InterviewBoris Dittrich

Onze gids: ‘Pas op mijn 26ste wist ik het zeker: ik kies voor mezelf’

Boris Dittrich. Beeld Els Zweerink
Boris Dittrich.Beeld Els Zweerink

Van Tel Aviv naar Suriname en van Etta James naar Dvoraks grote trom: een tochtje door het culturele sterrenstelsel van Eerste Kamerlid Boris Dittrich.

Er gaat wat heen-en-weer-gemail vooraf aan het gesprek, want Boris Dittrich wil een schoolsysteem (Montessori) en een woonzorgcentrum in Zeist op zijn favorietenlijstje zetten, toch niet de culturele aanraders waar deze pagina’s doorgaans aan zijn gewijd. Maar we komen er tóch over te spreken, bij hem thuis in Amsterdam. Zijn oude school en zijn moeder in het zorgcentrum leiden namelijk naar een belangrijk thema in zijn leven, dat ook een rol speelt in zijn nieuwe boek, Terug naar Tarvod: wanneer erken je dat je homoseksueel bent? Vanaf welk moment durf je te zijn wie je bent?

‘Nog niet op de middelbare school’, zegt Dittrich. ‘Ik had altijd gewoon vriendinnetjes. Er knaagde wel een onbestemd gevoel aan me en ik voelde me wel altijd anders dan anderen, maar ik had daar nog helemaal geen label voor. Ik kende ook geen homo’s, en als er bij ons thuis over gesproken werd, was dat in negatieve zin, alsof het criminelen waren. Ik weet nog dat mijn moeder hardop uit de krant voorlas dat er een jongen in homokringen was vermoord.’

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

‘Toen ik een jaar of 16 was, heb ik eens naar het COC in Utrecht gebeld. Toen er werd opgenomen, viel ik stil, ik wist niet wat te zeggen. Zei een aardige stem: ‘Het is moeilijk, hè?’ Ik legde meteen de telefoon neer, moest huilen om zoveel begrip. En dacht tegelijkertijd: jezus, wat reageer ik hier heftig op, wat is er met me aan de hand?

‘Toen ik 18 was ging ik een jaar in Amerika studeren. Ik nam me voor: dáár zoek ik uit of ik homo ben. Maar in Ohio kreeg ik mijn brief van mijn ouders die me jaren op achterstand zette. ‘Er is iets vreselijks gebeurd in ons gezin’, schreven ze. ‘Je zus heeft verteld dat ze lesbisch is. We willen dat ze naar een psychiater gaat, we zijn ten einde raad.’ Ik zie me nog staan bij de postvakjes met die brief in mijn hand. Ik kán geen homo zijn, besloot ik. Ik mocht mijn ouders niet teleurstellen, ze schreven immers: ‘Gelukkig hebben we jou nog, en krijgen we kleinkinderen van jou.’

‘In Leiden, waar ik na dat jaar rechten ging studeren, had ik vijf jaar lang een vriendin. Pas op mijn 26ste wist ik het zeker: ik kies voor mezelf. Een heel zware, moeilijke coming-out was het: mijn moeder huilde, mijn vader stak een sigaret op en zei: ‘Nu hebben we twéé kruisen te dragen’ – zo werd ik weggestuurd.

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

‘Het is later allemaal goed gekomen tussen ons, maar die eerste jaren was mijn moeder alleen maar bezig met wat ánderen ervan zouden vinden. Toen ik Tweede Kamerlid was en me uitsprak voor het homohuwelijk, zei ze: waarom loop je er zo mee te koop? Pas toen een caissière bij Albert Heijn zei: ‘Boris Dittrich, dat is toch uw zoon? Ik vind dat zo goed van hem, het homohuwelijk, ik wil heel graag trouwen met mijn vriendin’ – pas toen werd ze trots en kon ze van mij en mijn zus houden zoals we zijn. En, zoals het leven vol verrassingen zit: mijn zus heeft twee kinderen gekregen, dus kleinkinderen zijn er toch gekomen. Er is veel pijn geweest in ons gezin, maar gelukkig ook veel geluk.’

