Interview

Regisseur Luca Guadagnino is een terugvechter: ‘Ik voel me aangetrokken tot vurige persoonlijkheden’

De Italiaanse filmmaker Luca Guadagnino is verliefd op Jeff Bridges, hóúdt van Milaan (nee, maar echt) en hoopt nooit meer te hoeven kijken naar Twentynine Palms.

Luca Guadagnino  Beeld Getty Images
Luca GuadagninoBeeld Getty Images

‘Zoals bij iedereen’, antwoordt Luca Guadagnino, gevraagd hoe zijn coronajaar tot nog toe verloopt. ‘Ik werd dik. En toen ging ik op dieet.’

Toen Italië sidderde voor het virus, sloot de 49-jarige Italiaanse regisseur zich op in zijn appartement in Milaan. ‘Ik had veel om over na te denken, dat scheelt.’

En nu, precies tussen twee virusgolven in, laat hij zich interviewen in een hotel op het Venetiaanse eilandje Giudecca. Flanellen shirt uit de pantalon, bruine leren instappers aan de voeten, uitzicht over de kalme groene lagune.

Er is geen zee van tijd; Guadagnino bezoekt het Venetiaanse filmfestival voor de promotie van z’n nieuwe HBO-serie We Are Who We Are. Om de zoveel tijd voert de taxiboot een verse journalist aan, voor een kortstondig onderhoud met de maker van films als Io sono l’amore, Call Me by Your Name en Suspiria.

Tilda Swinton is er ook, hier in Venetië. De Schotse actrice met wie de cineast zoveel jaar terug een pact sloot, toen hij nog onbekend was. ‘We worden partners in crime’, voorspelde zij, ‘en die crime heet cinema’. En noem haar alsjeblieft geen muze, tenzij je Guadagnino’s zo vrolijke humeur wilt bederven; het is een gelijkwaardige samenwerking.

Toch zal hij Swinton niet noemen in zijn hoedanigheid als Weekendgids voor het Volkskrant Magazine. Iets te voor de hand liggend. Buiten dat: ‘Het is onelegant om één vrouw te noemen, als grootste invloed. Er zijn méér vrouwen die grote invloed op me hebben, of hadden.’

Zijn serie is in Nederland te zien bij het online-platform Mylum. Guadagnino draaide de acht afleveringen hier vlak bij Venetië, op en om een nagebouwde Amerikaanse legerbasis. De échte Amerikaanse basis ligt daar ook, maar daar mocht niet worden gefilmd. We Are Who We Are volgt de belevenissen van twee tieners: legerkinderen, die overzees opgroeien in een gecondenseerd Amerikaanse omgeving in Italië. Fraser, de losbandige puberzoon van twee moeders, van wie er één het gezag op de basis overneemt. En Caitlin, de fiere dochter van een Nigeriaanse moeder en Afro-Amerikaanse militair, die gebiologeerd raakt door Frasers weigering zich te schikken naar opgelegde gendercodes.

De titel, We Are Who We Are, klinkt als een statement. ‘Ja, een statement in de zin van: laat me zijn wie ik ben. Of: ik ben wat ik ben, maar ik wéét niet wat ik ben.’

Guadagnino, zoon van een Siciliaanse vader en een Algerijnse moeder, is een meesterstilist; huizen, mensen, kleding, alles in zijn films oogt even fraai en verzorgd. Hij is ook een rechtgeaard voyeur. Volleerd in het vastleggen en suggereren van verleiding; hoe lust en liefde inwerken op de mens, die achter de façade altijd op drift is, niet weet bij wie hij hoort.

‘Identiteit’, zegt hij, ‘daar gaat het hele leven toch over?’

Zéker in de huidige tijd.

‘Nee, nee. Het ging er altijd al over.’

Als pasgeboren baby, in Palermo, verhuisde Luca Guadagnino naar Ethiopië, waar zijn vader aan de slag kon als schoolmeester. Vijf jaar later keerde het gezin terug naar Italië. Daar werd de jongen ‘il negro’ genoemd, op school. ‘Omdat ik donker ben.’

