reportage

In het ‘Wilde Oosten’ van Almere bouwen bewoners alles zelf: huizen, straten, riolering

Het huis van Emmy van Woerden in Oosterwold. Beeld Henny van Belkom
Het huis van Emmy van Woerden in Oosterwold.Beeld Henny van Belkom

Op voormalige aardappelvelden in het oosten van Almere bouwen de bewoners alles zelf. De eerste Oosterwolders zitten al in hun huizen, anderen bivakkeren nog steeds in een caravan op een bouwplaats. ‘Het is écht een avontuur’, zegt een bewoner.

Kirsten Hannema

Zelf doen. Deze menselijke drang, bij jonge kinderen duidelijk herkenbaar, vormt de drijvende kracht achter Oosterwold, de woonwijk die op de voormalige aardappelvelden ten oosten van Almere verrijst. In deze wijk, die sinds 2015 in aanbouw is, bouwen bewoners niet alleen hun eigen onderkomen, maar leggen ze ook samen de straten, riolering, energievoorzieningen en de beplanting aan. Zo zal de winderige lege vlakte die Oosterwold nu nog is, veranderen in een groot groengebied van 43 vierkante kilometer met twintigduizend huizen.

Zeven jaar nadat de eerste pioniers voet op de modderige grond zetten, is de eerste wilde woon-oogst zichtbaar geworden. Het is een bonte verzameling huizen, van een kasteel tot een honderdmeterlange glazen ‘villa’ voor negen gezinnen, en van tiny houses tot cataloguswoningen die een aantal ontwikkelaars op de goedkope grond (in 2014 26 euro per vierkante meter, per 1 februari 2022 105 euro) bouwden, om ze met winst door te verkopen.

Oosterwold is een unieke ontwikkeling die internationaal de aandacht trekt. Vanuit de hele wereld komen bestuurders en stedenbouwkundigen kijken hoe mensen hier zelf hun stad maken. Maar voor Almere, groot geworden met experimentele zelfbouwwijken als De Fantasie en de op kunstmatige zandheuvels gebouwde wijk Duin, is het de logische volgende stap.

Tom en Tineke Saat bij hun Stadsboerderij Vliervelden. Beeld Henny van Belkom
Tom en Tineke Saat bij hun Stadsboerderij Vliervelden.Beeld Henny van Belkom

‘Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn belangrijke maatschappelijke thema’s’, zegt architect Winy Maas van bureau MVRDV over het masterplan dat hij in 2012 maakte voor de wijk. ‘We hebben welvaart, kennis en zijn mondiger. Maar wat betekent het als de overheid ons niet meer alles inlepelt, we zelf de verantwoordelijkheid voor onze leefomgeving nemen? Dat testen en zien we hier.’

De architect gaf de zelfbouwers drie ‘spelregels’ mee. Een: je kunt elk formaat kavel kopen om te bouwen wat je wilt, maar mag daarbij niet je buurman schaden. Twee: het uitgangspunt om de helft van de wijk voor (stads)landbouw te bestemmen, geldt voor elk kavel. Ofwel: naast je huis moet je ook ruimte voor voedselproductie maken. Drie: de randen langs een kavel mag je niet bebouwen, deze dienen als (potentieel) publiek toegankelijk (over)pad, opdat het hele groengebied openbaar toegankelijk blijft.

In het fimpje dat MVRDV bij de presentatie van het plan maakte, zie je hoe (fictieve) initiatiefnemers buurtschappen bouwen, duurzame energie opwekken en circulaire bedrijven beginnen. ‘Bij een experiment hoort dat dingen lukken en mislukken’, zegt Maas. ‘Je hebt de idealisten en creatievelingen die hier settelen, maar er komen ook individueel ingestelde types die een grote tuin willen, of die heel commercieel te werk gaan.’ De gemeente heeft inmiddels paal en perk gesteld aan de hoeveelheid grond die ontwikkelaars kunnen kopen.