Schoolsysteem: Montessori

De Italiaanse onderwijzer Maria Montessori onderwijst een jongetje uit een weeshuis in Rome.  Beeld Ullstein bild via Getty Images
De Italiaanse onderwijzer Maria Montessori onderwijst een jongetje uit een weeshuis in Rome.Beeld Ullstein bild via Getty Images

Boris Dittrich: ‘Het gymnasium begon ik op een grote, katholieke scholengemeenschap in Utrecht, daar ging het helemaal niet goed. Ik was een moeilijke, opstandige puber, in leren had ik geen zin. Misschien omdat het gevoel anders te zijn dan anderen me dwarszat, maar ook omdat het klassikale, onpersoonlijke systeem niet bij me paste. In de vierde bleef ik zitten. We waren inmiddels verhuisd naar Zeist. Daar ben ik op het Montessori Lyceum voor de tweede keer in de vierde begonnen. Ik bloeide er helemaal op. We hadden maar zeven kinderen in de klas, zaten met de leraar om de tafel, je kreeg veel aandacht, daar gedijde ik bij. Eén moment is heel bepalend geweest. De leraar Latijn, meneer de Boone, hield me op de trap staande en zei: ‘Jou wil ik even spreken. Jij kunt ontzettend veel, als in je maar in jezelf gelooft.’ Het klinkt als een gemeenplaats, maar dat gesprekje van nog geen vijf minuten is geweldig belangrijk voor me geweest.’

Woonzorgcentrum: Vredenoord, Zeist

Het Vredenoord Woonzorgcentrum. Beeld
Het Vredenoord Woonzorgcentrum.

‘Mijn moeder heeft de laatste drie jaar van haar leven in Vredenoord in Zeist gewoond, ze was 95 toen ze stierf. Ik was veel bij haar, alle moeilijkheden en onbegrip lagen inmiddels vér achter ons, we spraken met elkaar als vrienden. Dat zorgcentrum heeft diepe indruk op me gemaakt, zo goed en menselijk als ze daar met de bewoners omgaan. Met één verpleegkundige heb ik nog altijd contact.

Er waren ook fantastische vrijwilligers. Eén ervan, laten we haar Jannie noemen, was transgender en duidelijk geboren als Jan. Mijn moeder had dat helemaal niet door, totdat een paar andere oude vrouwen haar opstookten niet meer met Jannie te praten, het was immers tegennatuurlijk wat ‘hij’ had gedaan. Mijn moeder vond dat discriminatie. Toen heeft ze het voor Jannie opgenomen. Ze zei: ‘Ik word nog mensenrechtenactivist op mijn oude dag.’ En ik dacht: goed zo, mama.’

Gebouw: Empire State Building, New York

null Beeld Getty
Beeld Getty

‘Toen ik op mijn 18de een jaar in Ohio studeerde, gingen we met een groepje een dag naar New York. Op het dak van het Empire State Building, 400 meter hoog, waar je bij wijze van spreken over heel de wereld kunt uitkijken, dacht ik: hier wil ik wonen, hier wil ik zijn. Die stad maakte zó’n geweldige indruk.

‘Tegen de tijd dat ik 50 werd, zat ik 12 jaar in de Tweede Kamer. Ik wilde iets anders – mijn vleugels uitslaan, net als vroeger, toen ik naar Amerika ging. Ik solliciteerde bij Human Rights Watch in New York – mijn man is kunstenaar, hij kon zó zijn boeltje oppakken en meegaan –, werd aangenomen en zocht op mijn eerste werkdag het adres: 350 5th Avenue, waar zou dat zijn? Bleek ’t het Empire State Building te zijn. Mijn werkkamer was op de 35ste verdieping, onder dat dak waar ik op mijn 18de stond. Ik ben er zes jaar heel gelukkig geweest. Dat gebouw is voor mij magisch.’

Dier: groene halsbandparkiet

null Beeld

‘Rond mijn 14de gingen we verhuizen van Utrecht naar Zeist. Omdat ik helemaal niet weg wilde uit Oog in Al, de buurt waar ik was opgegroeid en al mijn vriendjes had, kreeg ik als een soort troost van mijn ouders een parkiet, een groene. Dat was fantastisch, hij vloog los door mijn kamer en zat op mijn hoofd. Op een dag heb ik hem op het balkon gezet, is de deksel van zijn kooi door de wind opgelicht en is Davy weggevlogen. Dat vond ik toen heel triest.

