Mappa Mundi

Miss Guy zuchtte, alsof ze de vraag voor de duizendste keer moest beantwoorden, wat waarschijnlijk ook zo was. Nee, zei ze, Holland staat er niet op....

Vreemd, zei mevrouw Guy, vooral Nederlanders vragen dat, of hun land er ook opstaat. Alsof ze denken: we hebben ervoor betaald om die kaart te zien, dan willen we er ook opstaan. Ze keek nog eens goed, alsof ze hoopte Holland alsnog te ontdekken. Ik denk dat de maker Holland niet belangrijk genoeg vond, zei ze.

Ze was een vriendelijke, gedistingeerde oude dame, die tekst en uitleg gaf aan mensen die kwamen kijken naar de Mappa Mundi. Dat was een middeleeuwse wereldkaart. Middeleeuwse wereldkaarten, daarvan waren er op de hele wereld nog zeker duizend. Maar geen ervan was zo mooi, zo groot en zo gedetailleerd als de Mappa Mundi van Hereford.

De Mappa Mundi was wereldberoemd, was me verzekerd. Maar kennelijk wisten maar weinig mensen dat ze aan de wand hing in Hereford, een kleine stad aan de grens met Wales. Ik was tenminste de enige betalende bezoeker.

Mevrouw Guy hield van de Mappa Mundi en ze was er trots op dat ze hier hing, in de kathedraal van haar Hereford. Ze wees op kleine details, ze zei dat de kaart vroeger nog veel kleuriger was geweest, dat zij rond 1290 gemaakt moest zijn, in de buurt van Lincoln, en korte tijd later in Hereford was terechtgekomen.

Een kaart om nou eens vol vertrouwen de wereld mee in te trekken was de Mappa Mundi niet. Er klopte geen bal van. Als miss Guy er niet was geweest, had ik er geen touw aan kunnen vastknopen.

Maar als een ouderwetse schooljuffrouw gaf ze me aardrijkskundeles op de Mappa Mundi: Jeruzalem in het midden, Babylon met de toren, Parijs, het Paradijs, Rome, de berg Golgotha, Carthago, de Nijl, de Donau. De Middellandse Zee, de Rode Zee, het Kanaal en de hel. En natuurlijk Hereford en de rivier de Wye.

De Mappa Mundi is meer een vertelling dan een kaart, zei ze. Het mooie ervan is dat je prachtig kunt zien hoe de middeleeuwer tegen de wereld aankeek en wat hij ervan afwist. De bijbelverhalen, de verhalen van de oude Grieken, de legendes en de mythen: die vind je er op terug. Kijk, een olifant, zei ze, terwijl ze naar een stuk van de kaart wees dat India moest verbeelden. Dat wisten ze toch maar, dat daar olifanten waren.

Kunt u zich voorstellen, vroeg ze, dat onze kaart in 1989 bijna was geveild? Dat ze hem wilden verkopen, om de herstelwerkzaamheden aan de kathedraal te financieren? Nadat zij hier zeven eeuwen had gehangen, de Mappa Mundi gewoon verkopen aan de hoogste bieder! Miss Guy vroeg zich af in wat voor tijden we eigenlijk leefden.

Ze hadden het, zei ze, maar net weten tegen te houden. En zonder een gift van drie miljoen van J. Paul Getty jr. was ze nu weggeweest. Naar Japan of zoiets.

Ik bezwoer haar dat ik het me niet kon voorstellen en dat het een grote schande was geweest als het was doorgegaan. De Mappa Mundi moet eeuwig in Hereford blijven, zei ik, die heeft in Japan niks te zoeken. Japan staat er geeneens op.

Daarna bedankte ik haar hartelijk en liep door de volgende deur naar de tweede schatkamer.

Daar stond, ook al in zijn eentje, meneer Cox. Temidden van honderden boeken die allemaal aan de ketting lagen. Dit was de ook al zo beroemde Chained Library, de bibliotheek van de geketende boeken. Om precies te zijn: dit was de grootste nog bestaande bibliotheek van kettingboeken ter wereld. Gewoon, in Hereford.

Er waren hier ruim vijftienhonderd boeken vastgeketend, waarvan 227 middeleeuwse handschriften. Het oudste boek dateerde uit de achtste eeuw, het jongste uit de negentiende. Als enige bibliotheek in de wereld waren ze in Hereford tot in de vorige eeuw doorgegaan met het vastleggen van boeken, ter voorkoming van diefstal.

Ook al dankzij J. Paul Getty waren ze vorig jaar klaargekomen met de bouw van deze vleugel aan de kathedraal, waar voor het eerst sinds 1840 de boekenkasten en de erbij behorende leestafels weer waren neergezet zoals ze eeuwenlang in de Lady's Chapel van de kathedraal hadden gestaan, tot ze aan een lange zwerftocht door alle krochten van het bouwwerk waren begonnen.

Meneer Cox was ook een liefhebber. Kijk toch eens naar die kasten, zei hij, terwijl hij het oude hout streelde. Kijk toch eens naar die kettingen, schakeltje voor schakeltje gesmeed! Kijk toch eens naar het hang- en sluitwerk. Daar spreekt liefde uit! Kijk toch eens naar die spijkers!

Toen liet hij me een van de manuscripten zien. De beginletters van elk nieuw hoofdstuk waren kleine kunstwerkjes, waarin een prachtig, helder blauw overheerste. Het is ontroerend, zei meneer Cox. Ik moet zeggen dat het ontroerend is. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik hier tussen deze boeken mag werken. Ik krijg er geen genoeg van.

In de marge van het boek stonden aantekeningen. Kijk, zei meneer Cox, dat boek, daar hebben zich eeuwen geleden geleerden over gebogen. Die hebben hun commentaren in de kantlijn geschreven. Is het niet schitterend? Is het niet schítterend? Zo'n boek leeft, jazeker, dat leeft. Dat is lévende geschiedenis. Er komen hier nog stééds mensen om die boeken te bestuderen. Jawel meneer! Dit is een lévende bibliotheek!

Hij zette het boek terug in de kast, alsof hij een geketende baby teruglegde in de wieg.

Terwijl ik juist in het bezoekersboek stond te schrijven dat ik het zeer interessant vond, de Mappa Mundi en de Geketende Bibliotheek, kwam door de gang een echtpaar van middelbare leeftijd aangelopen.

De man keek streng naar de jongen die achter de kassa zat. Zijn vrouw keek een beetje benauwd, van haar echtgenoot naar de jongen en weer terug, alsof ze een handgemeen verwachtte.

Hier moet dus betaald worden, zei de man afgemeten, in onvervalst Utrechts. Dat doen we dus niet. Dat waren we dus niet van plan.

Zijn echtgenote vroeg aan de jongen wat het dan wel kostte. Vier pond, zei hij, drie pond voor ouderen en studenten.

Belachelijk, zei de man. Vier pond. Dat is ruim twaalf gulden. Twaa-luf gulden! Voor een stapel stofnesten aan de ketting en de een of andere ouwe wegenkaart. Zijn ze nou helemáál besodemieterd? Driftig liep hij weg, gevolgd door zijn vrouw.

Hollanders, zei de jongen achter de kassa, alsof dat alles verklaarde. Nog een geluk voor miss Guy, zei ik.

De reiscolumns van Bert Wagendorp verschijnen elke veertien dagen.

Meer over