OMMETJESTuinstad Slotermeer

In de utopische tuinstad van bouwmeester Cornelis van Eesteren is het Goed Wonen

null Beeld Joost Stokhof
Beeld Joost Stokhof

Leer Nederland eindelijk eens echt goed kennen in 1001 interessante ommetjes op plaatsen waar je anders nooit komt.

Reis deze zomer door Nederland met de Volkskrant. Wekelijks drie nieuwe audiotours, deze week de aftrap. Wandel met reisjournalist Sander Groen door een gratis openluchtmuseum in Amsterdam-West: Tuinstad Slotermeer. Deel 1 van een (lange) reeks.

Ga voor de volledige wandelroute door Tuinstad Slotermeer, compleet met audiotour, naar volkskrant.nl/ommetjes.

Tuinstad Slotermeer is in Amsterdam een beduidend minder populaire bestemming dan de Wallen, De Pijp of de Jordaan, want de reputatie van Nieuw-West is uiterst belabberd. Voor architectuurliefhebbers is het echter een droomuitstap, want hier staan bouwwerken van avantgardistische architecten als Bernard Bijvoet, Aldo van Eyck, Jan Rietveld, Dirk Slebos en Allert Warners, geïnspireerd door Le Corbusier en onder bezielende leiding van Cornelis van Eesteren. Het naoorlogse optimisme en de stedenbouwkundige idealen van toen spatten er vanaf. Deze wandelroute voert in twee tot drie uur langs de architectonische hoogtepunten van dit openluchtmuseum van Het Nieuwe Bouwen.

Logisch vertrekpunt is het Van Eesterenmuseum, vernoemd naar architect en stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren. Als hoofd Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken bij de Gemeente Amsterdam ontwerpt hij in de jaren dertig van de vorige eeuw het Algemeen Uitbreidingsplan (of AUP). In Amsterdam-Noord verrijst de Molenwijk, in Oost Tuindorp Frankendael, in Zuid de Prinses Irenebuurt en in West Bos en Lommer. Maar het meest ambitieus zijn de Westelijke Tuinsteden, aan de andere kant van de Ringspoorbaan.

Om de laaggelegen Sloterdijkermeerpolder op te hogen wordt een gigantisch gat gegraven: de huidige Sloterplas. Daaromheen worden vijf woonwijken gegroepeerd: Slotermeer, Geuzenveld, Slotervaart, Overtoomse Veld en Osdorp. Niet Plan Zuid, Plan West, Amsterdam-Noord, de Oostelijke Eilanden of de Bijlmer, maar het AUP is het grootste stadsuitbreidingsproject uit de geschiedenis van Amsterdam: in één klap komen er 53.655 woningen bij.

Nou ja, in één klap; het AUP komt er niet zomaar. Van Eesteren ontwerpt het plan in 1934, het jaar erop neemt de gemeenteraad het aan, in 1939 wordt het bij Koninklijk Besluit bekrachtigd, en dan... breekt de oorlog uit. Pas in december 1951 wordt de eerste paal geslagen, maar dan gaat het snel. Nog geen jaar later, in oktober 1952, opent koningin Juliana de eerste Amsterdamse tuinstad buiten de Ringspoorbaan. Dat is de tienduizend woningen tellende Tuinstad Slotermeer.

null Beeld Joost Stokhof
Beeld Joost Stokhof

Van Eesteren ontwerpt de nieuwe wijken in de stijl van Het Nieuwe Bouwen, met vooral laagbouw in stroken, met daartussen veel groen en recreatievoorzieningen. Licht, lucht en ruimte: ook de gewone man mocht Goed Wonen. De Westelijke Tuinsteden vormen nu een openluchtmuseum van de stedenbouwkundige idealen van toen. Het Van Eesterenmuseum biedt hier aandacht aan, met een binnenmuseum aan de Sloterplas, een museumwoning in jarenvijftigstijl en rondleidingen door het buitenmuseum.

Het Schip van Slebos

Verderop langs de route staat de Bananenbrug van Piet Kramer, de bekendste bruggenbrouwer van Amsterdam. De Noordzijde van de Sloterplas wordt daarentegen ontworpen door zijn opvolger bij Publieke Werken. Met die wisseling van de wacht maakt het expressionisme van de Amsterdamse School plaats voor het modernisme van Het Nieuwe Bouwen. Dirk Slebos ontwerpt hier een strak wit paviljoen met café, een panoramaterras met stippen, hoge kademuren langs een brede wandelboulevard, een plezierhaven en een openluchtzwembad. Vanaf de overkant van de Sloterplas doet het ensemble denken aan een binnenvaartschip, vandaar die bijnaam: het Schip van Slebos.

null Beeld Joost Stokhof
Beeld Joost Stokhof

Als Amsterdammers vanuit het centrum hierheen fietsen, is dit het eerste wat ze zien van de Westelijke Tuinsteden. De Noordzijde moest grootsteedse allure krijgen. Daarom komen hier drie torenhoge galerijflats – voor die tijd reuze modern en mondain. Architect is Piet Zanstra, bekend van de Europarking aan de Marnixstraat, vanwege de spiraalvormige op- en afritten ook wel ‘de billen van Zanstra’ genoemd, en van het Maupoleum aan de Jodenbreestraat, ‘het lelijkste gebouw van Amsterdam’ dat in de jaren 90 wordt gesloopt. Zijn bekendste bouwwerk, een blok atelierwoningen in de Rivierenbuurt, krijgt als toonbeeld van Het Nieuwe Bouwen juist de status van Rijksmonument.