Nu zitten er overal parkieten in de stad, in het Vondelpark, vanochtend nog, hier buiten in de boom voor mijn raam. En ik kan het niet helpen: al is het 50 jaar geleden, telkens als ik er een zie denk ik even: hé, Davy is terug.’

Boek: Het verstoorde leven, Etty Hillesum

null Beeld

‘De laatste zes jaar van Human Rights Watch heb ik vanuit Berlijn gewerkt. We zijn inmiddels terug in Amsterdam omdat ik nu senator ben in de Eerste Kamer, maar onze flat in Berlijn hebben we aangehouden. Daar heb ik in maart platgelegen met corona – ik weet bijna zeker dat ik het op het Boekenbal heb opgelopen. Ik ben niet getest, maar ik was ontzettend ziek. Koorts van 40 graden, hallucineren, maar mijn huisarts in Berlijn zei: het is een zware griep. Terug in Amsterdam bleek uit longfoto’s van mijn man – die om een andere medische reden gemaakt waren – dat hij corona had gehad, zonder veel klachten overigens. De radioloog zei tegen mij: ‘En u had het dus ook.’

Enfin, ik had dus veel tijd om te lezen. Het verstoorde leven van Etty Hillesum onder meer. Het had jaren bij me in de kast gestaan, maar ik had het nog nooit gelezen. Wat een ontroerend en belangrijk oorlogsdagboek is dat. Nu wil een projectontwikkelaar het huis waar zij die dagboeken schreef, bij mij in de Concertgebouwbuurt, slopen om er luxe appartementen te bouwen. Dat kán gewoon niet. Ik heb meteen D66 hier in de gemeenteraad benaderd. Zulk cultureel erfgoed moet worden beschermd.’

Stad: Tel Aviv

null Beeld Getty
Beeld Getty

‘Toen ik in 1977 voor het eerst in Israël kwam om drie maanden in een kibboets te werken, zei de taxichauffeur: mijd Tel Aviv, zo’n lelijke stad. Vond ik toen ook, maar nadat ik in Amsterdam mijn man Jehoshua had leren kennen, die uit Israël komt, ben ik er nog talloze keren geweest. Ik heb de stad heel erg zien veranderen, van armoedig en ouderwets naar een mondaine wereldstad met mooie Bauhaus-architectuur die met steun van Unesco is opgeknapt en een prachtige boulevard aan het strand. Er zijn niet zoveel wereldsteden met mooie stranden maar Tel Aviv is er één van. Het is de laatste jaren ook een hotspot voor veganisten geworden – we waren al een tijdje vegetariër, maar Jehoshua is veganist geworden en sinds 1 januari ben ik dat ook.’

Land: Suriname

Een moskee en synagoge in de Keizerstraat van Paramaribo, Suriname. Beeld Hollandse Hoogte / Frans Lemmens
Een moskee en synagoge in de Keizerstraat van Paramaribo, Suriname.Beeld Hollandse Hoogte / Frans Lemmens

‘Een heerlijk land. Om de mensen, die zo hartelijk en vrolijk zijn, om het prachtige binnenland, het oerwoud, de natuur. Ik ben er een paar keer geweest voor Human Rights Watch om er over mensenrechten te praten vanwege die vreselijke Bouterse die er aan de macht is. Een tijdje terug mocht ik een toespraak houden in de synagoge van Paramaribo. Er zaten joden, moslims en christenen in het publiek. Ze discussieerden met elkaar; die diversiteit gaat daar heel goed samen. Dat vind ik zo bijzonder aan Suriname, hoe de bevolking – dus duidelijk níét de regering – er in harmonie met elkaar om weet te gaan. En het eten! Dat is zo lekker. Vooral pom, dat is mijn lievelingsgerecht. Mijn man maakt de lekkerste veganistische pom die er is.’

