OVER DE GRIEKSE EILANDEN Verdroogde abrikozen op uw naaktstrandje

Naarmate een reisgids meer over Griekenland vertelt, wordt het aantal Cycladen onnauwkeuriger vermeld. Om nog maar te zwijgen van het totale aantal Griekse eilanden....

HOEVEEL TREDEN telt de muilezeltrap van Santorini? Hoe hoog is de Profitis Ilias op Paros? Bestaat Punta nog? En hoeveel Cycladen zijn er eigenlijk?

Vier willekeurige vragen voor negen meer of minder geïllustreerde reisgidsen over de Griekse eilanden. Lastig lijken zulke vragen niet, maar al bij die ezeltrap begint het gedonder. Op vijf plaatsen in de 3414, deels Engelstalige pagina's wordt de trap vermeld. En terecht, want maar weinig Griekse eilanden zijn zo gekmakend mooi als de kraterrand die Santorini is. En dat vulkaaneiland begint nu eenmaal bij de driehonderd meter hoge, rood-zwarte rotswand, daar waar de veerboten aanleggen, en waar ezels op last wachten onderaan de uitgesleten trap naar het stadje Fira ('een slagroomtoef op een moorkop', noteert de ANWB-gids Griekenland, * 33,95).

Een beetje reisgidsenschrijver telt de treden van die trap, zou je denken. Dat oogt betrouwbaar: wie zijn veldwerk zo grondig verricht, zal zich allicht niet vergissen bij het aanprijzen van logies, en in de dienstregeling van veerboten. Maar kijk aan. Waar de overvloedig geïllustreerde Capitool-gids Griekse Eilanden (* 59,90) tot 580 treden komt, telt de Engelse Lonely Planet-uitgave Greece (* 53,00) er twintig méér, net als de gids van Kosmos (Kosmos-Z & K, * 24,90) over de Griekse eilanden. De Dominicus (Gottmer, * 34,90) houdt het op 587 treden, wat nogal precies klinkt en dus wel zal kloppen, te meer omdat ook de Michelin-gids - punctueel in zulke dingen - dat aantal noemt (Greece, Michelin, * 29,75).

De muilezeltest zegt meer over de reisgidsen dan je zou denken. Onveranderlijk laten de gidsenschrijvers boten deinen en vissers boeten, eendrachtig waarschuwen ze voor de melthemi, de plotseling opstekende, harde noordoostenwind. De val van Constantinopel vindt alom in 1453 plaats, en in de regel wordt een fronton van een fries onderscheiden. Maar een tamelijk irrelevant detail als die eindeloze trap (wie de ezels wil sparen, kan ook per kabelbaan omhoog) duikt minder op in gidsen, die al te uitputtend zijn of juist schrijnend beknopt. Het Kosmos-boekje over de Cycladen is bijvoorbeeld net te handzaam, er staat net niks in, afgezien van een broeierige inleiding die de eilandengroep een 'tros miniatuurjuwelen' noemt, waar Grieken dol zijn op klagen, staken en demonstreren zolang ze niet een hele middag in de weer zijn met het leegverkopen van een mandje verdroogde abrikozen 'op uw naaktstrandje' - een kanttekening die even lullig is als de ANWB-waarneming volgens welke Griekse kamaki (versierders) het vooral gemunt hebben op Scandinavische blondines maar 'een Hollandse brunette niet versmaden'.

Van de negen gidsen beperkt alleen het Kosmos-binnenzakboekje zich tot de Cycladen. Het is dan ook de enige gids die met ogenschijnlijke autoriteit weet te melden dat er 24 grotere Cycladen zijn, 32 kleine en 150 piepkleine. De meeste andere gidsen, van de Engelstalige Lonely Planet tot het volumineuze, aangenaam leesbare 'reis-handboek' van Henk Buma, een uitgave van Elmar (* 44,50), komen niet veel verder dan '24 bewoonde' en een wisselend aantal onbewoonde. Bij Michelin zijn het er vijftien, bij Buma 170, nog wat meer bij Dominicus - terwijl de ANWB zelfs bij de bewoonde de plank misslaat ('22'). Naarmate een gids meer Griekenland behandelt, wordt het aantal Cycladen onnauwkeuriger, om nog maar te zwijgen van het totale aantal Griekse eilanden. Dat zijn er tweeduziend bij Kosmos, 1425 bij de ANWB, en 1400 bij Dominicus.

