Onze gids dit weekeinde

IFFR-directeur Vanja Kaludjercic loopt niet alleen warm voor film. Dit zijn haar favorieten

Natuurlijk houdt filmfestivaldirecteur Vanja Kaludjercic van films. Maar niet van films alléén. Neem Radio FIP, een obscure Franse radiozender waaraan ze verslaafd is. En wilde asperges. En Agnès B. ‘Ik hóú van haar, als persoon.’

Vanja Kaludjercic Beeld Daniel Cohen
Vanja KaludjercicBeeld Daniel Cohen

Bij voorbaat excuses van Vanja Kaludjercic aan de lezers, in het bijzonder aan de Rotterdamse. De directeur van International Film Festival Rotterdam had graag meer uit hun stad genoemd in deze rubriek. Dat ene restaurantje of museum. Maar ja, corona.

Ze woont hier nu precies een jaar, en voor de Kroatische bestaat de stad vooralsnog vooral uit decor: dichte locaties waar ze langs fietst of loopt. ‘Ik wéét dat de stad vol plekken zit waar ik van ga houden.’

Nou eentje dan, alvast: de sfeervolle wijnproeverij van wijnimporteur Lenselinq, in het hartje van Rotterdam. Of anders dat Kralingse bos, dáár wandelt ze graag. ‘Krraggg-lingen’, zegt Kaludjercic. Ze oefent wekelijks op de harde keelklanken, videobellend met haar lerares Nederlands.

De 38-jarige directeur ontvangt op het IFFR-hoofdkantoor, in een bescheiden kamer met uitzicht over het Schouwburgplein. Daar protesteert een rumoerige menigte tegen Israël; in Palestijnse vlaggen gehulde jongens rennen rondjes, auto’s toeteren en agenten zien toe.

Je zou het een evenement kunnen noemen. Maar dan mocht het niet: alle evenementen zijn tot nader order afgelast, vanwege het virus. En dat uitgerekend in het jubileumjaar van het Rotterdamse festival, dat geacht wordt het vijftigjarige bestaan te vieren.

Afgelopen februari vond de eerste helft van IFFR al plaats, online, in de hoop dat het publiek voor het naar juni doorgeschoven tweede deel wel weer de theaters in kan. Maar nu lijken de bioscopen nét na 6 juni pas te heropenen. Kaludjercic blijft monter. Desnoods maar weer online; er is heus veel moois te zien.

Vanja Kaludjercic Beeld Daniel Cohen
Vanja KaludjercicBeeld Daniel Cohen

Voor ze aantrad als opvolger van Bero Beyer bracht de nieuwe IFFR-directeur al een vol leven door in de filmwereld. Ze werkte voor diverse festivals en het kwaliteitsfilmplatform Mubi, woonde zo in Kopenhagen, Londen en Parijs. 17 jaar was ze, toen ze zich als vrijwilliger aanbood voor het eerste onafhankelijke Kroatische filmfestival, dat in 1999 werd gehouden in het middeleeuwse stadje Motovun in Istrië, de streek waar ze opgroeide. ‘Het was het eerste grote naoorlogse culturele evenement. Dat doet oorlog óók: het werpt je cultureel jaren terug. De vier bioscopen die ik als kind met mijn ouders bezocht, sloten tijdens de oorlog. Slechts één ervan opende later weer de deuren, maar toen draaiden er enkel de grotere Amerikaanse titels. En meestal pas een jaar of twee, drie later – Kroatië was een onbelangrijk territorium voor de distributeurs.’

De al vroeg filmverslaafd geraakte Kaludjercic teerde op vhs-banden, verstrekt door gelijkgestemde vrienden. Zo zag ze haar eerste Altmans en Bunuels. ‘Geef me meer, dacht ik. Geef me meer! Maar er was niet veel.’

Het interessante bijeffect van de schaarste, dat je ook zag in de andere delen van voormalig Joegoslavië, was dat de festivalcultuur opbloeide. ‘Dat was de enige plek waar je wél andersoortige cinema kon beleven. En het begon allemaal bij ons om de hoek, in Istrië. Dus ik had geluk.’