Film: One Flew over the Cuckoo’s Nest (1975)

null Beeld

‘Misschien ken je hem wel: Jack Nicholson is een psychiatrisch patiënt die in een kliniek met medepatiënten een opstand begint tegen een tirannieke verpleegkundige. Het is heel mooi in beeld gebracht hoe ook een psychiatrisch patiënt over denkkracht beschikt, een mens is die dingen kán en wíl. Die film heeft veel invloed op me gehad. In de tijd dat ik rechter was, kwam ik veel in psychiatrische ziekenhuizen om gedwongen opnames te beoordelen. Door One Flew over the Cuckoo’s Nest heb ik altijd geprobeerd de mens achter de patiënt te blijven zien.’

Artiest: Etta James

null Beeld Redferns
Beeld Redferns

‘Zoek maar eens op: Etta James live in Montreux in 1975, waar ze I’d rather go blind zingt, een prachtig nummer over liefdesverdriet: ik zou liever blind zijn dan je met een te ander zien lopen. James is daar een grote, zwetende vrouw in een soort hobbezak, met die geweldige rauwe stem van haar, zo anders dan Taylor Swift en Dua Lipa en Ariane Grande en Camila Cabello, de grote muziekvrouwen van nu. Die worden op het podium in een bikini gedwongen door de muziekindustrie, ze zijn totaal gepolijst en tot een commercieel object gemaakt. Nee, dan Etta James, die kon tenminste zijn wie ze was.’

Muziekstuk: Slavische Rapsodie #1 van Dvorak

null Beeld Bettmann Archive
Beeld Bettmann Archive

‘Toen ik in Leiden studeerde zei een vriend: we hebben een secretaris nodig in het bestuur van het Nederlands Studenten Orkest, wil jij dat niet doen? Best, maar ik kon geen noot lezen en toen bleek dat ik toch mee moest spelen in minstens één stuk. Toen hebben ze me de grote trom gegeven in de Slavische Rapsodie van Dvorak. Met bloed, zweet en tranen lukte het, in het Concertgebouw, waar mijn ouders in de zaal zaten, dat was een uniek moment. En er kwamen allemaal lijntjes samen: een deel van de recettes stonden we af aan een fonds voor vluchtelingstudenten, waarvan mijn vader, die in 1948 uit Tsjecho-Slowakije naar Utrecht was gevlucht, als eerste student ooit een beurs ontvangen had. En mijn oma bleek ook nog een achternicht van Dvorak te zijn. Maar het is ook gewoon prachtige muziek. Elke keer als ik die grote trom hoor, word ik weer nerveus.’

Kunstwerk: Portrait of a young Nelson Mandela, Marlène Dumas

null Beeld Marlene Dumas
Beeld Marlene Dumas

‘Hij hangt hier in de woonkamer, kijk, litho nummer 38 uit een oplage van 250. In 1988 werkte ik een blauwe maandag in Zuid-Afrika, bij het advocatenkantoor dat Nelson Mandela verdedigde. Op mijn werkkamer daar hing een jeugdfoto van Mandela. Niemand wist hoe hij er op dat moment uitzag, want hij zat toen al jaren in de gevangenis. Later, toen hij president van Zuid-Afrika was, heb ik hem ontmoet in de Tweede Kamer, hij is altijd een heel inspirerende figuur voor mij geweest. Dus toen deze litho van Marlène Dumas geveild werd voor een goed doel, moest ik hem hebben. Het is precies die jeugdfoto uit mijn werkkamer van toen.’

CV Boris Dittrich

21 juli 1955 Geboren in Utrecht

1981 Studeert af in rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden

1981 – 1989 Advocaat in Amsterdam

1989 – 1994 Rechter in Alkmaar

1994 – 2006 Tweede Kamerlid voor D66

2007 – 2019 Directeur bij Human Rights Watch in New York en Berlijn

2011 Eerste fictieboek, thriller Moord en Brand

2016 Thriller W.O.L.F.

Sinds 2019 Eerste Kamerlid voor D66

Van Boris Dittrich is net verschenen de roman Terug naar Tarvod (uitg. Ambo Anthos).

Dittrich is getrouwd met kunstenaar Jehoshua Rozenman en woont in Amsterdam.

Meer over