Het zelf aanleggen van de infrastructuur blijkt voor de gemiddelde zelfbouwer (te) veel gevraagd. Sommige rietzuiveringsvelden blijken het rioolwater niet goed te zuiveren, en bewoners zitten vaak maanden zonder stroom. ‘Eigenlijk moet je mensen een pakket met diensten voor nutsvoorzieningen aanbieden’, concludeert Maas nu. ‘Aan de andere kant: de moeite die zelf bouwen kost, is ook de lol. Als je dat niet wilt, moet je een andere wijk kiezen.’

Vanwege de alomtegenwoordige bergen bouwpuin en hutten waarin bewoners tijdens de bouw van hun huis bivakkeren, is Oosterwold met een sloppenwijk vergeleken. Maas vindt dat ‘wat denigrerend’. Hij wijst erop dat achter het rommelige beeld ‘een bepaalde informaliteit’ zit die mensen als prettig ervaren. En dat er dingen gebeuren die nooit in een Vinexwijk zouden kunnen. Zo gaat kunstenaar Joost Conijn een ronde eenkamerwoning bouwen, die – aangedreven door een fiets – over een rails kan draaien, zodat het raam meebeweegt met de zon, en je steeds een ander uitzicht hebt. Maas vindt dat ‘een hoopgevend initiatief’.

Stadsboerderij Vliervelden

Stadsboerderij Vliervelden. Beeld Henny van Belkom
Stadsboerderij Vliervelden.Beeld Henny van Belkom

De Almeerse stadsboeren Tom Saat en Tineke van den Berg maken serieus werk van de ambitie om in Oosterwold voedselvoorziening en natuurontwikkeling met wonen te verweven. Op de 40 hectare grond die ze kochten houden ze koeien, verbouwen op biodynamische wijze gewassen, en legden een erf aan, met een stal, een hooiberg en een ‘schuur’ met boerenwinkel en kinderopvang. Achter de stal verrees een rijtje (zelfbouw)huizen. Hier woont stalknecht Dirk die het terrein beheert, zelf wonen de stadsboeren op hun andere boerderij, elders in Almere.

Aansluitend op de stal met zijn markante kap van rode golfplaten, ontwierpen architecten Monica Ketting en Daniëlle Huls met hetzelfde materiaal het poortvormige appartementencomplex dat toegang geeft tot het erf. Daarin wonen vooral senioren, die de drukte van de stad wilden ontvluchten, en tegelijk gezelschap zoeken. ‘In mijn vorige huis in Amsterdam wist ik niet wie de buren waren, hier maakt iedereen een praatje’, vertelt bewoner Wai-Mang Verveld. Elke ochtend gaat ze langs bij de koeien in de stal, op haar weg naar de biologische bakker verderop. ’s Zomers, als de dieren in de wei staan, wordt de stal gebruikt voor muziekfestivals. ‘Een goed agrarisch bedrijf biedt dat soort mogelijkheden’, zegt Saat. ‘Het brengt leven in de brouwerij, zín in het gebied.’

De stadsboer wijst erop dat Oosterwold wordt gebouwd op ‘de vruchtbaarste grond van Europa’. Hij vindt het daarom niet meer dan logisch dat de helft van de wijk voor stadslandbouw bestemd is. Al interpreteren sommige mensen een gazon ook als zodanig. Saat: ‘Het duurzaamheidsideaal leeft nog teveel in de hoofden, en te weinig in de handen.’

Patiowoning

De patiowoning getekend door bewoner en architect Matthijs Cremers. Beeld Henny van Belkom
De patiowoning getekend door bewoner en architect Matthijs Cremers.Beeld Henny van Belkom

‘Eigenlijk ben jij een kandidaat voor mijn project’, zei architect Mathijs Cremers (41) in 2017 tegen zijn zus Leontien (43, projectbeheerder bij de Universiteit van Amsterdam). Hij was bezig met een woongebouw voor een collectief particuliere opdrachtgevers in Almere Oosterwold, zij zocht een betaalbare gezinswoning met werkruimte voor haar partner, die chiropractor is.

