Onze gids dit weekeindeRonald Snijders

‘Ik ben me er zeer van bewust dat ik een artiest van wereldniveau ben’

Ronald Snijders. Beeld Daniel Cohen
Ronald Snijders.Beeld Daniel Cohen

Aan valse bescheidenheid doet fluitist, jazzmusicus, etnomusicoloog en zelfverklaard gelukkig mens Ronald Snijders niet. Hij wéét dat hij een artiest van wereldniveau is en noemt zonder gêne zijn eigen debuutplaat als een van zijn favorieten.

Paul Onkenhout

Tientallen muziekinstrumenten, een wand met zijn oeuvre van zestig platen, cd’s en boeken, kleurrijke schilderijen, tientallen beeldjes en in de achtertuin een nagebouwde gevel van een erfhuisje zoals hij dat zag in Suriname, zijn geboorteland. De virtuoze fluitist, jazzmusicus en etnomusicoloog Ronald Snijders (71) heeft in zijn huurwoning in Delft zijn eigen universum gecreëerd. Het is een kleurrijke, vrolijke bedoening.

Hij serveert thee, zijn favoriete drank. Charme en gelach dwarrelen door de volle woonkamer. Al ruim een halve eeuw geleden bracht een studie civiele techniek Snijders naar Nederland, al ruim een halve eeuw woont hij in Delft. ‘En sinds 1981 in dit huis. Ik maak reizen in mijn hoofd, in mijn fantasie en tijdens concerten. Ik heb niet de mentaliteit om mijn hele hebben en houden te verplaatsen. Uit gewoonte ben ik altijd hier gebleven’.

Het heeft hem goed gedaan, in veel opzichten, maar er wringt ook iets, de laatste jaren vooral. ‘Terugkijkend vind ik het niet zo handig dat ik altijd in Delft ben gebleven. Als artiest kun je op andere plekken een herstart maken. Daar reageren mensen anders op jou. Als ik in New York zou hebben gewoond, of in Parijs of Rio de Janeiro, zou mijn werk een andere impact hebben gehad. Ik ben me er zeer van bewust dat ik een artiest van wereldniveau ben. Ik zeg het zonder gêne, ik weet dat het zo is. Ik had meer moeten reizen, op verschillende plekken moeten wonen.’

Voor Snijders is dit een lastige rubriek. Hij kiest, maar met moeite. Zijn terrein is grenzeloos breed. Hij is ook componist en schrijver. Onder meer schreef hij een boek over een man in wiens voetsporen hij trad, zijn vader (en voorbeeld) Eddy Snijders, vermaard orkestleider en musicus uit Paramaribo.

De zoon heeft een grote en tomeloze vernieuwingsdrang en haalt muren tussen hokjes weg. In zijn werk combineert hij Amerikaanse en Braziliaanse jazz, soul, funk, kaseko en kawina (dans- en amusementsmuziek van Afro-Surinaamse origine) en westerse muziek. Zijn uitstapjes zijn talrijk.

Hij nam cd’s met Surinaamse kinderliedjes op, werkt aan een autobiografie en schreef muziek voor films en documentaires. Momenteel treedt hij op met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw met Kaseko Time – The Story, waarin onder meer een 3D-animatie van zijn Delftse woonkamer is te zien.

Zijn leven is muziek. ‘Overal hoort muziek bij. Muziek is onmisbaar, onbeschrijfelijk sterk, psychologisch en emotioneel en rationeel tegelijk. Muziek gaat door je geest met de snelheid van het licht en verbindt alle mogelijke onderwerpen. Muziek mengt zich in je psyche en bewaart op een bijzondere wijze herinneringen.

‘Mede door de muziek ben ik een gelukkig mens, een van de gelukkigste mensen op aarde zeg ik weleens. Het is geen wedstrijd, maar dit is wat geluk is. Ik ben mezelf, creatief, kan doen wat ik wil, ben godzijdank gezond en heb leuke vrienden en kennissen. Het enige wat niet zo was bedoeld, is dat ik geen kinderen heb. Het is er niet van gekomen. Gelukkig zijn mijn neefjes en nichtjes gek op me en werk ik vaak met jonge mensen.’

Stad: Paramaribo

‘Ik heb fijne herinneringen aan mijn jeugd, aan mijn verliefdheden, mijn vrienden, school, het eten, familie en mijn ontdekking van de muziek. Dan ontstaat er vanzelf een sterke binding met de stad, met de plekken en de straten uit mijn jeugd, de geuren – ook dankzij het eten en het tropische vochtniveau van de natuur.

