Orang-oetans nemen de tijd voor hun overtocht

Drie jaar werkte de Apenheul in Apeldoorn aan plannen, ontwerpen en aanleg van een accommodatie voor orang-oetans. Het resultaat is een ruim binnenverblijf, buiten omringd door acht eilanden....

Bangelijk staart Sylvia, een van de zeven orang-oetans van Apenheul, minutenlang naar buiten. Ze hurkt onwennig in een deuropening tussen het binnen- en buitenverblijf; sinds kort het riante onderkomen voor de Borneo-variant van de orang-oetans en de nieuwste attractie van Apenheul in Apeldoorn.

Nog altijd schichtig richt ze na een poosje haar aandacht op het dichtstbijzijnde eilandje, een van de acht in het buitenverblijf, die zijn voorzien van twaalf meter hoge, kastanjehouten constructies waarvan de uiteinden in de lucht priemen. Klimtouwen en netten vervangen takken en boomkruinen en elastische palen van glasfiber fungeren als brug tussen de door anderhalf meter diep water gescheiden ronde eilandjes.

Vanaf het binnenverblijf leidt een houten loopbrug, met aan weerskanten informatiepanelen, de bezoeker langs het imitatie-oerwoud. Eveneens houten platforms steken boven de grachten uit en geven de bezoeker het gevoel dat hij dicht bij de orang-oetans kan komen, hen kan aanraken, want de aaibaarheidsfactor van deze mensapen is groot.

Aanraken is niet de bedoeling, bekijken wel. Maar voorlopig is er weinig te zien. Er heerst een onwezenlijke, bijna gewijde sfeer, waaronder een handjevol genodigden, personeel en orang-oetans gebukt lijken te gaan. Gaan vijf uit het Rotterdamse Blijdorp en twee uit buitenlandse dierentuinen afkomstige orang-oetans hun capriolen in het dakloze buitenverblijf vertonen of blijven ze binnen?

De eerste poging om de dieren naar buiten te lokken moest worden afgebroken. De bodem van de eilandjes bleek minder compact dan gedacht en brokkelde af. Drie weken later zijn verstevigingen aangebracht en moet de grond bestand zijn tegen het slopersgeweld van de orang-oetans. Het gaat er nu om of ze op deze laatzomerse ochtend bereid zijn een wildvreemde omgeving te verkennen. Zeker is dat niet. Van onvoorzichtigheid of bravoure in een voor hen onbekend gebied kunnen orang-oetans niet worden beticht.

Sylvia werpt de schroom van zich af en laat zich vanuit de deuropening voorzichtig zakken op een trap. Daar gaat ze, 'geen plukjes gras op de grond verkennend, maar onmiddellijk met een arm reikend naar een klimtouw', zegt Bert de Boer.

De directeur van Apenheul is nog niet uitgesproken of Sylvia blijft doodstil zitten, klimt na een tijdje een halve meter verder en geeft er opnieuw de brui aan.

Inmiddels is Radja met haar tweejarig dochtertje Katja in een andere deuropening verschenen. Net als de drie jaar jongere Sylvia (ze is 33) gaat zij behoedzaam te werk, test de klimtouwen en slingert zich langzaam omhoog met uitgebalanceerde bewegingen. Sylvia pakt nog een metertje en laat zich vervolgens terugzakken naar het gras, waar ze peinzend om zich heen kijkt. Karl, de verwekker van Katja en herkenbaar aan indrukwekkende keel en wangkwabben, lijkt ook aanstalten te maken om naar buiten te komen, maar veel meer dan zijn norse uiterlijk laat hij niet zien.

Radja klimt, met haar dochtertje stevig tegen zich aan geklemd, richting boomkruin; een breed uitgevallen hangmat die daarvoor doorgaat. Sylvia verkent ondertussen het gras van haar eilandje, de woorden van De Boer min of meer logenstraffend. Ze sjort aan de touwen op de grond, die moeten voorkomen dat ze uitglijdt en in het water terechtkomt. Orang-oetans kunnen niet zwemmen, hoewel ze in het wild in het waterrijke primaire en secundaire regenwoud van Borneo en Sumatra voorkomen. Dierentuin-orang-oetans zijn al helemaal niet gewend aan water.

Onverwacht grijpt Sylvia twee klimtouwen en werkt zich als een paracommando omhoog. Karl vertikt het zijn kop buiten de deur te steken.

De Boer wijst op Radja en Katja, die met grote schrikogen de omgeving in zich opneemt, en zegt dat hij volgend jaar 'met behulp van wat trucs' voedselbollen boven de netten in de 'kruin' van de palenconstructie wil aanbrengen. 'Denk aan bollen met gaten die je aan een katrol omhoog hijst. Dat lijkt eenvoudig, maar technisch is het moeilijk uitvoerbaar. Alles moet wel orang-oetanproof zijn.'

Sylvia is inmiddels ook in de kruin aangekomen en toont volgens de onverstoorbare De Boer, die zelf wetenschappelijk onderzoek verrichtte naar de verschillen (onder andere in de kleur van het haar) tussen de Borneo- en Sumatra-orang-oetan, 'duidelijk animo om te verkennen'.