Na de informatieavond wist ze dat een bouwgroep niets voor hen was, maar wat de wijk betreft was ze om. ‘Ik viel voor het buitenleven; dat miste ik in ons oude huis in Amsterdam Oost.’ Daar gingen ze in het weekend vaak naar hun volkstuin, hier stonden de kinderen de hele zomer te vissen in de vijver, die als regenwaterbuffer in de tuin is aangelegd. Ze plukten tomaten uit de kas, en eten nu boerenkool uit de moestuin. In het naastgelegen wilgenbosje wordt het rioolwater gezuiverd.

Matthijs Cremers en zijn zus. Beeld Henny van Belkom
Matthijs Cremers en zijn zus.Beeld Henny van Belkom

Midden op het 2.000 vierkante meter grote kavel staat de houten patiowoning die haar broer voor het gezin ontwierp. ‘Het kan hier hard waaien, en de wijk moet nog vorm krijgen. Hoe fijn is het dan om meteen een plek te hebben die beschutting biedt, en tegelijk licht en lucht in je woning brengt’, wijst de architect op de groene binnenhof. Het liefst zit Leontien in de zithoek aan het verdiepingshoge raam waardoor je over de velden uitkijkt. ‘Een levend schilderij’ noemt ze het.

Architect Cremer plaats er een kritische noot bij. ‘Het oorspronkelijke idee voor Oosterwold was dat je op een willekeurige plek kon beginnen met bouwen, en de ontstane tussenruimtes ‘spontaan’ ingevuld zouden worden. Maar in de praktijk verkoopt de gemeente rechttoe, rechtaan aaneengesloten kavels, wat makkelijker is en meer geld oplevert. Zonde, want daarmee laat je kansen voor toekomstige burgerinitiatieven liggen.’

De Ban Zhaoweg

‘Ban Zhaoweg’ staat in dikke verfletters op een houten plank die de toegang tot een kronkelige bouwweg vol modderkuilen markeert. Het straatnaambordje moeten de bewoners nog regelen, zoals er wel meer nog moet gebeuren aan Oosterwolds jongste weg. ‘Het is écht een avontuur’, zegt bewoner Emmy van Woerden (65, adviseur).

Drie jaar geleden zette zij op de website van Oosterwold een stip op de kaart. Nu woont ze precies daar, op een kavel in haar halfronde panoramawoning met grasdak en een paarse voordeur; haar lievelingskleur. Ze is de eerste van de straat van wie het huis af is. ‘Ik heb geluk gehad met mijn architect. Hij regelde met een vast team de hele bouw, in een half jaar stond het.’ Er zijn ook buren die alles zelf doen, en al een jaar met het hele gezin in een caravan wonen.

In de buurt staat de Ban Zhaoweg bekend als ‘die straat met aansluitingsproblemen’. Hadden de bewoners eindelijk uitgepuzzeld hoe de kavels aan elkaar zouden passen, stuitte een graafmachine op scherven. Een archeologisch onderzoek volgde. De gemeente bepaalde dat op vindplaatsen niet gebouwd mag worden, waardoorde hele indeling weer op de schop moest. Ze hebben hun elektriciteit maandenlang met kabelhaspels over een sloot moeten aftappen bij huizen verderop in de wijk. Een jaar na de aanvraag voor een internetaansluiting zit Van Woerden nog steeds zonder wifi in haar huis.

Toch heeft ze geen spijt van de verhuizing uit haar flat in Amsterdam Zuidoost. ‘Ik vind het hier heerlijk: de ruimte, het werken in de tuin, zien wat iedereen bouwt – inclusief de lelijke dingen. Het verveelt geen moment.’