Onze gids dit weekeinde

Ruben Block (Triggerfinger) houdt van bananenplanten, citroen en Dries Van Noten

Triggerfinger-frontman Ruben Block heeft eindelijk het soloalbum gemaakt waar hij al jaren over fantaseerde. In muziekcentrum Trix in Antwerpen vertelt hij wat hij wél leuk vindt aan de winter, waarom citroen zijn favoriete ingrediënt is en hoe hij een tropisch vakantieplekje creëerde aan huis.

Menno Pot
Ruben Block Beeld Daniel Cohen
Ruben BlockBeeld Daniel Cohen

Het moest er een keer van komen: een soloalbum van Ruben Block (50). Na ruim twintig jaar als frontman (en bescheiden stijlicoon) van het Antwerpse rocktrio Triggerfinger was de tijd er rijp voor. De eerste twee singles (Lights en Awake) verschenen halverwege 2021, de rest volgt na de zomer. In het voorjaar is er al wel een concert: 5 april in TivoliVredenburg, Utrecht.

‘Het idee leefde al jaren’, zegt Block, in een rustige hoek van het Antwerpse muziekcentrum Trix. ‘Bij elk album dat je als band maakt, zijn er stukken die niet goed op het album passen, of sowieso niet bij de groep. Daar moet je vroeg of laat iets mee.’

Zijn thuisstudio, even verderop in het district Merksem, wordt verbouwd. Daarom ontvangt hij zijn gasten van de Volkskrant bij Trix. Het is er stil, een beetje desolaat, zoals in de meeste muziekcentra in Europa. Block zou op 18 december optreden in het Utrechtse TivoliVredenburg, maar daar stak het virus een stokje voor.

‘Een rockband heeft een richting, een koers die zich maar moeilijk laat verleggen. Mario Goossens op drums en Paul Van Bruystegem op bas, dat zijn zulke krachtige, dominante muzikanten. Zelfs als we besluiten iets heel anders te doen, wordt het Triggerfinger. Het is wel goed om je daar tijdelijk van los te rukken.’

Hij vloog naar Los Angeles, naar de studio van producer Mitchell Froom, met wie Triggerfinger in 2017 het jongste album Colossus opnam. Met hem werkte Block aan zijn solomateriaal: een enkel liedje waarvan de aanzet al vijftien jaar op de plank lag, maar ook nieuwe nummers.

Geen straffe drums van Mario Goossens, maar ‘samengestelde ritmetracks, opgebouwd uit allerlei samples’. Geen stuwende bas van ‘Lange Polle’ maar gelaagde, sfeerrijke songs.

Blocks soloalbum verschijnt, met enige coronavertraging, tien jaar na de wonderlijke internationale doorbraak van Triggerfinger in januari 2012, toen ze te gast waren in het radioprogramma van Giel Beelen op 3FM. Voor de gelegenheid hadden ze een verrassende cover ingestudeerd: I Follow Rivers van de Zweedse Lykke Li.

Triggerfinger bestond toen al veertien jaar, waarvan bijna een vol decennium in de huidige bezetting. Ze hadden al drie albums op hun naam en genoten een goede live-reputatie in het clubcircuit, met hun loeiende rock ’n roll, waarin de oudere bewonderaars Led Zeppelin herkenden en de wat jongere Queens of the Stone Age.

Het is verleidelijk om nu de uitdrukking ‘de rest is geschiedenis’ te gebruiken. Het publiek sloeg aan op de cover van I Follow Rivers, die als single verscheen en tot ieders stomme verbazing in Nederland, België en Oostenrijk naar de eerste plaats van de hitlijsten schoot – en in Duitsland naar de toptien.

Triggerfinger was zomaar ineens internationaal doorgebroken met een atypische cover. Zo’n grote hit scoorden ze in de tien jaar daarna niet nog eens, maar het bleef een geliefde en succesvolle liveband. Daar is de rek ook nog lang niet uit. Zelfs op Blocks soloalbum kroop het bloed waar het niet gaan kon: Mario Goossens kwam langs om tóch hier en daar wat subtiele drumpartijen in te spelen.