Paramaribo is me ontzettend dierbaar. De stad is in mij geworteld. Ook buitenlanders, Nederlanders, die Paramaribo bezoeken, worden vaak verliefd op de stad. De afwisseling van oudere en nieuwere gebouwen is visueel vaak heel aantrekkelijk. En er wonen veel leuke mensen, van verschillende rassen, religies en culturen. Er is een prachtige raciale mix.

Helaas wordt de stad onveiliger. Er is een toename van het aantal diefstallen en berovingen, mede door de terugval van de welvaart. Regeringen beloven van alles, maar wezenlijk verandert er maar weinig. Het zijn vaak alleen maar mooie woorden. Er wordt armoe geleden in Suriname. Ik ken veel mensen die van nog geen 100 euro per maand moeten leven. En dat terwijl bijvoorbeeld tomaten net zo duur zijn als in Nederland.’

Een buitenwijk van Paramaribo. Beeld Getty Images
Een buitenwijk van Paramaribo.Beeld Getty Images

Instrument: akoestische gitaar

Snijders pakt een gitaar, speelt enkele akkoorden en begint te zingen. ‘Hup, je kunt meteen muziek maken en het universum pakken. Dit is verbeelding in alle richtingen. Met zes snaren kun je de wereld aan. Maar er is meer aan de hand. De gitaar is van mij. Dit is mijn vriendin, mijn vriend, een kind. Het heeft geen geslacht, het is geduldig. Je kunt ermee op de bank liggen en overal mee naartoe nemen. En als-ie omver valt, is het niet erg. Geweldig toch? Een piano is ook een grote vriend van me, maar de gitaar staat het dichtst bij me. En het geluid is lekker zacht, je kunt er ook om vijf uur ’s nachts op spelen.

Nu vraag je je natuurlijk af: maar de fluit dan? Hij is toch fluitist? De fluit is voor mij een magische stok, daarmee heb ik impact. Met een gitaar is dat minder. Ik ben geen Jimi Hendrix of Eric Clapton, al was ik in Suriname ooit sologitarist in mijn beatbandje The Jewels en in het Muringen Combo. Maar muziek is geen wedstrijd. Als musicoloog weet ik: muziek is goed als het werkt.’

Held: Eddy Snijders

‘Mijn vader is mijn held. Ik ben hem eeuwig dankbaar. Ik speel nog steeds op de dwarsfluiten die ik als tiener van hem heb gekregen. Heel veel kinderen in Suriname hebben muziekles van hem gekregen, maar ik nauwelijks. Ik ben autodidact op fluit. Ik was te eigenzinnig. Ik zag papa spelen en ik vond het leuk, maar ik dacht: ik wil het zelf leren. Zelf voelen.

Als peuter zong ik liedjes na terwijl het deksel van een pot ronddraaide op de grond, om een platenspeler na te bootsen. Op mijn 7de gebeurde er iets bijzonders. Ik had mijn communie gedaan en een kwartet van mijn vader speelde blaasmuziek. De muziek ontroerde me enorm. Het was bijna bijbels, een soort openbaring. Ik moest huilen. Het was koraalmuziek, gedragen aubades met lange tonen en prachtige melodieën.

Toen begon het. Ik ging al heel jong composities te schrijven. Het kon overal over gaan, over een hondje, een sombere lucht of de Surinamerivier. De neiging om te scheppen, om creatief te zijn, is altijd heel sterk geweest.’

Eddy Snijders Beeld Privefoto
Eddy SnijdersBeeld Privefoto

Film: Wan Pipel (Pim de la Parra, 1976)

‘Ik zou de muziek voor de film maken, Pim had me al benaderd, maar uiteindelijk ging het niet door. Artistiek vind ik de film hoogstaand en de dialogen zijn geweldig, maar op mij maakte hij vooral indruk omdat er zoveel herinneringen aan Paramaribo loskwamen. Veel Surinamers kennen hele stukken uit hun hoofd. Roy, je gaat uit, noh?, zegt mijn broer vaak. Noh betekent niet. De vader zegt dat tegen Roy als hij ruikt dat hij zijn parfum heeft opgedaan. Iedereen kent de opmerking en iedereen moet er elke keer weer om lachen.

