MOZES AAN DE OOSTKAAP

Op de Oostkaap in Nieuw-Zeeland rijden geen bussen, treinen of taxi's. De koerier is de levenslijn tussen de afgelegen dorpjes....

Maori-mop: ik kwam laatst een vriend tegen met een prachtige Europese vrouw. Ze waren verschrikkelijk verliefd. Twee weken later kom ik hem weer tegen, dit keer zonder pake-vrouw. 'Waar is je mooie vriendin gebleven', vraag ik hem. Zegt hij: 'Ze weigerde possum te eten. Toen heb ik haar het huis uitgegooid.'

Possums: de ratten van Nieuw-Zeeland. Liggen regelmatig platgereden op de weg. Het verhaal gaat dat hongerige Maori's ze nog wel eens bakken, met een uitje.

Europese vrouwen: komen af op de Maori's van de Oostkaap. De vrouwen zijn op hun grond uit. Tenminste, dat vertelt een oude Maori-vrouw mij in Ruatoria. 'Ik heb niet één kleinkind dat nog helemaal zwart is', klaagt ze.

Ik hoor de mop aan de Oostkaap van Nieuw-Zeeland. Is 'het land van de lange witte wolk' al een lege bedoening - vier miljoen mensen in een gebied dat vele malen groter is dan Nederland - het kan nog leger. Een verloren hoekje, gelegen tussen Opotiki en Gisborne. Blanke kiwi's gaan er liever niet heen. Geheid dat je auto wordt leeggeroofd.

Op de Kaap rijden geen bussen, geen treinen en geen taxi's. De koerier is de levenslijn tussen de afgelegen dorpjes. Wie wat mee wil geven, hangt een vlaggetje uit. De kaap is omspannen door honderden kilometers paradijselijk strand. Zit geen ziel op. De eindeloos rollende heuvels in het binnenland zijn bevolkt met wilde varkens en possums.

De Oostkaap is van de Maori's. Die jagen op wilde varkens en zitten op hun prachtige land. Verbouwen wat groente, vissen met hun oude motorcruisers en hebben marihuana-tuintjes verborgen in de bush. Ze verdienen er wat zakgeld mee. En gebruiken het zelf natuurlijk.

Er wonen ook wat verdwaalde stadskiwi's, afkomstig uit Auckland. De stad ontvlucht zoeken ze naar rust en ruimte. Ze brengen blowend hun dagen door en lopen liefst op blote voeten. Volgetatoeëerde Maori-mannen rijden rond in stokoude auto's. Spuiten hun gang-naam: Mongrels, Rasta's, op de muren van de verzakte houten huizen. Een snipper stadscultuur in de wildernis.

'Waar zijn jullie geweest? Bij Robin? Ja, die ken ik wel, die is niet van hier, werkt bij de universiteit. En jullie zijn meegereden met George? Goede kerel, vroeger een schapenscheerder. Net gescheiden. Zijn familie woont tussen N. en W.' Een supermarkteigenaar, honderd kilometer verderop.

Mensen zijn een kostbaar bezit op de Oostkaap, er zijn er niet veel. Wie wil werken, trekt weg. De achterblijvers rest, behalve de supermarktuitbater en de snackbareigenaar, een uitkering. De mensen leven in prettige indolentie. De pest voor de Oostkaap volgens koerier George: 'Het leven is hier te gemakkelijk. Vlees uit de bush en vis uit de zee. Het doodt alle initiatief.'

George is deels Maori, halfcast. Een knappe vent. Hij heeft een Britse grootvader. Het is na deze vermenging nooit meer helemaal goedgekomen tussen zijn familie en de andere Maori's. 'Ze zien me niet als een echte Maori.' Zijn familie bezit een lap grond aan zee. George stelt ons voor aan zijn tante. Ze leidt ons rond in haar huis dat is opgebouwd uit aangespoeld wrakhout en scheepsonderdelen. Mag dat'? 'Natuurlijk, het is toch ons land.'