‘Ik wilde geen stok in het wiel van de band steken’, zegt Block. ‘Ik heb het goede moment afgewacht. In de loop van 2018 werd het rustig.’

In de zomermaanden kon hij op ‘wat festivalletjes’ in België optreden en hier en daar wat kleinschalige zaaloptredens doen, bijvoorbeeld in De Roma in Antwerpen, als benefiet voor die zaal, die door corona in zwaar weer was geraakt.

Ruben Block is veel thuis, dezer dagen. Beetje werken in zijn studio. Veel tijd voor Valérie en zijn kinderen. Weekendgids zijn voor de Volkskrant zijn past daar prima bij. Hij neemt zijn taak serieus en heeft alvast wat notities gemaakt.

Tom Wolfe, The Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby (1965) Beeld
Tom Wolfe, The Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby (1965)

Boek:

The Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby, Tom Wolfe (1965)

‘Iedereen die de jaren zestig niet meemaakte, vindt dat jammer, volgens mij. De muziek, de mode, de iconografie, het optimisme. Ik had er graag even een kijkje genomen.

In zijn debuutbundel neemt Tom Wolfe je mee naar die tijd. The Kandy-Kolored Tangerine-Flake Streamline Baby bestaat uit essays over de Amerikaanse jeugd- en popcultuur. Het titelessay gaat over de rage onder Amerikaanse hipsters om hun auto’s te customizen, we zouden het nu pimpen noemen. Er staat een essay in over de lichtreclames in Las Vegas, een verhaal over popproducer Phil Spector, maar ook een stuk over stock car races.

Zo vangt hij de Amerikaanse popcultuur in de breedste zin van het woord. Het is zo vreselijk smakelijk geschreven dat je erdoorheen vliegt, met veel bang!, pow! en kaboom!, zoals dat destijds hip was. In de stukken van Wolfe ga je de Amerikaanse sixties niet alleen begrijpen, maar ook ruiken, horen en zien. Het is zintuiglijk proza. Dichter bij een tijdreis kom je niet.’

Every Breath You Take - The Singles (1986) Beeld
Every Breath You Take - The Singles (1986)

Album:

The Police: Every Breath You Take - The Singles (1986)

‘Mijn moeder deed elke week boodschappen bij de Grand Bazar in Lier, kortweg de GB, een supermarktketen waarvan het assortiment nog weerspiegelde dat het van origine een keten van warenhuizen was.

Terwijl zij de boodschappen deed, hing ik rond bij het speelgoed of de strips. Op wat hogere leeftijd verhuisde ik als het ware naar de platenafdeling. Bij de GB in Lier kocht ik mijn eerste single, Borderline van Madonna (1984), en ook mijn eerste lp: een verzamelalbum van The Police.

Ik zal niet beweren dat ik nog wekelijks naar The Police luister, maar het is wel popmuziek die zijn kracht nooit verliest: het rockt, het is vindingrijk, het is pakkend. En misschien ben ik door The Police wel verslingerd geraakt aan rock in driemansbezetting, zoals we het ook met Triggerfinger doen.’

Bananenplant. Beeld Getty Images/EyeEm
Bananenplant.Beeld Getty Images/EyeEm

Plant:

Bananenplant

‘Thuis, in Merksem, heb ik een kleine studio met een groot raam en een terras ervoor. Dat terras is een van mijn favoriete plekjes en dat heeft een reden: in een grote bloembak, een soort uitsparing in het terras, heb ik bananenplanten geplant.

Die dingen zijn echt ontploft: ze zijn drie meter hoog geworden, met gigantische bladeren. Het is bijna een bos. Zo is een soort tropisch vakantieplekje ontstaan, aan huis, in Merksem!

Ik lees er ’s ochtends in de zon de krant met een taske koffie. Zonnebril op. Heerlijk. ’s Avonds eten we er en kijk ik er met een wijntje hoe de avond valt. Zeker in de coronazomers was ik dankzij mijn bananenplanten toch een beetje op reis. In de winter moet je ze trouwens wel inpakken, in bubbeltjesplastic, want de Vlaamse winterkou overleven ze niet.’

