Mooi maar rampzalig

Jalta, de befaamde badplaats aan de Zwarte Zee, biedt een mengeling van romantische villa's uit de tsarentijd en afbrokkelend beton van de sovjets....

Door Corine de Vries

Vladimir Lenin staat er behaaglijk onder de palmbomen, met uitzicht op een modern McDonald's-filiaal. Aan roestende kades dobberen luxe witte motorjachten in de helderblauwe Zwarte Zee. Een krakkemikkig kabelbaantje van Sovjetmakelij biedt mooi uitzicht op het zwembad in de tuin van een neoclassicistische villa. De promenade is een bouwplaats. Werklieden met donkere koppen vervangen het afbrokkelende beton en asfalt door sierstenen. Het subtropische Jalta op de Oekraïense Krim is een intrigerende combinatie van vergane glorie en nieuw elan.

De vergane glorie is tweeledig: enerzijds is er het Jalta uit de tsarentijd, waar de Russische schrijver Anton Tsjechov de laatste vijf jaar van zijn leven goeddeels doorbracht, en anderzijds het Jalta van de Sovjet-Unie, met zijn massale betonnen kuuroorden voor de communistische elite. Het nieuwe elan komt voort uit het Jalta dat sinds 1991 deel uitmaakt van Oekraïne en dat de rijke Russen ineens links lieten liggen, dat tien jaar lang verwaarloosd werd en dat nu langzaam een nieuwe identiteit aan het ontdekken is.

Tsjechov, die op 15 juli honderd jaar geleden overleed, hield niet van Jalta. 'De Krimkust is prachtig, het klimaat is heerlijk en er is een goede riolering. Het is hier mooier dan op de Franse Rivièra', zo schreef hij eind 1898 in een brief aan zijn zus. 'Maar verder is het hier rampzalig. Er is geen cultuur. Russische kuuroorden zijn vreselijk arm, en daarom zo saai. Tergend saai.'

Tsjechov was door zijn artsen verbannen naar dit 'heet Siberië', zoals hij het zelf noemde. De schrijver leed aan tuberculose. Zijn verblijf in de subtropen mocht niet baten, hij stierf in de Duitse badplaats Badenweiler. Ondanks al zijn ergernissen schreef Tsjechov in Jalta zijn beroemdste werken, waaronder De Kersentuin en de Drie zusters. Maar in brieven aan zijn broer en zus klaagde hij steen en been. Het klaagde dat hij in Jalta niet naar het theater kon, dat hij er geen fotorolletje kon laten ontwikkelen en over de oppervlakkige goklust en drankzucht van de Russische kuurgasten. Maar bovenal miste hij zijn geliefde, de actrice Olga Knipper, die meestal in Moskou op de planken stond.

Wat is er nog over van het Jalta zoals Tsjechov het kende? Tsjechovs houten witte villa met roze veranda is nu een museum. Zijn schrijftafel staat er nog, net als het bankje waarop hij discussieerde met zijn revolutionaire vriend Maxim Gorki. Aan de muur hangt de telefoon waarop Lev Tolstoj hem enkele keren belde. De overdadig groene tuin is ooit door Tsjechov zelf aangelegd. Maar het uitzicht is vervuild door betonnen flats en een elektriciteitscentrale.

Veel mooier is het panaroma dat zich ontvouwt op het terras van Tsjechovs datsja in Goersoef, achttien kilometer ten noordoosten van Jalta. Dit idyllische buitenhuisje aan een baai tussen grillige rotsen is nu als museum te bezichtigen. Toen Tsjechov het in 1901 van een Krimtataar kocht, mocht bijna niemand ervan weten. Hier ging hij naartoe als zijn vrouw Olga er was. En als hij zijn bezoek wilde ontvluchten.

Want Tsjechov was rond de eeuwwisseling al een gevierd schrijver. Iedere Rus van stand die naar de Krim kwam, bracht hem een bezoek. 'Het is mijn eerste dag terug in Jalta, maar ik ben alweer volledig verdronken in het lokale kuuroordleven', schreef hij in 1901. 'Bezoekers, bezoekers, bezoekers. Ik kom niet aan schrijven toe. Ze verpesten mijn humeur. Eén man zit de hele dag in mijn studeerkamer.'

In Tsjechovs tijd was Jalta al een bekend vakantieoord, maar het massatoerisme kwam op gang onder de communisten. Sovjetleider Chroetsjov nam Lenins woorden 'Communisme is de som van Sovjetmacht en elektriciteit' letterlijk en liet er de langste en hoogste trolleybuslijn ter wereld aanleggen. Nog altijd pendelen er veertig jaar oude trolleybussen van het treinstation in Simferopol dwars door de bergen naar het centrum van Jalta, over een afstand van 112 kilometer.

De communisten eigenden zich de villa's van de rijken toe en veranderden die in kuuroorden. De residentie van de tsaren, het Livadia-paleis, werd een kuuroord voor boeren. Op deze locatie vond in 1945 de beroemde Jalta-conferentie plaats, waarbij Stalin, Churchill en Roosevelt een nieuwe indeling van Europa bedachten.

De kustrit naar Livadia voert langs tientallen ommuurde landgoederen. Het zijn kuuroorden die namen dragen van voormalige Sovjetrepublieken waar de hoge ambtenaren met hun gezinnen vakantie vierden, of namen van beroepsgroepen zoals 'Acteur' en 'Mijnwerker'. De mijnwerkers komen hier nog steeds, maar veel andere kuuroorden zijn inmiddels voor iedereen toegankelijk en vreselijk verwaarloosd. 'Acteurs en beroemdheden komen hier niet meer', verzucht onze chauffeur, 'die gaan liever naar de Seychellen of Hawaii.'

Toen de villa's waren verdeeld, deed het beton zijn intrede op de Krim. Overal langs de kust staan hoge betonnen vakantiefabrieken, met liften of kabelbanen die leiden naar typische sovjetstranden: stenenstranden met om de vijftig meter een lange betonnen pier. Opvallend veel hotels zijn nooit voltooid: het zijn betonnen skeletten vol roestvlekken, vergane glorie op z'n best.

Toch lijkt, dertien jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, het tij voor de Krimkust langzaam te keren. Tussen de ruïnes verrijzen nieuwe, kitscherige villa's in pasteltinten. Opvallend veel historische panden staan in Jalta in de steigers. Er komen steeds meer buitenlandse toeristen, vooral Duitsers en Turken. En ook de Rus begint de voordelen in te zien van visumloos reizen naar een oord waar de bevolking zijn taal machtig is.

Net als Tsjechov honderd jaar geleden. Die had ook naar de Rivièra of de Italiaanse kust kunnen gaan om zijn tuberculose te bestrijden. Vanwege de relatief korte afstand en het natuurschoon koos de schrijver echter voor Jalta – ondanks het gebrek aan cultuur. In februari 1904, enkele maanden voor zijn dood, schreef hij in een brief aan zijn broer dat de lente op de Krim al begonnen was. 'De lente is hier uitzonderlijk poëtisch. Heel fijn en ontroerend.'

Meer over