Willeke van Ammelrooy en Borger Breeveld spelen de hoofdrollen. De steeds hardere confrontaties, het racisme, dat herken ik allemaal. Veel Surinamers bejubelen Borger in zijn rol als Roy, terwijl hij in de film hartstikke fout is. Hij heeft een vriendin die hem op alle mogelijke manieren bijstaat, Willeke, maar hij gaat ervandoor met een ander.

Film is een van de manieren om erachter te komen dat de mens in feite wreed is, nietsontziend. We willen graag empathisch zijn, en dat zijn we tot op zekere hoogte ook, maar eigen gewin en zelfzucht winnen het vaak.’

Gerecht: de Surinaamse keuken

‘Ja, de hele Surinaamse keuken. Ik kan niet één gerecht kiezen. De diversiteit is enorm. Het is okersoep. Het is bitaweri met zoutvlees en rijst. Het is Surinaamse erwtensoep. Het is pom, met pastei. Het is her heri. Het is Hindoestaanse of creoolse roti. Het is pindasoep met tom-tom. Het is Javaanse bami, creoolse moksaleysi, het is boulanger, sopropo en bladgroenten als tajerblad en amsoi. Ik kan geen keuze maken, het is allemaal even lekker.

Ik heb net een soepperiode achter de rug, om te matigen. Surinaams eten is heerlijk, maar niet erg gezond, er wordt veel zoet, zout en vet in verwerkt. Een echt lekkere pom bijvoorbeeld moet vet zijn, voelen als vette klei. Maar ik kan de wereld niet veranderen. Het enige wat je kunt doen is ervan afblijven. My God.’

Muzikant: Stevie Wonder

‘Er zijn betere zangers dan Stevie Wonder, betere keyboardspelers, betere drummers en betere componisten, maar als genie verslaat niemand hem. Niet dat George Gershwin niet groot is, of Duke Ellington, Miles Davis, Herbie Hancock, The Beatles, zo moet je het niet zien. Maar hij heeft in zijn eentje een geheel eigen stijl ontwikkeld, een innervision, zoals hij een van zijn platen noemde. Hij voerde het zelf uit en hij is ook nog eens blind. Beeld je dat eens in.

Hij voelt dingen en communiceert dat op een manier die bij jou en mij in optima forma binnenkomt. En dan is hij ook nog eens een vernieuwer, op een manier die zijn weerga niet kent. Stevie doet me denken aan een kind dat een gebouw maakt met blokken, alles omgooit en daarna met dezelfde blokken een nieuw, ander gebouw creëert.

Hij is outstanding, met niemand vergelijkbaar. Hij heeft multiculturele bruggen geslagen met Bob Marley, met latin-muziek, met de gala-achtige muziek van Barbra Streisand. Begrijpen we elkaar?’

Plaat: Natural Sources, Ronald Snijders (1977)

‘Als ik Natural Sources draai, klopt alles. Dat gevoel heb ik bij een goeie Miles Davis, Ravel of Stevie Wonder ook hoor. Door de combinatie van de muzikaliteit en het eigen gevoel heeft de plaat nog steeds het effect wat ik destijds beoogde.

Het is mijn eerste plaat. Ik speelde alles zelf. Ik was 26 en wilde iets blijvends neerzetten. De composities, de arrangementen, de hoes, ik zie er heel veel van mijn leven in gereflecteerd; het inheemse dorp Galibi aan de monding van de Marowijnerivier, mijn geliefde ouderlijk huis, de armoede in Suriname, mijn visie op New York, mijn toenmalige vriendin Anita, mijn liefde voor Braziliaanse muziek.

Natural Sources is een soort autobiografie, maar artistiek heel zelfstandig. Ik kan het loskoppelen van het sentimentele gedoe waar ik net over sprak. ‘Wat ik ook doe om je te ontwijken, telkens kom ik je weer tegen’, schreef Edgar Cairo, de Surinaamse schrijver. Dat heeft die plaat ook.’

Voetballer: Clarence Seedorf

‘Clarence is groter dan Johan Cruijff. Ja, dat meen ik. Ik zeg het zonder chauvinisme en zonder naar zijn huidskleur te kijken. Kijk eens naar zijn staat van dienst. En kijk naar zijn sociale kant. In Suriname heeft hij een stadion laten bouwen. Niet een veldje, maar een heel stadion. En hij financiert sociale projecten voor kinderen in Suriname.