Documentaire:

Lagos Wide & Close (Rem Koolhaas/Bregtje van der Haak, 2004)

‘Een van de indrukwekkendste documentaires die ik de laatste jaren heb gezien, is Lagos Wide & Close van onder anderen Rem Koolhaas, over de Nigeriaanse hoofdstad Lagos, een van de snelst groeiende steden van Afrika en een van de dichtstbevolkte plekken ter wereld.

Je ziet een enorme, straatarme stad waar het verkeer permanent vaststaat. Een nogal hopeloze plek. Maar je ziet ook hoe de bevolking daar oplossingen voor zoekt en zichzelf organiseert. Hoe de markt bijvoorbeeld naar de stilstaande auto’s toe komt.

De film is een ode aan menselijk aanpassingsvermogen. De mensen in Lagos zijn trots op de alternatieve economie die ze hebben geschapen, op hun zelfgecreëerde mogelijkheden. Zo leer je als kijker ook om eens met andere ogen naar zo’n plek te kijken.

Het inspireerde me tijdens het schrijven van het nummer Lights, dat min of meer daarover gaat: anders kijken, een andere invalshoek kiezen. Ik kreeg de tekst maar niet rond, maar na het zien van deze film was hij er ineens.’

Lied:

Sam the Sham & The Pharaohs: Wooly Bully (1965)

‘Voor Triggerfinger heb ik songs met heel concrete teksten geschreven, maar ook abstracte, weirde nummers. Ik houd daarvan. Favoriet in het genre: Wooly Bully van Sam the Sham & The Pharaohs, een flauwekulverhaaltje over een beest, kennelijk een bizon. De Wooly Bully, met ‘two big horns and a wooly jaw’.

Er zit wel iets van een vertelling in, maar het is totaal onduidelijk waar het nou echt over gaat. En het interesseert je als luisteraar ook niet, want je leeft toe naar dat refrein, waarin de woorden, de melodie en de muziek samenkomen. In het refrein klopt alles en doet het er niet meer toe dat de tekst bizar en raar is.

Dat is een essentieel gegeven in de popmuziek: het gaat in de kern niet om de kwaliteit van de muziek of de kwaliteit van de tekst. Het gaat erom dat ze sámen iets opwindends doen, hoe simpel en stompzinnig ze los van elkaar ook zijn.’

Mercedes-Benz Sprinter Beeld Mercedes
Mercedes-Benz SprinterBeeld Mercedes

Passagiersbus:

Mercedes-Benz Sprinter

‘Na ruim twintig jaar Triggerfinger ga ik nog altijd graag op tournee. Dat formuleer ik bewust zo: vooral het vertrekken is fijn, de romantiek van het wegrijden met de bus, met je instrumenten, je spullen, je kleding, je vrienden. Sámen. Daar kan weinig tegenop.

Ik ben dol op vliegen, maar de tourbus vind ik nog fijner. Dat kan een grote zijn, zo’n gehuurde Nightliner voor de langere afstanden, maar we hebben zelf een Mercedes Sprinter voor de wat kortere afstanden. Ik houd van die wagen. We hebben hem wat verruimd, je kunt comfortabel zitten, het voelt als een luxe schoolreis.

Het gevoel van op weg zijn naar de volgende stad waar je gaat spelen, verliest nooit zijn magie. Terwijl ik van mezelf weet dat ik in een tourbus slecht slaap en na een maand, als de vermoeidheid intreedt, mijn lief en mijn kinderen begin te missen. En tóch kijk ik er altijd weer naar uit en realiseer ik me nu hoezeer ik het mis.’

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Vrucht:

Citroen

‘Ik wil iets culinairs tippen, maar wat? Ik kom weinig in restaurants in Antwerpen of ergens anders. Ik kook wel graag, ben dol op sterke smaken en geuren, heb een voorliefde voor chili, maar een favoriet gerecht schiet me niet direct te binnen.

Laat ik het simpel houden: mijn favoriete ingrediënt is citroen. De veelzijdigheid ervan! Je kunt het sap gebruiken, je kunt de zeste gebruiken, het is lekker in zowat elk drankje en op elk gerecht.