Plek: Kaap Kamenjak, Kroatië

Kaap Kamenjak, Kroatië Beeld Robert Harding/F1online
Kaap Kamenjak, KroatiëBeeld Robert Harding/F1online

‘Voor mij een van de mooiste plekken op aarde. Vlak bij mijn ouderlijk huis. Ik kom uit Banjole, een klein kustplaatsje in Istrië. Kamenjak, het natuurgebied helemaal aan het eind van het schiereiland, is waar ik leerde zwemmen als kind, en waar ik ieder jaar terugkom. Wandelen met de hond langs de mediterrane kustlijn. De rotsplateaus zijn bekend om de fossiele pootafdrukken van dinosauriërs.
Als ik aan thuis denk, stel ik me nooit een stad voor, maar altijd die kust. In de zomer raakt het propvol toeristen, de infrastructuur kan het nauwelijks aan. Gelukkig heb ik vrienden met boten, zo kom je op de beste plekjes. Sommige ervan zijn bekend omdat er vanaf grote hoogte in zee wordt gesprongen. Als tiener uit de streek móést je springen, dat was een soort initiatie. Wel met sneakers aan, anders doen je voeten zeer.’

Boek: The Guest Cat (Takashi Hiraide)

null Beeld

‘Reken op tranen tijdens het lezen. Het is bijna als poëzie, die schijnbaar eenvoudige maar zo betekenisvolle zinnen van Takashi Hiraide. Zijn – dunne – boek gaat over een jong stel dat een appartement betrekt in Tokio, waar een kat rondscharrelt. The Guest Cat (Nederlandse titel: De kat) beschrijft hoe hun leven zich geleidelijk mengt met dat van de gastkat. Het is ook een verpletterend boek: verhalen van Japanse schrijvers over dieren lopen zelden fortuinlijk af, in mijn ervaring. Yukio Mishima is een andere Japanse schrijver – en acteur – wiens werk ik zeer koester. Zijn roman Confessions of a Mask (Bekentenissen van een gemaskerde) maakte diepe indruk op me. Ook een kattenliefhebber, die Mishima. Mét kattenjeugdtrauma: zijn vader probeerde zijn kat ooit te vermoorden (door metaal door z’n eten te roeren, red.).
Dat The Guest Cat mij zo raakte heeft ook een persoonlijke reden: toen ik hier pas in Rotterdam was komen wonen, kwam er een heel schattig katje op mijn balkon kijken. Het was volkomen duidelijk dat het dier daar vaker kwam en naar binnen wilde. Later vernam ik van de buurvrouw dat hij Karel heet, en er altijd al rondscharrelde. In kattentermen is mijn huis gewoon Karels territorium. Zo herkende ik allerlei details uit Hiraides boek. Hoe je kleine dingen gaat ondernemen voor zo’n gastkat, hem soms ook ’s nachts nog binnenlaat. Het boek kent een droef einde, maar met Karel gaat het goed.’

Architect: Tatiana Bilbao

‘Eén van de dingen die ik zo bewonder aan Tatiana Bilbao, de Mexicaanse architect, is de wijze waarop ze samenwerkt. Ze richt zich niet zozeer op die kapitalistisch gedreven prestigeprojecten waarbij één iemand iets reusachtigs ontwerpt, maar gaat juist een verregaande samenwerking aan met andere architecten, kunstenaars of de bewoners. Zoals bij het Cisterciënzer klooster dat ze ontwierp, waarvoor ze eerst lang optrok met de monniken, die de zwijggelofte hebben afgelegd. Bilbao weigert ook gebruik te maken van computervisualisaties: ze werkt met collages, die je zo zou kunnen inlijsten. Haar architectuur ontstaat ter plekke.
Ze stelt dat ieder van ons recht heeft op een woning die comfortabel en betaalbaar is. Daartoe heeft ze huisjes ontworpen die slechts 8.000 dollar hoeven te kosten, maar wel voldoen én er aangenaam uitzien.
En ze heeft een hekel aan het begrip duurzaam. Dat woord is gekaapt door marketingmensen, als uithangbord voor de laag van de bevolking die het zich kan permitteren ‘duurzaam’ te zijn. Wie weinig heeft, bouwt vanzelf al duurzaam: met wat er voorhanden is.’