Zó donker is hij toch niet?

‘Tuurlijk, maar ik kwam vanuit Ethiopië naar Italië. En mijn trekken zijn vrij Arabisch. Dat een ander kind me zo aansprak, raakte me niet. Hij was zwak, niet ik. Het is zwak om zoiets te zeggen. En ik ben iemand die terugvecht. Mijn hele leven voel ik me al aangetrokken tot vurige persoonlijkheden, mensen die precies dat doen: terugvechten.’

Stad: Milaan

‘Het is nu Milaan. Een reden? Iets primitiefs, vermoed ik. Waarschijnlijk eerdere levens, ik weet het niet, ik weet het écht niet. Maar toen ik als 16-jarige in 1987 uit de trein stapte op het station van Milaan, dacht ik meteen: huh, ik kén deze plek! Ik hóú van deze plek! Nooit eerder in Milaan geweest, voor die bewuste dag. Kennelijk kan dat. Ik voelde me hier gelukkig, ineens. En dat gevoel van geluk heeft me nooit meer verlaten.’

De Dom in Milaan Beeld Getty Images/Westend61
De Dom in MilaanBeeld Getty Images/Westend61

Designer: Rei Kawakubo, de Japanse oprichter van Comme des Garçons

‘Als ik één modeontwerper moet kiezen, dan is zij het. En dan stel ik geen van de modeontwerpers die ik persoonlijk ken teleur. Rei Kawakubo is al veertig jaar zó ongelofelijk invloedrijk. Ik was 17 toen ik voor het eerst haar ontwerpen zag voor Comme des Garçons. De kleuren, de vormen, die heftigheid... Over het uiterlijk van dingen kon ik me altijd al verwonderen, en dat kan ook gewoon de vorm van een boom zijn. Eerlijk, met mode heeft het niks te maken. Mode op zich, dat gaat over kapitalisme, over een verkoopsysteem: hoe je ervoor zorgt dat mensen iets willen wat ze niet nodig hebben. In die zin is mode iets walgelijks. Maar als het gaat om de creatie van de vórm, ja dan heb je mij.’

Boek: Bodies that Matter, Judith Butler

Het werk van de Amerikaanse filosoof en gendertheoreticus Judith Butler stut op de gedachte dat genderidentiteit niet op zich staat, maar wordt beïnvloed door patronen in een samenleving. ‘Je kunt stellen dat Butler tot de voorhoede behoorde van het huidige debat over identiteit, maar het gaat mij vooral om de manier waarop ze analyseert: zó bedachtzaam, grondig en radicaal. Ik word altijd een beetje droef als die door haar opgeworpen, titanische filosofische ontdekkingen dan vervolgens zo gebanaliseerd worden in alledaagse genderconversaties. Ze is een reus. En absoluut van invloed op mijn werk. Zélfs esthetisch. Zo knipten we het haar van Chloë Sevigny in We Are Who We Are (de actrice speelt een lesbische kolonel in het Amerikaanse leger, red.) precies zoals het kapsel van mevrouw Butler.’

Judith  Butler Beeld Getty Images
Judith ButlerBeeld Getty Images

Gerecht: Marokkaanse seffa

‘Als je het over eten hebt, denk ik allereerst aan seffa. Heb je dat weleens geproefd? Een Marokkaans dessert, dat bestaat uit gestoomde couscous. Gemengd met water en veel boter, en dan maar stomen, totdat het graan helemaal groot en zacht wordt. En dat eet je dan met melk, honing en kaneel. Echt fantastisch.’

Hij at het als kind al. Guadagnino’s Algerijnse moeder woonde in Marokko, Ethiopië en Italië, en combineerde allerlei verschillende keukens. ‘Dus af en toe kook ik zelf iets wat deel was van mijn opvoeding. Het kan doro wat zijn (de Ethiopische curry, vaak met kip, red.), of Marokkaanse tajine. Dat ik me nooit verbonden heb gevoeld met slechts één enkele eetcultuur ervaar ik als een groot voordeel. Ik ben van overal. In mij zitten Ethiopische, Marokkaanse én Siciliaanse herinneringen opgeslagen.’

