Opvoeden

Mees uit de tv-serie Oogappels noemde zijn moeder een ‘kutwijf’. Hoe reageer je op een scheldende puber?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

In het kader van ‘goed beslagen ten ijs komen’ kijk ik als moeder van jonge kinderen graag naar de tv-serie Oogappels, waarin puberdrama in vele gedaanten voorbij komt. Dat het niet bij rollende ogen en onenigheid over huisarrest blijft, blijkt wel uit de scène waarin tiener en lastpak Mees zijn moeder (gespeeld door Bracha van Doesburgh) tijdens een ruzie uitscheldt voor ‘kutwijf’.

Is het normaal dat tieners thuis scheldwoorden gebruiken? En wat doe je als je kind je uitscheldt?

Dit zeggen de deskundigen

‘Veel jongeren zijn bezig met straattaal en vloeken hoort daar vaak bij’, zegt Jelle Jolles, emeritus hoogleraar neuropsychologie en auteur van Leer je kind kennen. Over ontplooiing, leren, denken en het brein. ‘Voor jonge tieners is dit taalgebruik nieuw en daardoor interessant. Door de taal van leeftijdsgenoten over te nemen krijgen ze het gevoel erbij te horen. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat jongeren woorden gebruiken waarvan ze de betekenis helemaal niet kennen. Dat leren ze pas later.’

Aan ouders de nobele taak om uit te leggen wat het effect van grof taalgebruik is. En om duidelijk te maken dat er in een vriendengroep wellicht andere gedragscodes gelden dan thuis. Is het soms ook een kwestie van het uittesten van de ouders? ‘Dat komt zeker voor, maar de meeste kinderen doen het niet om hun ouders te pesten’, zegt Jolles. ‘Ze kopiëren hun sociale omgeving en zijn zich op dat moment nog niet goed bewust van de consequenties.’

Hoe pak je het aan?

Ouders hoeven grof taalgebruik zeker niet over hun kant te laten gaan. Jolles: ‘Als ouder geef je constant feedback over de consequenties van het gedrag van je kind.’ Autoritair reageren met: ‘Dit accepteer ik niet!’ is vaak niet enorm effectief, zegt Jolles. ‘Ga het gesprek aan, liefst met humor.’ Stel je als ouder kwetsbaar op om te laten merken dat lelijk taalgebruik je pijn doet. ‘Zeg: als jij vervelende woorden gebruikt, voel ik me beledigd of verdrietig. Of zeg: ik begrijp best dat je ons dom vindt, maar wij houden van je en zorgen ervoor dat de ijskast is gevuld. Dus laten we de sfeer een beetje redelijk houden.’

Wanneer je als ouder wordt uitgescholden, is het dan niet logisch dat je wél boos reageert? ‘Die emotie is terecht en het is begrijpelijk dat je uit je slof schiet’, zegt Jolles. ‘Als later de gemoederen zijn bedaard, kun je erop terugkomen: ik was even boos en ik wil uitleggen waarom.’

Noemt een kind zijn moeder ‘kutwijf’, zoals in Oogappels, dan is er al een duidelijke grens gepasseerd, meent Jolles. ‘Er gaat een fase aan vooraf waarin de ouder misschien niet sterk genoeg heeft gereageerd op grof taalgebruik.’

Saskia Smith, co-auteur van het boek Handboek voor beginnende puberouders, gebruikt zelf altijd de mantra ‘het is niet persoonlijk, het is niet persoonlijk, het is niet persoonlijk’. Dat helpt om kalm te blijven. ‘Ze ventileren slechts hun frustraties, verdriet of boosheid.’ Wat niet betekent dat Smiths kinderen zomaar alles mogen roepen. ‘Jij bent stom, ik haat je, jij bent zóóó irritant: dat soort dingen laat ik van me af glijden. Maar ‘kutwijf’ accepteer ik niet, want dat vind ik te ver gaan. Ik leg dan uit waarom en meestal snappen ze het wel.’

In haar handboek komt Smith met enkele geruststellende woorden: ‘Denk niet meteen dat je hopeloos hebt gefaald als opvoeder als je kind thuis vervelend is. Hoe je kind zich gedraagt bij anderen voorspelt veel beter hoe ze zich tot volwassenen ontwikkelen. Thuis zijn pubers op hun allervervelendst, en dat is een goed teken. Het geeft aan dat ze weten dat jij toch wel van ze houdt, ondanks alles.’

Meer over