P RECISIE, of het ontbreken daarvan, zegt iets over de toon van een eilandengids. De Engelstalige boeken van Lonely Planet (nuttig voor wie alles wil weten over de Internet-cafés en de varianten van hepatitis) en Rough Guide (The Greek Islands, * 41,45) nemen het wat minder nauw en zijn wat smeuiger dan de Michelin-gids, die braafjes jaartallen noemt ('900 BC: Homer'), maar weer niet weet waar de weinige naaktstranden te vinden zijn en vertelt niet dat het onverstandig is pijnstillers met 'het in Griekenland verboden codeïne' mee te nemen (Lonely Planet).

De peperdure, met foto's, tijdbalken, kaartjes, kadertjes en opengewerkte plattegronden volgestouwde Capitool-gids, biedt heel weinig over heel veel. Capitool tilt niet al te zwaar aan historische details. Pontificaal meldt het eilanden-kookboek dat het oude Santorini in 1425 voor Christus door een vulkaanuitbarsting veranderde van een berg in een krater, waar Buma het op 'circa 1450' houdt, Dominicus op 1475 mikt, Kosmos aarzelt tussen 1450 en 1470, en weer andere gidsen het jaartal veiligheidshalve verzwijgen. Onder het aanroepen van Plato laten de meeste gidsen trouwens niet na te vermelden dat bij die uitbarsting Atlantis verloren ging - een sterk verhaal dat liefst zonder al te veel slagen om de arm dient te worden opgedist. Voor de zekerheid nog een andere muilezeltest: Punta.

Punta, ook wel gespeld als Póunta, is een kommetje strand aan de achterkant van Paros, het naar tijm geurende - zeggen de gidsen - , overwegend kale veerbotenknooppunt in de Egeïsche Zee dat zachtjesaan even duur is geworden als Mykonos. Ooit was Punta een onbedoelde bestemming aan het eind van de verkeerde loopplank, een willekeurige lichtblauwe bus, een halte te vroeg. Punta telde één taverna, meer niet. Men sliep op het strand, wat niet mocht, en bracht de dag bloot door, wat evenmin legaal was, maar dit werd ook begin jaren tachtig door de vingers gezien (illegaal nudisme en strandslapen zijn vergrijpen waarop volgens de ene gids een waarschuwing staat, volgens de andere enkele dagen cachot).

Punta was de mooiste plek op aarde, of dan toch van de Cycladen. Bestaat dat Punta nog?

Buma kent het strand niet,Lonely Planet evenmin. Kosmos noemt het in zijn Cycladen-zakboekje 'lieflijk', maar zegt dat het nabijgelegen vissersdorp Piso Livadi het grootste strand van Paros heeft, hetgeen onzin is: dat grootste strand heet Golden Beach, of Hrysi Akti, en ligt een heel eind verderop. Dominicus heeft nimmer van Punta gehoord, evenmin als Michelin. De Rough Guide kent Punta weer wel, weet ook dat Piso Livadi inmiddels naar de knoppen is geholpen door het massatoerisme, en vermeldt zelfs een partly nudist strand, zij het niet bij Punta, maar in de buurt van het dorp Monastery. Dat ligt een stuk noordelijker op Paros, dichter bij de toeristencentra van de hoofdstad Parikia - waar in een ANWB-stijlbloempje 'talrijke kerkjes hun opwachting maken'. De ANWB meldt dat Punta een strand is in een reeks van baaien die 'bijna allemaal modern (zijn), en zonder of met maar weinig karakter'. Eigenaardig genoeg komt het plaatjesboek van Capitool het verst: Punta heet hier 'een van de beste stranden van de Cycladen, met een relaxed café'.

Het zou mooi zijn als dat nog steeds het geval is, zoals het ook een hele geruststelling zou zijn als de hoogste berg op Paros nog altijd even hoog zou zijn. Zekerheid daaromtrent valt in de negen gidsen niet te verkrijgen. De Profitis Ilias - derde en laatste muilezeltest - is bij Lonely Planet 770 meter hoog, bij Buma een meter hoger, terwijl Kosmos het op 706 meter houdt en Dominicus tot 755 meter komt.

Michelin meet stoicijns 771 meter, en vanwege die 587 treden ga je denken dat dat klopt.

De Griekse Eilanden, Kosmos-Z & K, * 24,90. De Griekse Eilanden, Dominicus-reeks, Gottmer, * 34,90. The Greek Islands, The Rough Guides, * 41,45. Greece, Lonely Planet, * 53,00. Cycladen, Kosmos-Z & K, * 12,95. Griekenland, ANWB, * 33,95. Greece, Michelin, * 29,75. Griekse Eilanden, Capitool, Van Reemst, * 59,90. Reishandboek voor de Griekse eilanden, Elmar, * 44,50.

Meer over