Chef: Niko Romito

‘Er zijn veel chef-koks van wie ik hou, maar mijn relatie met Niko Romito is zeer innig. Hij bezit een restaurant met drie Michelinsterren, en ook nog andere restaurants.’

Romito, autodidact en kookwonder uit Abruzzo, werd in 2020 uitgeroepen tot ‘beste Europese chef’. Hij staat bekend om zijn gebruik van lokale Zuid-Italiaanse ingrediënten en ‘simpele’ gerechten, die weinig simpel smaken.

‘Niko bereidt een artisjok, het héét op de kaart ‘artisjok’, en hij serveert je dan ook één artisjok.’ (Romito’s op 90 graden vacuüm-gegaarde signatuurgerecht staat als Carciofo e rosmarino op de kaart: artisjok en een pietsje rozemarijn.) ‘Het ziet er zo simpel uit, op je bord, maar de bereiding luistert enorm nauw en het kost uren om te maken. O, ik ben zo gek op Niko. Van hem heb ik veel geleerd over smaak, over de discipline en striktheid die erbij komt kijken. Toen ik jong was, zo tussen mijn 9de en 12de, was ik vast van plan een chef te worden. Én filmmaker. De keuze tussen die twee verscheurde me. Ik dacht – misschien onterecht – dat ik me op een koksopleiding niet zou kunnen verdiepen in literatuur, dus koos ik toch maar voor een klassiek lyceum. En daarna naar de universiteit, waar ik literatuur en cinema studeerde. Dat werd mijn pad.’

Man: Jeff Bridges

‘Ik dank Jeff Bridges niet meer op de aftiteling van mijn films, zoals ik lange tijd heb gedaan. Nee, dat zou iets te stalkerig worden, nu ik als regisseur een zeker niveau van erkenning heb bereikt. Wat het is met Jeff? Dat gezicht. Hij is zo’n uitzonderlijk fijnzinnig acteur, en ook zo’n mooie man. Ik weet nog precies wanneer ik hem voor het eerst zag, als buitenaards wezen in Starman (John Carpenter, 1984, red.). Ik werd op slag verliefd, en ben dat nog steeds. En dat meen ik: ik blééf verliefd. Ik bedoel: ik geef om meer acteurs en actrices, maar Jeff Bridges... Hem regisseren? O, wanneer hij maar wil, op ieder moment. Ik heb hem nooit ontmoet, maar wel een keer aan de telefoon gehad, gewoon voor een gesprek.’

Guadagnino valt even stil. Dan, met dromerige blik en fluisterstem. ‘Fan-tas-tisch.’

Dans: de filmscènes van de Israëlische regisseur Nadav Lapid

‘Zelf ben ik geen danser, maar als kind zat ik tijdens feesten al naar de dansende mensen te turen, vanaf de bank. Ik kijk graag naar wat ik zelf niet doe, of niet kán doen. Zwemmen is ook zoiets: ik kan het niet, maar het keert wel vaak terug in mijn films. Hoe mensen dansen zegt altijd iets óver die mensen. Alsof ze in die beweging iets van zichzelf blootgeven. En een goede dansscène maken voor een film, dat is misschien wel het állermoeilijkste. Zo vaak oogt het dansen in films nep.’

Guadagnino’s eigen oeuvre kent diverse soms al vermaarde dansmomenten. De hoekige passen van Armie Hammer in Call Me by Your Name, gadegeslagen door de pré-verliefde adolescent Timothée Chalamet. Of Ralph Fiennes’ sublieme Mick Jagger-zonder-ritmegevoel-achtige exercitie in A Bigger Splash. ‘Ralph deed dat groots, toch? Het is een obsessie voor me, ik steek er veel tijd in. Voor een écht geweldige dansscène zou je Synonyms moeten zien, van Nadav Lapid. Op een zeker moment in zijn film zie je twee vrouwen dansen aan de bar. Er zit iets in wat mij zeer intrigeert: hoe film je iemand die danst, maar tegelijk staart naar iemand die óók danst?’

