Opvoeden

Opvoedvraag: hebben onze overbeschermde kinderen ‘valtraining’ nodig?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Je kind naar een cursus sturen om ‘goed’ te leren vallen. Op het eerste gezicht klinkt het nogal betuttelend. VeiligheidNL, het kenniscentrum voor letselpreventie, maakte eerder dit jaar bekend dergelijke trainingen te gaan aanbieden. Kinderen weten namelijk niet meer hoe ze moeten omgaan met riskante situaties, waardoor er veel meer bezoekjes aan de eerste hulp plaatsvinden dan vroeger het geval was. Zijn ouders te voorzichtig? Hoe stimuleer je avontuurlijk buitenspelen?

Dit zeggen de deskundigen

‘Schoolgaande kinderen van nu bewegen minder dan hun ouders en dat zie je terug in hun motoriek’, zegt Mirka Janssen, lector Bewegen In en Om School aan de Hogeschool in Amsterdam. ‘Kinderen zijn minder sterk, minder flexibel en minder vaardig in bewegen en vooral dat laatste kan leiden tot onnodig letsel wanneer ze vallen. Ze strekken bijvoorbeeld de armen recht vooruit om de klap op te vangen, in plaats van ze te laten meeveren, waardoor ze een polsbreuk oplopen.’

Uit langlopend onderzoek bij dertig Amsterdamse basisscholen blijkt dat zo’n 15 tot 20 procent van de scholieren achterloopt in de motorische ontwikkeling. Die achterstand wordt met de jaren vaak groter. ‘Er is sprake van een negatieve spiraal: kinderen die niet veel bewegen, zijn minder goed in spelletjes en sport, waardoor ze minder plezier hebben en dus nog minder in actie komen.’

Met het lidmaatschap van een sportclub ben je er nog niet, menen experts. Het gaat niet alleen om voldoende beweging, om overgewicht tegen te gaan, maar ook om gevarieerd bewegen, zoals in het liedje Opzij van Herman van Veen (‘rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan’).

De oplossing: in bomen klimmen, van muurtjes springen en andere gekke capriolen uithalen in de buitenlucht. ‘Kinderen leren enorm veel van risicovol spelen,’ zegt pedagoog Martin van Rooijen die trainingen verzorgt over deze vorm van spelen, waarbij de kans op een lichamelijke kneuzing, schaafwond, bult of misschien zelfs een gebroken arm aanwezig is. ‘Een kind heeft die ervaring van trial and error nodig om grenzen te verleggen, kwaliteiten te ontdekken en zo veerkracht, autonomie en weerbaarheid te ontwikkelen. Kinderen leren op een speelse manier om te gaan met kleine teleurstellingen en daar hebben ze de rest van hun leven wat aan.’

Ouders vinden het vaak moeilijk om die vrijheid te geven. Dit wordt door Van Rooijen de ‘paradox van de overbescherming’ genoemd: hoe meer we kinderen beschermen, hoe groter de kans dat het uiteindelijk misgaat omdat zij niet zelf de kans hebben gekregen risico’s aan te gaan.

Hoe moet het dan wel?

Wil je ingrijpen wanneer je kind op een richeltje balanceert, tel dan tot dertig. ‘Je zult zien dat een kind zichzelf vaak prima kan redden’, zegt Van Rooijen. ‘Als hij of zij het zelf weet op te lossen, zie je het zelfvertrouwen van het gezicht en lichaam afspatten.’

In plaats van ‘pas op’, of ‘kijk uit’ te zeggen, is het nuttiger om specifieke aanwijzingen te geven, zegt Mirka Janssen. ‘Bijvoorbeeld als je kind in een hoog klimrek zit: ‘Kijk goed waar je je voet neerzet als je naar beneden gaat.’

Duw kinderen naar buiten, doe de deur dicht en laat ze lekker hun gang gaan, adviseert Van Rooijen. ‘De Nederlandse psycholoog Dolf Kohnstamm noemde dit ooit ‘liefdevolle verwaarlozing’. Als ouder moet je dan wel sterk in je schoenen staan, weet de pedagoog. ‘Uit mijn onderzoek bleek dat ouders het lastig vinden, omdat ze mogelijk erop worden aangekeken door andere vaders en moeders als ze als enigen hun kind alleen naar tennisles laten fietsen.’

‘Goed voorbeeld doet volgen: kinderen uit gezinnen waarvan de ouders zelf regelmatig sporten, bewegen vaker’, zegt Mirka Janssen. ‘Ga samen op pad, niet alleen goed voor jullie band, maar ook voor je eigen gelukshormonen.’

Meer over