Graphic novel: L’Arabe du futur (Riad Sattouf)

‘Als je naar een nieuw land gaat, zijn graphic novels of strips de beste manier om de taal te leren. Zo heb ik mezelf ook ooit Italiaans geleerd, via Topolino (de Italiaanse Mickey Mouse, red.). En toen ik in Parijs ging wonen ontdekte ik de tekenaar en schrijver Riad Sattouf, die ook jarenlang in Charlie Hebdo publiceerde. Arabe du futur is zijn meest persoonlijke en autobiografische werk, over een kind dat opgroeit in Libië en Syrië en een beetje anders is, vanwege z’n Franse moeder. Z’n Syrische vader projecteert allerlei nobele ideeën op de kleine Riad: die moet veel leren en hard studeren, om zo een ‘arabier van de toekomst’ te worden. Later raakt die vader teleurgesteld in Riad, die zich als tiener in Bretagne óók weer anders voelt dan de Franse jeugd.
Sattouf heeft een geweldig gehoor voor taal en dialect, én hij blinkt uit in het tekenen van gezichtsuitdrukkingen. L’Arabe du futur – deel vijf is nu net uit – laat zien hoezeer het land of de streek waar we zijn geboren, of onze ouders, bepalen wie of wat we geacht worden te zijn. Met veel humor.
Zeker in perioden zoals nu, waarin mijn hoofd zo vol zit vanwege al het werk voor het festival, lukt het me nauwelijks voldoende concentratie op te brengen voor een gewone roman. Ook dan is het lezen van graphic novels een uitkomst.’

Dichter: Antjie Krog

Dichter Antjie Krog Beeld Karina Turok
Dichter Antjie KrogBeeld Karina Turok

‘Ik ken haar werk nog niet heel goed, maar ik raak er steeds bekender mee, sinds ik in Nederland woon. Antjie Krog is hier veel gepubliceerd. Dan staan de Engelse gedichten naast de Nederlandse vertaling, zo oefen ik ook mijn Nederlands. Ik verbaas me keer op keer over haar vermogen om heel complexe vragen in simpele, krachtige taal te vatten. Over politiek, moederschap, seksualiteit. Of haar eigen identiteit, als vrouw of een wit persoon in Zuid-Afrika. Country of Grief and Grace is een gedicht van haar dat ik zo nu en dan herlees.’ Ze leest een strofe voor, in het Engels: ‘We carry death into the houses, and a language without mercy, suddenly everything smells of violence – en dan zo verder. Het raakt me, die beschreven pijn. Het leed dat een land de bevolking kan aandoen.’

Gerecht: Fritaja sa šparogama (wilde asperges met ei)

Asperges Beeld Alamy Stock Photo
AspergesBeeld Alamy Stock Photo

‘Het klinkt minder goed als je het vertaalt uit het Kroatisch. Maar het heet dus gewoon gebakken asperges, en je maakt het met ei.’
Ze laat een fotootje zien dat haar moeder een dag eerder stuurde, via de telefoon: een mand vol dunne groene asperges. ‘Van afgelopen weekend. Ze is de beste aspergespeurder die ik ken. Je moet er een getraind oog voor hebben, om ze te vinden in de natuur. De smaak is veel scherper, niet te vergelijken met gecultiveerde asperges uit de winkel.
Het gerecht is simpel: lente-ui in de pan, met wat olijfolie, dan de asperges blancheren, vervolgens doe ik er graag wat pancetta bij, en dan roerei. Alles in één pan, klaar in vier minuten. Mijn moeder brengt het op een vrijwel onbereikbaar hoog niveau. De streek waar ik vandaan kom staat meer bekend om de truffels. Ook lekker, maar ik zou een moord kunnen plegen voor verse wilde asperges.’

