Ook zonder Eco valt van Bologna te genieten

Bologna hééft geen monumenten, het is zelf een monument. Een openluchtmuseum dat bruist van leven. Een stad van portalen en torens, met eertijds een skyline zoals New York nu heeft....

PORTALEN. Bochtige portalen, kaarsrechte portalen. Portalen als kloostergangen, portalen als paleisgalerijen. Samen zijn ze meer dan veertig kilometer lang. Ze lopen door het middeleeuwse hart van een unieke Italiaanse stad, die bijna geheel buiten het toeristisch circuit ligt. Iedereen heeft er van gehoord, weinigen zijn er geweest: Bologna.

Bologna heeft geen Colosseum, geen David, geen San Marco-plein. Bologna hééft geen monumenten, het is zelf een monument, met zijn Piazza Maggiore en Neptunus-fontein op de aangrenzende Piazza Nettuno, zijn straten, pleinen, kerken en stadspoorten.

Bologna barst van de cultuur. Hoe komt dat? 'Bologna is vanouds een handelsknooppunt', zegt Gian Luigi Spada, rector van een van de oudste lycea van Italië. 'Daardoor kwamen verschillende culturen met elkaar in contact. Niet toevallig hebben we de oudste universiteit van Europa.'

Dit openluchtmuseum bruist van leven en noodt tot lopen. En lopen, dat doe je op de veredelde stoepen onder de gewelven van de portalen. Ik kijk omhoog en zie de sierlijk beschilderde kruisgewelven van de Banca d'Italia. Ik kijk naar beneden en zie bij het naderen van de Piazza Maggiore een eeuwenoud marmeren trottoir. Ik kijk naar links en zie door een openstaande poort een sprookje van een binnenplaats. Ik kijk naar rechts en zie door de arcades heen hoe de Via Castiglione de bochtige loop volgt van het riviertje dat nu onder de straat stroomt.

Hoe zijn die typisch Bolognese portalen ontstaan? Vanaf de eerste verdieping werden de huizen uitgebouwd boven de straat. Dat uitstekende deel werd ondersteund met schuine houten balken. In dertiende- en veertiende-eeuwse huizen zijn die balken nog steeds te zien. Waarom die uitbouw? Men zegt dat dat deel van het huis was bestemd voor de bewoners die vlak bij de straat moesten zitten: de knechten en de meiden.

Nog voordat Bologna de stad van de portalen werd, was het een torenstad. In de tijd van Dante moet de skyline hebben geleken op die van New York nu. In de elfde en twaalfde eeuw werden zo'n tweehonderd torens gebouwd. Daarmee lieten de rijke families hun macht zien. Hoe hoger de toren, hoe machtiger de familie. Later dienden de torens ook als defensiebolwerk.

Vaak grepen de families boven hun macht. De ondergrond begon te wijken en de toren te hellen, soms al tijdens de bouw. Eind van de vorige eeuw en tijdens het fascisme zijn veel torens geofferd aan de vooruitgang. Maar nog altijd staan er zo'n 25 geheel of gedeeltelijk overeind.

Twee scheve torens zijn symbool van de stad: een stompe die zes eeuwen geleden gedeeltelijk werd afgebroken voordat hij zou omvallen, en pal daarnaast een kromme naald van bijna honderd meter uit het begin van de twaalfde eeuw, de Asinelli-toren. Ik doe mijn plicht. Na 498 treden en anderhalve liter zweet is de beloning groot.

Schuin onder me zie ik het magische complex van Santo Stefano. Dit 'Heilig Jeruzalem' van Bologna is een architectonisch wonder van zeven kerken, zeven kapellen en een klooster, goed voor duizend proefschriften en ideaal voor een film van het type De naam van de roos. Het is verrezen rond een tempel van de Egyptische godin Isis uit het begin van de jaartelling.

Zuilen van deze tempel zijn opnieuw gebruikt in de mysterieuze twaalfhoekige kerk van het Heilig Graf. Ze staan rond een monumentale tombe, een kopie van het Heilig Graf in Jeruzalem. Daarin rust de vijfde-eeuwse bisschop Petronius, de patroon van Bologna. Minder authentiek lijkt me de zwarte zuil waartegen Christus zou zijn gegeseld. Maar de tweehonderd jaar aflaat die ieder bezoek aan de zuil oplevert, is mooi meegenomen.

