stijlpastoor

Kleren maken de dictator, en de juiste snor helpt ook

Het kapsel, de snor en de jasjes. Ook dictators moeten zich aan een dresscode houden, draagt de Stijlpastoor op.

President Alexander Loekasjenko op 16 augustus 2020.  Beeld Valery Sharifulin/TASS
President Alexander Loekasjenko op 16 augustus 2020.Beeld Valery Sharifulin/TASS

Is er een dresscode voor dictators? Er is wel een verplicht accessoire: de snor. Ik vermoed dat Alexander Loekasjenko zijn borstelsnor van Stalin heeft afgekeken, of van Saddam. Een penseelstreepje als die van de Dominicaan Trujillo had de Belarussische despoot ook niet gestaan – Loekasjenko is meer van de sabel dan van het floret. Dan eerder nog het gecamoufleerde snorretje dat van Franco werd doorgegeven aan Pinochet en Erdogan.

De snor is de totem van de tiran. Bashar al-Assad trachtte zijn totalitaire tronie te temperen door de snor af te scheren toen het Syrische volk in opstand kwam. Dat leek even te werken, totdat hij zijn eigen bevolking met saringas besloot te besproeien. De snor was weg, de boosaardigheid niet.

Mij heeft wel altijd de afwezigheid van de baard verwonderd. Afgezien van een verdwaalde linkmiechel (Castro, Ho Chi Minh) zijn baarden dun gezaaid onder despoten. Terwijl een baard juist wijsheid symboliseert, een snor is alleen maar martiaal. Dat is waarschijnlijk ook het idee: de snor is de ultieme masculiene trofee.

De beroemdste snor uit de geschiedenis introduceerde de korporaal en gesjeesde kunstacademiestudent Adolf Hitler bij de oprichting van de NSDAP. Die snor was eerst nog rond aan de zijkant, maar later geheel hoekig. Je zou zeggen dat het lastig is om een man met een tandenborstelsnor serieus te nemen (meende ook Charlie Chaplin), maar met zijn hilarische comb-over leverde Donald Trump eens te meer het bewijs dat mallotige haargroei geen belemmering hoeft te vormen voor populair succes. Loekasjenko’s comb-over komt overigens niet uit de school van Trump, het is meer Dick Advocaat in zijn spelersdagen.

Adolf Hitler.  Beeld ullstein bild via Getty Images
Adolf Hitler.Beeld ullstein bild via Getty Images

De Belarussische boef draagt een curieus wit shirt met een elastieken band die zijn stevige middel benadrukt. Hitler ging daar slimmer mee om. De Führer had brede heupen en smalle schouders, met korte, dunne benen, die hij optisch verlengde door lange, hoge broeken te dragen en stevige schoenen. Omdat Hitler een kippenborstje had, zo gaat althans het verhaal, werd zijn kleding op borsthoogte opgevuld. Zijn persoonlijke fotograaf Heinrich Hoffmann maakte duizenden portretten, maar op niet een ervan staat Hitler met opgerolde mouwen of in korte broek. Hitler was namelijk buitengewoon onzeker over zijn lichaam – hij had zelf weinig van de Übermensch – en openbaring van het stakige zou desastreus zijn voor zijn messiasachtige imago. Daarom droeg hij ook nooit wollen sjaals (te verwijfd) en koos hij, in weerwil van Eva Brauns en Magda Goebbels’ adviezen, jasjes die te groot en te wijd waren, die kortom camoufleerden. Kleding als propaganda van je persoonlijke identiteit, wie had dat gedacht.

Meer over