Opvoedvraag: mijn kind vindt zichzelf dik. Wat nu?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

Anna van den Breemer
null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Mijn 5-jarige dochter wilde haar blauwe trui niet aan. ‘Dan is mijn buik dik.’ Dat hadden meisjes in haar klas gezegd. ‘O, god, begint het nu al?’, dacht ik bij mezelf. Ik moest denken aan de column die Asha ten Broeke ooit schreef over haar dochter van 8 die vertelde dat de kinderen op school haar dik noemen. Hoe reageer je als ouder?

Dit zeggen de deskundigen

Het is een misvatting dat kinderen pas in de puberteit onzeker worden over hun lichaam. Ook op veel jongere leeftijd kunnen ze zichzelf al ‘lelijk’ of ‘dik’ vinden. Vanaf 7 jaar begint het onderling vergelijken en worden ze zich meer bewust van de mening van anderen. ‘Als je kijkt naar Amerikaanse en Europese studies dan is 40 procent van de kinderen onzeker over het uiterlijk’, zegt Junilla Larsen, onderzoeker aan de Radboud Universiteit en auteur van het boek Eetgedrag in balans: Een gezonde eetopvoeding.

Het voorbeeld dat ouders geven is van groot belang. ‘We weten uit onderzoek dat ouders, met name moeders, hun eetstoornis kunnen doorgeven aan hun kind. Dat kan deels genetisch zijn, maar er speelt ook een sociale component mee.’ Kinderen pikken het op als ouders constant aan het lijnen zijn of zichzelf dik noemen. Maar het zit ’m ook in subtielere zaken, meent Larsen. ‘Communicatie is vaak ook non-verbaal. Als een kind ziet dat haar moeder veel voor de spiegel staat, zich tien keer omkleedt en nog ontevreden is, dan is dat ook een signaal.’

Probeer commentaar over het uiterlijk van een kind zo veel mogelijk te beperken, zegt Rian Meddens, orthopedagoog bij psychogoed.nl. ‘Zelfs bij positief bedoelde opmerkingen als ‘wat ben jij mooi!’ koppel je het zelfbeeld van een kind aan hoe het eruitziet.’

Het is heel lastig om een kind op te voeden dat volledig waardenvrij is als het gaat om dik of dun zijn. ‘Je ziet in onderzoek dat peuters al minder de voorkeur geven aan foto’s met dikkere mensen dan aan plaatjes met dunne mensen’, zegt Larsen. Oftewel: het slanke schoonheidsideaal zit diep in onze maatschappij verankerd.

Hoe pak je het aan?

Veel ouders zullen schrikken als hun kind vertelt dat het zichzelf te dik vindt. Het is verleidelijk om direct gerust te willen stellen. Asha ten Broeke schreef hierover: ‘Als ontkenning mijn eerste reactie is, dan bevestig ik impliciet dat dik zijn slecht is, iets om vooral niet te zijn. Dat is een nare en stigmatiserende boodschap en ik weiger om er zelfs maar een vleugje van aan mijn dochter mee te geven.’

In plaats daarvan kun je beter vragen stellen, adviseert Rian Meddens. ‘Hoe kom je daarbij? Heb je dat ergens gehoord? Het is fijn als je kind dit gevoel bij jou kwijt kan. Jij bent de uitlaatklep. En zo ontdek je ook waar de onvrede vandaan komt.’

In menig gezin zal er flink worden gehamerd op een gezonde levensstijl qua voeding en bewegen. En terecht. ‘Probeer je daarbij te richten op het plezier van gezond zijn, niet de nadelen van ongezond zijn’, tipt Meddens. ‘Dus: sporten doen we omdat het fijn is je fit te voelen in je lijf, niet alleen om af te vallen.’ Wil je je kind waarschuwen voor het gevaar van te vaak in de snoeppot graaien? ‘Zeg dan liever niet dat je van veel snoepen dik wordt, maar dat je daar gaatjes in je tanden van krijgt.’

Tot slot: wat zei Asha ten Broeke wél tegen haar dochter? ‘Het is niet belangrijk of je dik bent, of dun (...) Wat telt is niet wat anderen zeggen of wat ze zien, maar wat jij voelt als je rent, zingt, zwemt, speelt, eet. Vier wat je lijf allemaal kan: rol je spierballen, drink warme chocolademelk, dans alsof er niemand kijkt.’

Meer over