Petronius heeft aan de Piazza Maggiore zijn grandioze kerk. Hier is Karel V tot keizer gekroond en zijn twee zittingen gehouden van het Concilie van Trente. Maar na zes eeuwen is de basiliek nog steeds niet af. De gevel is grotendeels onbekleed, de absis is rommelig afgesloten, de zijbeuk lijkt op een hoog geamputeerde arm. Het stompje is getransformeerd in een muziekarchief. In die tijdloze omgeving tref ik de Friese organist Liuwe Tamminga.

Hij laat nooit uitgevoerde maquettes van de kerk zien. De San Petronio, vertelt hij, had nog groter moeten worden dan de Sint Pieter in Rome. Paus Julius II vond dat een beledigend plan. In 1506 heroverde hij Bologna. Om uitbreiding van de kerk te voorkomen, liet hij ernaast het 'aartsgymnasium' bouwen. Dat werd het eerste gebouw van de negenhonderd jaar oude universiteit van Bologna.

Tamminga bespeelt sinds 1982 een van de beide orgels van de San Petronio. Hij roemt de milde klank van het ruim vijf eeuwen oude instrument, het oudste orgel van Italië. Daags daarop neemt hij me mee boven het priesterkoor. Hij begint te spelen. Die klank in die ruimte: onvergelijkelijk. Ik voel de eeuwen op me neerkijken.

Tweehonderd meter verder ben ik het die neerkijkt op de eeuwen. Door een splinternieuwe glazen vloer zie ik onder me een pas opgegraven deel van de oud-Romeinse stad Bononia. Schijnwerpers belichten de resten van een gerechtshof, een stuk straat, muren van een toren. De vloer hoort bij de vernieuwde Sala Borsa (beurszaal). Deze grote, in een verbluffende Jugendstil uitgevoerde hal werd vorige eeuw gebouwd in de tuin van de vertegenwoordiger van de paus in Bologna, de kardinaal-legaat.

De nieuwe Sala Borsa is nog niet af. Dit is het grootste en duurste project van Bologna Culturele Hoofdstad 2000. Bovenop het oude Bononia worden in de verblijven en de ex-tuin van de kardinaal-legaat een ultramoderne openbare bibliotheek en mediatheek ingericht. Met verve vertelt ontwerpster Annamaria Brandinelli over deze jongste aanwinst van het Palazzo Comunale, een labyrint-achtig complex waaraan al acht eeuwen wordt ge- en verbouwd.

In deze massieve vesting aan de beide hoofdpleinen van Bologna zou de paus gaan wonen toen hij terugkwam uit Avignon. De geschiedenis besliste dat niet de paus er zich vestigde, maar het gemeentebestuur. Dat maakt de laatste jaren steeds meer plaats voor de cultuur. De uitvoerder van dit nieuwe bestemmingsplan van het immense Palazzo Comunale is architect Roberto Scannavini. Hij heeft er al twee musea ondergebracht: het gemeentemuseum van antieke kunst en een museum gewijd aan de grote Bolognese stilleven-schilder Giorgio Morandi.

Hij is vol van zijn nog lopende projecten in het Palazzo Comunale: de Sala Borsa en een zaal voor exposities en ceremonies. Tegelijk werkt hij aan een soort Centre Pompidou in een oud fabriekscomplex naast de zestiende-eeuwse haven van Bologna, die hij aan de hand van oude gravures heeft opgegraven en weer met water heeft gevuld.

Niet bekend

Grandi: 'Bologna heeft een hoge culturele consumptie, maar een lage culturele productie. Daarvoor willen we in 2000 de structuren creëren. En we willen dat de mensen niet alleen naar Bologna komen voor zijn autobeurs, maar ook voor zijn kunst. Bologna heeft daarover tot nu toe niet gecommuniceerd. Ons 2000-thema is communicatie en informatie. Umberto Eco leidt ons wetenschappelijk comité over moderne communicatietechnieken.' Ik kan getuigen dat het mogelijk is van Bologna te genieten zonder moderne communicatie en zonder Eco.

Meer over