Beter leven

Niet alle potgrond is goed voor je planten en het klimaat. Waar moet je op letten?

Wil je lekker aan de slag in je tuin of op je balkon? Dan wil je waarschijnlijk ook potgrond kopen. Let echter op: niet alle potgrond is goede grond.

Loethe Olthuis
null Beeld Sophia Twigt
Beeld Sophia Twigt

Om te groeien hebben planten grond met voldoende voedingsstoffen nodig. Planten in potten, bakken en kuipen zijn minder sterk dan tuinplanten. Tuinaarde is te zwaar voor die tere wortels, dus moet potgrond luchtiger zijn. Daarom bestaat de meeste potgrond voor zo’n 80-90 procent uit turf, een plantenvezel met een luchtige structuur, aangevuld met (kunst)meststoffen en bestanddelen als compost, kokosvezel, rijstkaf, klei, schors of kalk.

Veen en turf

Turf is gedroogde veengrond. Veen bestaat uit afgestorven plantenresten, die gedurende duizenden jaren steeds dieper in een drassige bodem zijn gezakt. Veengronden zijn dus altijd vochtig. Vroeger hadden we ook in Nederland uitgestrekte veengebieden, maar die zijn grotendeels afgegraven. Tegenwoordig komt turf voornamelijk uit natuurgebieden in bijvoorbeeld Duitsland, Polen, de Baltische staten en Rusland.

Aan het gebruik van turf kleven behoorlijke nadelen. Want veenafgraving, voor bijvoorbeeld potgrond, leidt tot een flinke belasting van het klimaat en aantasting van natuur en biodiversiteit. In natte veengronden zit namelijk behoorlijk wat van het broeikasgas CO2 opgeslagen. Zolang het veen onder de waterspiegel blijft, is er niets aan de hand. Maar zodra het wordt drooggelegd om af te graven, komt er zuurstof bij, waardoor de CO2 vrijkomt. Bovendien hebben onontgonnen veengebieden bijzondere ecosystemen, met planten en dieren die nergens anders voorkomen. Als het veen is afgegraven, verdwijnt dit ecosysteem. Er blijft er een dood landschap achter, waar lange tijd niets wil groeien.

Liever geen kunstmest

‘Natuurlijk’ is potgrond meestal ook niet. Er zit vrijwel altijd kunstmest in om je plantjes sneller te laten groeien. Maar juist door die snelle groei putten planten zichzelf vaak uit, of gaan ze zelfs dood. In de volle grond, maar ook in potten of bakken, doodt kunstmest het bodemleven, terwijl insecten juist zorgen voor een gezonde samenstelling van de grond én sterke planten. Uiteindelijk worden planten door kunstmest zwakker en vatbaarder voor ziekten dan planten die natuurlijke meststoffen zoals stalmest of compost hebben gekregen. Bovendien is de productie van kunstmeststoffen een energieverslindend proces. Er komen broeikasgassen bij vrij, net als bij veenafgraving, en schadelijke stoffen zoals cadmium en arseen.

Betere grond

Gelukkig zijn er genoeg alternatieven. Van iets beter tot goed, en van voordeliger tot duurder:

  • Potgrond met het RHP-keurmerk. Wel gemaakt van turf, maar het veen mag alleen worden afgegraven in gebieden die al voor de landbouw worden gebruikt en niet in natuurlijke, onontgonnen veengronden. De CO2-uitstoot blijft, maar er worden geen ecosystemen aangetast.
  • Potgrondmerken met minder turf zijn iets beter. Dat kan variëren van 60 procent turf (zoals potgrond met het Quality Mark Good Soil) tot maximaal 75 procent (potgrond met het MPS-keurmerk).
  • Nog duurzamer is biologische potgrond. Daar zit meestal wel turf in, maar geen kunstmest. Er worden alleen (biologische) organische meststoffen in gebruikt, zoals stalmest, compost en soms veren- of beendermeel – restproducten van de biologische veeteelt. Er bestaat ook puur plantaardige biologische potgrond. Maar let op greenwashing! Sommige merken schermen met ‘natuurlijk’ of ‘plantaardig’, maar dat betekent niet dat ze geen kunstmest gebruiken. Op biologische potgrond moet duidelijk ‘bio’, ‘biologisch’ of ‘voor biologische teelt/landbouw’ staan.

Een prima én veel duurzamer alternatief voor turf-potgrond is potgrond van 100 procent gecomposteerde kokosvezels. Let op die 100 procent, want ‘mét kokosvezels’ betekent meestal ook mét turf. Kokosvezels zijn een restproduct van tropische kokosnootplantages. Doordat ze gedroogd en geperst per boot hiernaartoe komen, is de milieu- en klimaatbelasting ervan toch véél lager dan die van turf. Meestal bevat kokospotgrond organische mest en geen kunstmest, maar check de ingrediëntenlijst. De allerbeste keus is biologische potgrond van 100 procent kokosvezel: geen turf en geen kunstmest.

Sommige biologische kwekerijen maken hun eigen pot- en tuingrond. Duurder, maar duurzamer bestaat niet. Zoals de biologische potgrond van Bio-Kultura, van kwekerij Van Houtum in Doorn. Geen turf, wel eigen compost, organische mest, boomschors, kokosvezel en zeewier. Je koopt het online of bijvoorbeeld bij natuurwinkels.

Veen voor brandstof
Het veen in Nederland werd niet voor potgrond afgegraven, maar voor brandstof. Turf is namelijk goed brandbaar. Nog steeds zijn er veel plaatsnamen met ‘veen’ erin en vooral in Friesland heeft de veenwinning uitgestrekte meren achtergelaten.

Meer over