Het villastraatje

‘De Kooijmannetjes, Burgemeester Eliasstraat 3, Amsterdam-Slotermeer. De werkster op vrijdagochtend. Het was een straatje met vijf villa’s, de enige villa’s in de buurt. Het woord villa wekt misschien wat te hoge, Gooise verwachtingen voor de robuuste, rechttoe rechtaan huizen van twee verdiepingen met platte daken. Bij villa denk ik aan een rieten dak of een knerpende oprijlaan en niet aan een stenen doos met ramen. Maar het waren vrijstaande huizen. Met een aardige tuin voor en achter. Op nummer 1 woonde een tandarts, op nummer 5 een gast die een spelletje met gekleurde balletjes voor de televisie presenteerde. Op de hoek woonde een aannemer in ruste en zijn vrouw.’ Aldus de achttienjarige Berry, de ik-figuur in Kees van Beijnums roman De oesters van Nam Kee.

null Beeld Joost Stokhof
Beeld Joost Stokhof

Tuinstad Slotermeer biedt fatsoenlijke huisvesting voor de gewone man, maar Van Eesteren beseft dat de lokale dokter, ondernemer en dominee wat meer op stand willen wonen. Van de vijf villa’s is die op nummer 1 het karakteristiekst. De dokterswoning met praktijk is ontworpen door Bernard Bijvoet, bekend van het Okura Hotel, compagnon van Jan Duiker en bewonderd door Le Corbusier. De villa telt 7 kamers en 249 vierkante meter woonoppervlak en staat op het moment van schrijven te koop voor 1.150.000 euro.

Grote en Kleine Verfdoos

Het lijkt wel een Mondriaan-schilderij in 3D, deze Verfdoos van architect Allert Warners. Hier aan de Slotermeerlaan staat de Grote Verfdoos van vijf verdiepingen, om de hoek aan de Lodewijk van Deysselstraat de Kleine Verfdoos met eveneens vijf verdiepingen. Het verschil zit ’m dus niet in de hoogte, maar in de lengte. In de plinten zijn winkelruimtes, de woningen zijn op de verdiepingen erboven, die rusten op betonnen pijlers. Kunstenaar Josef Ongenae ontwerpt de vlakverdeling van glanzende rode, blauwe, gele, zwarte en witte panelen. In de loop der decennia vervagen de kleuren, vergaat de glans en verrommelen de gevels, bij een intensieve renovatie in 2009 worden de Verfdozen in oude luister hersteld.

De beide gebouwen met hun ruime doorzonwoningen zijn in 1956 zo vooruitstrevend dat architecten, studenten en liefhebbers uit de hele wereld komen kijken. Het jaar erop bouwt Warners vier gelijkaardige blokken in Zuid die naar hem vernoemd worden – de Warnersblokken – en tezamen Rijksmonument zijn. Gek genoeg schopt het oorspronkelijke complex het slechts tot gemeentelijk monument. Dat laat onverlet dat dit een van de architectonische topstukken van Tuinstad Slotermeer is.

Praktische info

Reis
Het startpunt van de wandelroute is bereikbaar met tram 7 en 13 of metro 50 en 51, of via treinstation Sloterdijk en OV-fiets. Info: ns.nl, gvb.nl, ov-fiets.nl

Doe
Bezoek voor of na de wandeling het Van Eesterenmuseum (do-zo 12-17u) en boek een rondleiding door de Museumwoning (do-zo om 14:30u); vaneesterenmuseum.nl

Drink
Halverwege de wandeling is het door buurtbewoners gerunde Café Westside en de laatste stop is Hotel Buiten met terras aan de Sloterplas. westsideslotermeer.nl, hotelbuiten.nl

Lees
Bij Uitgeverij Thoth verscheen over het AUP het stoeptegeldikke koffietafelboek De Nieuwe Grachtengordel van Vincent van Rossem et al., € 49,90, thoth.nl

Verder deze week in de reeks Ommetjes:

In Naarden-Vesting rekenen ze de jaren vóór Des Bouvrie, en ná Des Bouvrie. De komst van de interieurontwerper heeft nogal wat gevolgen gehad, weet oud-inwoner Mark Moorman. ‘In Naarden zijn ze niet van de disharmonie.’ Aflevering 2 van een groeiende reeks.

Nummer 3: Nergens staan zoveel historisch interessante kerkorgels als in Groningen. Sommige zijn zelfs wereldberoemd. Echt waar.

Meer over