Regisseur: Zelimir Zilnik

‘Dit is de moeilijkste categorie voor mij. Er zijn talloze filmmakers die ik bewonder, maar ik wil graag een regisseur uit voormalig Joegoslavië kiezen. Ook dat is niet makkelijk, want er zijn er zoveel: Dušan Makavejev, Vatroslav Mimica, Karpo Godina, Branko Bauer... Uiteindelijk kom ik uit bij Zelimir Zilnik. Een van de belangrijkste regisseurs uit wat ze de Joegoslavische black wave noemen. Ik veronderstel dat hij niet heel bekend is in Nederland? Zilnik maakt films over gemarginaliseerden in de samenleving, al sinds de jaren zestig. Eerst speelfilms, nu vooral documentaires. En hij is nog steeds actief, ook nu hij de tachtig nadert. De eerste film die ik ooit van hem zag was Marble Ass, over de wereld van Joegoslavische transseksuelen, die verdrukt werden in de socialistische samenleving. Zoiets had ik nog nooit gezien. Maar ook zijn trilogie over een man uit de Roma-gemeenschap in Servië is prachtig: Kenedi Goes Back Home, Kenedi Lost and Found en Kenedi is Getting Married.
Ik zat eens met Zilnik in een jury, en hij bestudeert alles om zich heen, bijna alsof hij continu op een set staat. Zegt ook metéén waar het op staat. Heel grappig en rigoureus, maar nooit pompeus.’

Persoon: Agnès B.

Ontwerper Agnès B. Beeld Getty Images
Ontwerper Agnès B.Beeld Getty Images

‘Ik hóú van Agnès B. En ik wil haar graag noemen als persoon, want ze is zoveel meer dan enkel modeontwerper. Ik leerde haar kennen toen ik voor het filmfestival van Sarajevo werkte. Agnès ontwierp ooit de hoofdprijs, het hart van Sarajevo – zo’n mooi symbool. Ze was er altijd, vaak onaangekondigd, dan dook ze ineens op. Aardig, genereus en heel nieuwsgierig, bijna als een kind. Ze steunt ook allerlei kunstenaars en filmmakers. Ik ben haar nog eens tegengekomen in Cannes, waar ze op het festival voorbijliep met haar team assistenten. ‘Hé Sarajevo!’ hoorde ik ineens.
Uiteraard ben ik óók gek op haar kleding; die onmiskenbaar Franse elegantie. Bij de opening van International Film Festival Rotterdam, vorig jaar, droeg ik een van haar jurken met een fotoafdruk erop, van een besneeuwde achtertuin. Ze heeft daar een speciale techniek voor, om foto’s op stof te printen. Gekocht in Covent Garden in Londen, de stad waar ik woonde en werkte voor ik naar Rotterdam kwam. Daar staan de winkels van Paul Smith en Agnès B. pal naast elkaar – voor mij het shopparadijs.’

Radio: FIP (France Inter Radio)

C’est la radio FIP’, imiteert Kaludjercic de aankondiging van de muzikale radiozender, met zwoel-Frans accent. ‘Het zijn altijd vrouwenstemmen, en ze klinken altijd zo. Ik ben volledig verslaafd aan FIP. Stel je de moeder aller shuffles voor, dát is FIP. Enkel muziek, geen reclames. Klassiek, pop, rock, electro, je weet nooit wat er komt. Van opera rechtstreeks naar Nirvana, en dan door naar een liedje dat je misschien wel kende, maar absoluut niet in déze versie. Ze zijn meesters in het opduiken van obscure covers. Ook veel Franse liedjes natuurlijk, maar het voelt nooit alsof die erin worden geforceerd, vanwege dat bij de wet bepaalde quotum. Alleen rondom Kerst zet ik FIP uit. Dan draaien ze alle, echt álle, onbekend gebleven kerstliederen. Niet te doen.’

CV Vanja Kaludjercic

1982 Geboren in Pula, Kroatië (dan nog Joegoslavië).

1999 Vrijwilliger eerste editie Motovun Film Festival.

2001 Ljubljana University, studie literatuur en culturele sociologie.

2004-2008 Medewerker Bosnia-Herzegovina’s Sarajevo Film Festival.

2004-2007 Directeur Human Rights Film Festival, Zagreb.

2008-2011 Film Acquisiteur Coproduction Office, Parijs.

2008-2016 Programmeur Sarajevo Film Festival.

2015-2016 Programmeur en industrie CPH: DOX, Kopenhagen.

2016-2017 Afdelingshoofd Holland Film Meeting.

2016-2018 Hoofd nagesprekken en masterclasses International Film Festival Rotterdam.

2018-2019 Hoofd acquisitie streamingplatform Mubi, Londen.

2020 Benoemd tot directeur International Film Festival Rotterdam.