langs de kust kwamen we maar een handjevol tenten tegen waar we met genoegen hebben zitten eten en die bewijzen dat het wel kan. Dat zijn, in oplopende mate van voortreffelijkheid:

Paviljoen Noord in Bergen aan Zee. Niet heel bijzonder, maar wel een mooi turquoise paviljoentje met sanseveria's voor de ramen en cactussen op tafel. Beetje Zuid-Europees aandoend sfeertje, met op de kaart onder andere ganzenlever, warme geitenkaas op salade, risotto met artisjokken en grietfilet met saffraansaus. Lekkere pasta met vis.

Paal 69 in Zandvoort. Helemaal achter op het naaktstrand. Klein, knus ingericht strandhuisje met een bescheiden terras waar eenvoudig, maar met liefde en plezier wordt gekookt. Wij aten er een heerlijke spinazieburger van eigen makelij met een limoen-koriander chutney. Paal 69 hadden we nooit gevonden zonder een tip van een lezeres.

't Zeepaardje in Egmond aan Zee. Een 'echt' restaurant aan zee, met fraai gedekte tafeltjes en flesjes wijn in koelers. Serieuze kaart met spannende vis, zoals carpaccio van lichtgerookte tonijn met zongedroogde tomaten (* 52,50 dus wel aan de prijs) en eendenpaté met zomertruffel. Wij aten prima rode mul met tomatenchutney, basilicumvinaigrette en saffraanaardappeltjes. Het fantasieloze bakje sla en de friet op het strand kieperen. Dineren in stijl aan zee. In de winter wordt de hele tent, inclusief keuken, afgebroken. Laat dus niemand zeggen dat het daaraan ligt.

gfsfc,20,100,25,0Z EEZICHT, IJmuiden. De strandtent die met kop en schouders boven alles uitsteekt. Verreweg de mooiste tent - rode puntdaken met oosters aandoende uitlopers, binnen kleurige slingers, lampionnen en vrolijke tafelzeiltjes - en oergezellig. Koffie en thee zelf pakken, bestellingen worden op afroep geleverd. Fantasierijke kaart met geroosterde geitenkoteletjes, couscous van zeedieren, gestoofd lamsvlees met oude kameel en geroosterde 'vis die er is'. Wij aten verse haringen met citroenen in de buik geroosterd, knapperig geroosterde aardappels en salade. Helemaal af.

Tot slot willen we nog een paar tenten noemen die op een of andere manier boven de grauwe massa uitsteken. Dat zijn Zuiderbad in Noordwijk, dat over een echte kaart beschikt, maar gevestigd is in een stenen pand op het duin en dus hors concours is volgens onze criteria. Hetzelfde geldt voor paviljoen Riche in Zandvoort, waar we een zalige warme geitenkaas op salade aten.

Verder Mambo in Scheveningen, een in Afrikaanse stijl opgetrokken grand café aan de boulevard. De enige die zich tenminste probeert te onttrekken aan de fantasieloze optocht van barakken langs de boulevard.

Woodstock in Bloemendaal aan Zee. De hipste strandtent van Nederland. Een soort hippie-uitdragerij waar je niet veel meer kunt eten dan soep, salade en broodjes, maar wel enig in zijn soort.

Ook in Bloemendaal: Solaris Royal Club. Een nogal snobby strandtent met hoog Club Med-gehalte en harde muziek waar ze een redelijke cassoulet van zomerboontjes met lamsworst serveerden. Niet meteen een aanrader, maar in ieder geval wat anders. Tot slot is Paviljoen Juliana Beach in Julianadorp nog het vermelden waard, waar we rond lunchtijd waren en dus jammer genoeg niet konden bestellen van de goed uitziende menukaart voor 's avonds. Zag er wel gezellig uit.

Twee handenvol pareltjes in een oneindige bak zand. Pareltjes voor de niet-zwijnen.

Meer over