De twee vrouwen in Synonyms (2019) hebben enkel oog voor elkaar, als ze in vrije choreografie sensueel kroegdansen op Here Come the Girls. ‘In Lapids eerdere film The Kindergarten Teacher zat óók al zo’n verbluffend dansmoment, dus ik veronderstel dat hij er beter in is dan ik.’ Guadagnino glimlacht. ‘Maar op een dag zal ik hem voorbijgaan!’

Schilder: Lynette Yiadom-Boakye

‘Er zijn talloze schilders die ik bewonder, maar op dit moment ben ik toch het meest overdonderd door Lynette Yiadom-Boakye. Binnenkort krijgt ze een retrospectief in het Tate in Londen (de tentoonstelling loopt nog, maar het museum is momenteel dicht vanwege het virus, red.). Ken je haar werk? Hier, moet je kijken.’

Guadagnino tikt wat in op z’n laptop, schuift het zoekresultaat naar de interviewer en wijst wat afbeeldingen van schilderijen aan. Die vier bijeen staande zwarte mannen in groene truien, tegen een groenige achtergrond. Of twee vrolijk ballet-achtig dansende zwarte vrouwen, ook in het groen. ‘Die geweldige achtergronden, hoe ze kleur gebruikt. De mensen die ze schildert zijn zó innemend.’

Engste film: Twentynine Palms (Bruno Dumont)

Twentynine Palms schokte me zeer, op een manier die ik zelden heb meegemaakt. En dat terwijl ik de film niet eens zo geweldig vond – wat óók iets zegt over de grote persoonlijkheid van de man die ’m regisseerde: Bruno Dumont. De gedachte alleen al dat ik ’m ooit nog eens zou moeten zien, maakt me doodsbang. Ga ’m níét kijken, zou ik adviseren.’

Twentynine Palms (2003) volgt de bitse en veelal seksuele relatie van een Amerikaanse man en een Russische vrouw, die samen door de woestijn trekken. En eindigt met onbeschrijfelijk geweld. ‘Het is zó extreem dat ik me niet kan voorstellen dat je dit zou maken. De vrijmoedigheid ervan bewonder ik, maar ik weet niet zeker of ik het doel zie. Het laat me niet los. Waarschijnlijk is het een goede film, want ik heb het er nu nog over, vijftien jaar later. Elegante man trouwens, die Bruno Dumont.’

Hobby: tuinieren

‘Ik ben een rusteloos persoon. Maar ooit, op een dag, hoop ik te kunnen genieten van een tuin. Vreemd: mijn gevoel van een volbracht leven is dus juist iets wat nooit constant is. Want geen tuin is ooit af of volbracht. Tuinieren gaat ook niet om ontspanning. Een tuin vraagt een hoop aandacht en zorg. Anders neemt de natuur het over. En een tuin is géén natuur, een tuin is de ontmoeting tussen natuur en de mens. Een artificiële constructie. Maar goed, ik héb dus niet eens een tuin. Nog niet.’

CV Luca Guadagnino

10 augustus 1971 Geboren in Palermo.

1971-1977 Kindertijd in Ethiopië.

Jaren negentig Studies literatuur en cinema aan de Sapienza Universiteit van Rome.

1999 Speelfilmdebuut The Protaganists.

2009 Breekt door met drama Io sono l’amore (Oscarnominatie Beste kostuums).

2013 Documentaire Bertolucci on Bertolucci.

2015 A Bigger Splash.

2017 Call Me by Your Name (Oscar Beste bewerkte script, tevens genomineerd voor Beste film).

2018 Suspiria, bewerking naar Dario Argento’s horrorklassieker.

2020 Salvatore: Shoemaker of Dreams, documentaire over de Italiaanse schoeisellegende Salvatore Ferragamo.

2020 We Are Who We Are, 8-delige HBO-serie.

Meer over