Clarence is miskend, jarenlang is het over een gemiste penalty gegaan. Kom op zeg. Die man heeft twintig jaar aan de top gestaan. Voor alle duidelijkheid: ik heb een ode aan Cruijff gemaakt, hè? Het staat op YouTube.’ Begint te zingen: Johan Cruijff is mijn kampioen. ‘Oké, laat ik het anders zeggen. Clarence is minstens even indrukwekkend als Cruijff. Minstens.

Nederlanders hebben niet de neiging om gi grani, achting, aan gekleurde mensen te geven. Het wordt angstvallig vermeden. Op de een of andere manier hebben mensen niet door dat ze plotseling heel wit gaan denken als het om het kiezen van de beste gaat. Het is een gewoonte, onderdeel van het superioriteitsdenken. De zwarten zijn goed, maar de beste is altijd een witte. Dat type denken heb ik in Suriname heel sterk meegemaakt.’

Boek: Duizend wegen naar wijsheid, David Baird

‘Ik ben buitengewoon gecharmeerd van kleine boekjes met spreuken die me aan het denken zetten. Deze bijvoorbeeld: het toegeven van onwetendheid is het tentoonspreiden van wijsheid. Van dit soort boekjes heb ik er een paar.

Ik lees graag en veel. Ik voel een sterke verbondenheid met het geschreven woord, over allerlei onderwerpen. Boeken zijn mijn vrienden. Op zolder staan veel Surinaamse boeken. Ik heb geen favoriet boek, wel een veelheid van boeken die ik beschouw als mijn vrienden. Ik kan niet zonder ze. Een kringloopwinkel is voor mij een gevarenzone, ik sleep van alles mee naar huis.’

Standbeeld: Eddy Snijders in Paramaribo (Erwin de Vries)

‘Mijn vader begon al in 1942 muziek op professioneel niveau te maken, maar hij moest tot begin jaren zeventig wachten tot hij kapelmeester kon worden van de militaire kapel. Want elke keer weer werd een witte militair vanuit Nederland ingevlogen. Hij stuitte op het bekende glazen plafond. Niet de kwaliteiten van de man werden beoordeeld, maar het systeem gaf de doorslag.

Het arrangement van het Surinaamse volkslied is van hem. Toen prinses Beatrix naar Suriname kwam, heeft hij voor haar het liedje Ala Presi in orkestbewerking gespeeld. Dat had niemand voor hem ooit gedaan. Surinaamse muziek werd als een van de producten van de slavernij gezien, er werd op neergekeken. Dat speelde je niet als de prinses of de koningin op bezoek kwamen. Hij wel. Hij was een vernieuwer.’

Op 12 mei wil ik altijd in Paramaribo zijn, op zijn geboortedag. We leggen dan een krans bij zijn standbeeld in Fort Zeelandia. Ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag zal ik volgend jaar een documentaire over hem maken, of laten maken. Of we op elkaar lijken? Ja. Net zoals mijn vader ben ik vrolijk en muzikaal.’

Speellijsten: jazzorchestra.nl en www.ronaldsnijders.nl

CV RONALD SNIJDERS

8 april 1951 Geboren in Paramaribo.
1970-1975 Studie civiele techniek aan de TH in Delft.
1973 Persprijs NOS Jazzconcours in Laren.
1977 Debuutplaat Natural Sources.
1986-1991 Studie etnomusicologie aan de Universiteit van Amsterdam, doctoraalscriptie over kaseko-muziek.
1983 Masra-onderscheiding wegens zijn verdiensten voor de Surinaamse cultuur.
1988 Bronzen Stier Award.
1994 Publicatie Surinaams van de straat, over Surinaamse straattaal.
1986 LP met eigen Surinaamse kinderliedjes.
1990 Eerste optreden met eigen groep Black Straight Music op North Sea Jazz Festival.
1998 Biografie De man met de piccolo over zijn vader, Eddy Snijders.
2001 Ridder in de orde van Oranje-Nassau, ridder in de Ere-Orde van de Gele Ster (Surinaamse onderscheiding).
2001 Cd Bijlmerjazz.
2013 Box Made For Music, 20 cd’s met 382 onuitgebrachte tracks.
2021 Schrijft muziek voor slavernijdocumentaire van het Rijksmuseum en de NTR Nieuw Licht van Ida Does .
2021 Overzichtsexpositie Made for music, de grote Ronald Snijders expositie in Delft.
2022 Reeks optredens met Jazz Orchestra of the Concertgebouw, Kaseko Time.

Meer over