Radja heeft een verrassing in petto. Ze begint te trekken aan de touwen die de palen van glasfiber verbinden en maakt aanstalten de overstap te maken naar het eilandje van Sylvia, die alweer aan de afdaling is begonnen; met een soepelheid die enige verbazing wekt, want evenals Radja is zij twee keer zo zwaar als haar in het wild levende zusters. Overgewicht is een typische dierentuinkwaal.

Radja houdt de spanning erin. Ze zwiept nog eens aan de touwen, doet een stap vooruit, direct gevolgd door twee stappen achteruit en maakt de overstap op het moment dat de toeschouwers de moed opgeven. Ze grijpt een overhellende kastanjehouten paal en 'springt over', klimt ogenblikkelijk naar beneden en voegt zich bij Sylvia.

Einde van een geslaagde overtocht en een minstens zo succesvolle voorstelling, hoewel Karl er niet aan wenst mee te werken. Maar dat komt nog wel, is de verwachting, zoals ook de andere drie in de nabije toekomst wel zullen opdagen. Orang-oetans doen niets overhaast. Het publiek zal geduld moeten hebben, maar in het binnenverblijf valt ook te genieten.

Aan het plannen, ontwerpen en de aanleg van de accommodatie voor de orang-oetans is drie jaar gewerkt. Het ruime binnenverblijf is omringd door acht eilanden. De totale klimruimte bedraagt tienduizend kubieke meter, waarin 160 kastanjehouten - een duurzame houtsoort die in Frankrijk wordt gekweekt - palen van twaalf meter lengte en tien kilometer touw zijn verwerkt.

Via de 'lianen' van glasfiber tussen de eilanden en met behulp van 24 hydraulische deuren, waarvan de orang-oetans er tien zelf kunnen openen door de warmteafdruk van hun hand, kunnen verzorgers elke dag andere routes naar voederplaatsen uitzetten. De grootste klimafstand bedraagt honderd meter en daarmee kunnen zij volgens Caroline Berkhof, woordvoerster van Apenheul, 'een dag vullen'.

Bij de bouw moest rekening worden gehouden met het natuurlijke gedrag van de orang-oetans in hun oorspronkelijke leefgebieden. In tegenstelling tot gorilla's, chimpansees en bonobo's verplaatsen en nestelen orang-oetans zich hoog in de bomen, dertig meter of meer boven de grond. Zij leven tamelijk solitair en nauwelijks in groepsverband, zoals bij de andere drie mensapensoorten het geval is.

'Wij hebben geprobeerd het nieuwe onderkomen zo spannend en uitdagend mogelijk te maken voor de orang-oetans, waarbij wij voortdurend een beroep doen op hun intelligentie', zegt Berkhof.

'Gorilla's, chimpansees en bonobo's maken veel werk van hun onderlinge relaties. Orang-oetans gedragen zich veel meer als eenlingen. Hun verspreidingsgebied is groter en daarin kom je nu eenmaal niet zoveel soortgenoten tegen. Een orang-oetan gebruikt zijn intelligentie om zijn leefgebied met vruchtbomen, lekkere bladeren en de juiste bastsoort te leren kennen. Wij hebben getracht zijn leefgebied zo goed mogelijk na te bootsen.'

Apenheul sluit zijn ogen niet voor de beroerde omstandigheden waarin de orang-oetans op Sumatra en Borneo verkeren. Vooral op Kalimantan, het Indonesische gedeelte van Borneo, zijn als gevolg van de bosbranden in 1997 en 1998 duizenden orang-oetans omgekomen. Apenheul geeft financiële steun aan een project in Sabah, het voormalige Noord-Borneo, om orang-oetans een beschermd leefgebied te garanderen. Ook daarvan wordt de bezoeker op de hoogte gehouden.

Ooit was Apenheul 'een veldje met wat loslopende apen die op je schouder konden klimmen', zoals Berkhof het formuleert. Nu herbergt Apenheul meer dan 35 apensoorten, in totaal ruim vierhonderd exemplaren. Het nieuwe orang-oetan-verblijf en de presentatie er omheen krijgen een voorbeeldfunctie om het informatiegehalte elders in Apenheul te verbeteren.

Het publiek leert spelenderwijs allerlei wetenswaardigheden over de orang-oetan; over zijn wetenschappelijke benaming Pongo pygmaeus bijvoorbeeld: 'Die naam slaat eigenlijk nergens op. Het is niet alleen vreemd dat pygmaeus als typering voor een zo groot dier heeft standgehouden, maar ook voor Pongo had men wel iets anders kunnen bedenken. Pongo is afgeleid van Mpungu, een Congolese naam voor de gorilla.' Orang hutan, wordt de bezoeker voorgehouden, 'is Maleis voor bosmens, maar de bevolking ter plaatse gebruikte die naam vroeger nooit'.

De intelligentie van de orang-oetan wordt met een anekdote geïllustreerd: 'In Edgar Allen Poe's The murders in de Rue Morgue (dat ruim 150 jaar geleden verscheen) moet de Parijse politie achter de identiteit van een moordenaar zien te komen. Volgens het profiel dat de inspecteur van de dader maakt, moet het om een intelligente en bijzonder sterke persoon gaan. Uiteindelijk blijkt de dader een bij een zeeman ontsnapte orang-oetan te zijn.'

Meer over