Verwarm de oven voor en smijt van alles op de plaat. Ik noem maar wat: zoete aardappels, paprika’s, kikkererwten, feta. Komijn, peterselie en zwarte peper erover. En dan: citroensap en wat citroenrasp – en plots is het een heerlijk gerecht.

Ik heb de laatste jaren geleerd: iets lekkers maken, kost geen moeite. Als één product daarvoor symbool staat, is het de citroen.’

Dries Van Noten Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Dries Van NotenBeeld Gamma-Rapho via Getty Images

Couturier:

Dries Van Noten

‘Ik houd niet van kou, maar één voordeel heeft de winter wel: dan kan ik mijn jas van Dries Van Noten weer dragen. Hij is robuust en gracieus tegelijk en zit als gegoten. Ik trek hem straks aan als ik op de foto ga. Ik heb Dries een klein beetje leren kennen omdat mijn vrouw voor hem werkt, op de mannenafdeling in zijn Modepaleis aan de Nationalestraat, hier in Antwerpen.

Ik heb grote bewondering voor Dries’ gedrevenheid. Wij maken met Triggerfinger eens in de paar jaar een album. Dries ontwerpt tweemaal per jaar twee volledige collecties: een voor mannen en een voor vrouwen. Dat stopt nooit. Hij werkt altijd door. Ik ken niemand die zo constant creatief is.

Een paar jaar geleden had hij een tentoonstelling in het MoMu, het ModeMuseum: Inspirations. Prachtig om te zien hoe hij een eenvoudig gegeven, zoals een bladmotief, verwerkt tot het thema van een collectie, die zowel trendy als stemmig kan zijn. In het Modepaleis Dries Van Noten slaag ik eigenlijk altijd.’

Kunstenaar:

Dennis Tyfus

‘Ik bewonder Kamagurka en Stephen Fry als kunstenaars, maar liever laat ik je kennismaken met een minder bekend Antwerps fenomeen: Dennis Tyfus, een kunstenaar die een heel eigen universum heeft gecreëerd dat gaat van wonderschoon, via hilarisch naar scary as hell, soms binnen één werk.

Hij tekent, schildert, maakt zeefdrukken, waaronder affiches en flyers voor undergroundconcerten, die hij ook zelf organiseert in zijn paviljoen De Nor. Hij richtte het punklabel Ultra Eczema op, schrijft, maakt muziek en presenteert zijn programma Tyfustijd op de alternatieve radiozender Radio Centraal.

Dennis introduceerde het concept van de ‘No choice tattoo’, waarbij de klant de plek en de grootte bepaalt, maar Dennis de tekening. Op de sociale media heeft hij typetjes geschapen als de pedante Italiaanse restauranthouder Tyfoni Cutugno en klusjesman Rutger Bemels.

Dennis is iemand die het waanzinnige, het absurde, het angstaanjagende en het dromerige allemaal combineert in één Tyfuswereld. Ik word daar vreselijk vrolijk van.’

CV Ruben Block

26 juni 1971 Geboren in Lier.

1994 Debuutalbum Headin’ for Vegas met garage-surfband Sin Alley.

1998 Oprichting rockband Triggerfinger.

1998 Oprichting rockband AngeliCo.

2000 Debuutalbum AngeliCo: No Rest for the Wicked.

2004 Debuutalbum Triggerfinger.

2005 Eerste keer Pinkpop.

2008 Album What Grabs Ya?, eerste keer Lowlands.

2010 Album All This Dancin’ Around.

2012 Nummer-1-hit Lykke Li-cover I Follow Rivers.

2014 Nummer-1-album By Absence of the Sun.

2017 Vijfde album Colossus, vierde keer Lowlands.

2018 Vijfde keer Pinkpop.

2021 Solosingles Lights en Awake.

2022 Soloalbum in het najaar.

5 april 2022 Optreden in TivoliVredenburg, Utrecht.

Ruben Block woont in Merksem, Antwerpen. Hij heeft al twintig jaar een relatie met Valérie Matthyssen. Ze hebben elk hun eigen huis, maar zijn meestal samen en hebben twee kinderen: Arthur (16) en Lizzie (13).

Meer over