Veel Maori's (spreek uit: Mauwrrries met sterk rollende r) zijn miljonairs zonder geld. Ze bezitten kilometers land, hele rivieren en stukken zee. Op bezoek bij een tot 'de ware heer' bekeerde Maori op blote voeten: 'Dit is mijn land, dat daar achter is van mijn broer, bij die ronde heuvel begint de grond van mijn neef. Alles hier is van mijn familie, zover je kunt kijken en verder.'

Dit tot het grote verdriet van de plaatselijke supermarkt-postkantoor-bakkerij-eigenaar. Hij moet zijn zaak sluiten, de enige in de verre omtrek. De Maori's hebben de baai sinds kort verboden gebied verklaard voor kiwi's. De blanke Nieuw-Zeelanders kwamen er al jaren vissen. Zonder hun nering moet de supermarkt opdoeken. En dat doet ie ook, een week later, staat in de krant.

Maori's zijn geen rotzakken. Ze worden zelf al anderhalve eeuw verjaagd en verbannen. Daar moet nu een einde aan komen, zeggen de Maorileiders. De Nieuw-Zeelandse regering compenseert het Maorivolk 'schoorvoetend' voor de grond die van hen is afgepakt toen Aotearoa een nieuwe kolonie werd van het Britse rijk.

Het dilemma van de regering is dat veel grond voor straf is afgepakt van de Maori's. De stammen aan de Oostkaap namen de wapens op tegen de Engelse kroon. 'Landverraad', noemden de Britten dat. De Maori's hadden zich immers vrijwillig aangesloten bij Engeland. 'Landverraad' was in dit geval: 'heulen met Te Kooti Rikirangi'. De Maori Te Kooti was een vermogend man die van zijn land werd geplukt en verbannen naar een winderig arctisch eiland, samen met nog enige honderden Maori's die de kolonisten liever kwijt dan rijk waren. De Maori's ontsnapten, zeilden terug naar de Oostkaap en eisten hun land terug.

Toen de Britten niet toegaven, begon Te Kooti aan een bloederige veldtocht. Hij maakte er een hele cult omheen. Hij was de nieuwe Mozes die zijn volk net als de Joden uit Egypte had gevoerd. De godsvruchtige Maori's moordden in 1869 de Britse kolonie rond Poverty Bay uit (het huidige Gisborne). Het koloniale leger zette, diep beledigd, de tegenaanval in. De Britse soldaten volgden Te Kooti en zijn heilsoldaten de wildernis in en moesten daar stoppen. Niets ontoegankelijker dan de bush in de Oostkaap. Bovendien zocht Te Kooti inspiratie bij de oorlogstechnieken van het Oude Testament. Met succes, de Britten hebben hem nooit gevangen.

Te Kooti is allang dood en begraven. Hij speelt nauwelijks een rol in de Nieuw-Zeelandse geschiedenis, maar voor veel Maori's van de Oostkaap is hij een held. De Oostkaap heeft nog steeds de reputatie van een opstandige provincie. Een land waar kiwi's nerveus achterom kijken en waar de gevangenis midden in een dorp is gebouwd, als een kerk.

'Maak je geen zorgen. Als iemand probeert je een mes in de rug te steken, krijgt hij met mij te maken.' Deze opwekkende woorden komen van Jimmy, een vijftigjarige Maori. We zijn in Ruatoria, in de pub van het dorpshotel. Wie de slechte reputatie van de Oostkaap wil uittesten, moet naar Ruatoria. Hier woedden twee jaar geleden bloedige gang-oorlogen. Huizen werden in brand gestoken, mensen vermoord. 'Ik zou hier nooit blijven', zegt de koerier wanneer hij ons laat in de middag afzet. We spreken af dat we de volgende ochtend door zijn collega worden opgehaald. 'Als we er niet zijn, dan weet je het hè', grappen we.

Zelf zijn we ook een beetje nerveus. We kunnen niet méér uit de toon vallen: twee lange blonde slungels in een bar vol Maori's. De gasten bestellen bier met karaffen tegelijk, iedereen is al dronken. Debiele drankgezichten. Ontbrekende tanden. Gebroken neuzen. Oude vrouwen hangen dronken over hun glas.

We worden binnen twee minuten geadopteerd door Jimmy en zijn vrienden. 'Zelf niet dronken worden', was ons voornemen, maar ik vraag me af of we een keuze hebben. Ons glas word bijgevuld na elke slok. Om de vier minuten moeten we proostend drinken op onze nieuwe vriendschap. De hillbillies van de Oostkaap zijn sympatiek en hangen ons liefkozend om de nek. We mogen absoluut geen biertje voor hen kopen. Wij zijn hun gasten, gasten helemaal uit Nederland. Nederland? Europa? Ja, wel eens van gehoord. Wanneer Rock the boat, een disco-klassieker, langs komt, moeten we ook nog dansen.

We ontspannen, maar niet teveel. Het kan nog omslaan. De veertiger Will krijgt opeens ruzie met zijn alcoholische moeder. 'Jij moet je niet met mijn zaken bemoeien', jankt ze. Na tien minuten hangen ze weer grienend om elkaars hals. Ze zijn tot elkaar veroordeeld. Moeder en zoon wonen samen in een huis, dat even buiten Ruatoria staat, op een heuvel, samen met de huizen van andere Maori's. 'Wij hebben niet eens elektriciteit', schept Will op. Hij jaagt op wilde varkens in de bush en schiet zo nu en dan wat 'verdwaalde biefstuk'. Een vette knipoog. Soms mag hij mee met Jimmy als die een klusje heeft. Hij noemt zijn vriend 'Dokter Death'. 'Omdat hij kanker heeft en doodgaat', zegt hij, gillend van de lach. Is dat waar? 'Ja, dat is waar', knikt Jimmy, 'maar ik wil er niet over praten.'

We nemen poolshoogte in de vervallen caravan tegenover het hotel. Een walm van oud frietvet komt ons tegemoet. We slenteren door het dorpje. Wrakken van auto's, de gevangenis, verveloze huizen. Een auto rijdt heel langzaam voorbij. Een Maori met lange rastavlechten en een donkerblauw getatoeëerd gezicht kijkt ons aan met toegeknepen ogen. 'Ik wil zo graag een foto maken van zo'n moko (gezichtstatoeage)', zegt Bas. Hij blijft het verzuchten tijdens onze reis rond de Kaap. De eigenaar van zo'n moko is meestal onaanspreekbaar en staat met over elkaar geslagen armen dreigend op de stoep. Daar schiet je snel langs. Wanneer een minder intimiderende Maori een tatoeage heeft, is die beledigd wanneer hij haar om een foto vraagt. 'Alleen om mijn moko zeker.'

We vertellen koerier George over de vrouw die ons een foto weigerde. Hij lacht spottend. 'Die mag niet eens een moko dragen. Daarvoor moet je van hoge afkomst zijn. Veel eer hebben, mana. Ze doet zich beter voor dan ze is. Ik ken haar wel, ze is actief in de Maori-emancipatiebeweging. Iedereen wil Maori zijn.'

Om tien uur stipt worden we uit Ruatoria opgehaald door een nieuwe koerier. 'Did you get peed', vraagt hij. 'Excuse me', vragen we beleefd, 'peed?' 'DID YOU GET PEED, PEED', roept hij. O, dronken, pissed. De bewoners van de Oostkaap spreken hun eigen Engels. 'Che, che bro', is de groet. Je spreidt je vingers uit en steekt ze in de richting van diegene die je wilt begroeten. Als een Amerikaanse hiphopper.

'Gaan we nog naar het Zuid-eiland van Nieuw-Zeeland?' Daar wonen veel Maori's van de Oostkaap. Wie even onvindbaar wil zijn, vertrekt naar het andere eiland. Dat deden ze vroeger al. Of anders verstoppen ze zich in de bush, gegarandeerd spoorloos verdwijnen. Nieuw-Zeeland lijkt zo'n netjes aangeharkt land. Maar wie een voet naast de asfaltweg zet, staat in de jungle.

We maken een kanotocht langs de rivier waarlangs Te Kooti verdween. Het water is glashelder, wit grind op de bodem. De dichtbeboste heuvels wijken alleen uit elkaar voor onze waterweg. Het begint zacht te regenen. Het maakt de heuvels nog dreigender. Ik verbeeld me dat ik trommels hoor, een rooksliert tussen de bomen uit zie stijgen. Te Kooti?

Meer over