Uit lunchen

Hongerige fijnproevers rijden voor deze tankstations aan de A27 kilometers om

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Benzinepomp, eetsalon, kado- en kookboekwinkel: ‘Scheiwijk voor Fijnproevers’, waarschijnlijk het beroemdste tankstation van Nederland, is het allemaal. En ook het broodje bal is voorbeeldig.

Hiske Versprille

Scheiwijk voor Fijnproevers is een kleine, zelfstandige tankstationformule met twee vestigingen langs de A27, bij Hoogblokland in de Alblasserwaard, en bij Eemnes in het Gooi. scheiwijk.nl

Broodjes, koffie, gebak, soep, salades, kookboeken en allerlei ambachtelijke kadootjes. Veel is zelfgemaakt, biologisch en/of lokaal geproduceerd.

Toen Bertha Benz uit Mannheim in augustus 1888 de wagen van haar man had gepakt voor een bezoekje aan haar moeder, 90 kilometer verderop, kwam ze halverwege zonder brandstof te zitten. De uitvinding van echtgenoot Carl Benz, de Patent-Motorwagen Nr.3, leek niet erg op de auto’s die we heden ten dage op de wegen zien: het was een soort driewielerkoets met een stoel erop en had geen brandstofmeter – ook geen dak trouwens. In Wiesloch klopte Bertha resoluut aan bij een apotheek en kocht de gehele voorraad wasbenzine op die ze, tot afschuw van de apotheker, in haar ‘duivelse voertuig’ leeggoot, en ze vervolgde haar weg.

Het tochtje ging de geschiedenis in als de eerste langeafstandsrit met een auto, en de apotheek in Wiesloch staat nog altijd bekend als het eerste tankstation ter wereld. Wat het verhaal níét vertelt, is wat Bertha nog meer kocht tijdens deze eerste pitstop in de geschiedenis. Was het een puntzak apothekersdrop, die ze naast het reusachtige stuur zette om tijdens de rest van haar hobbelige rit gedachteloos één voor één in haar mond te stoppen? Stapte ze bij de naastgelegen slager naar binnen voor een vette worst en een bakje cowboyvlees (Bertha: ‘Geen idee wat het is, maar ik had er ineens zin in’) omdat de geur bij het langsrijden haar neus was binnengedrongen en ze sindsdien nergens anders meer aan had kunnen denken?

Geknakte wilskracht

En route zijn doet rare dingen met onze eetlust, en wie dat niet gelooft moet voor de grap eens naar het culinaire aanbod van het gemiddelde tankstation kijken. Ik ken volwassen mensen met een ontwikkelde goede smaak die nóóit snoepen en zich er luidruchtig op laten voorstaan dat ze ‘in restaurants altijd liever kaas bestellen’ – behalve als ze in hun auto zitten waar ze achterelkaar koetjesrepen, droptikkels en sleutelhangers soldaat maken. Ikzelf krijg van onderweg zijn een knagende neiging tot de aanschaf van saucijzenbroodjes, hoewel ik van tevoren al weet dat dat een recept is voor brandend maagzuur en allerhande zelfhaat. Zoals voedselprofessor Jaap Seidell me eens toevertrouwde, toen hij klaagde over de dik- en ongezondmakende voedselomgeving waarin we tegenwoordig leven: ‘Niemand gaat naar een trein- of tankstation om er te eten, maar bijna nergens wordt zo veel gegeten als daar. Geen mens staat ’s ochtends op met het idee: vandaag ga ik, zittend in mijn auto, eens even lekker 400 extra calorieën wegtikken.’ Tankstations lopen, behalve op benzine, binnen op stress, hongerklop, impulsaankopen en geknakte wilskracht.

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Maar een pitstop bij pompstation Scheiwijk wordt wel degelijk door veel reizigers ingepland. Sommige mensen rijden er tientallen kilometers voor om, om bij de zwartgeverfde doos langs de A27 een pauze te kunnen houden; het heet niet voor niets ‘Scheiwijk voor Fijnproevers’. Je kunt buiten tanken en afrekenen aan de pomp, dus naar binnen gaan is in principe niet nodig, maar rond lunchtijd staat de rij bijna tot buiten op de stoep. Ingrid de Wagenaar runt de zaak samen met haar broer René, en is druk bezig met de uitgifte van chique broodjes beef teriyaki, boemboe kip en hamburgers van de barbecue. ‘Honderd-éééén-en-vééértig!’ roept ze naar de klandizie die staat te wachten, want het vlees, de omeletjes en de burgers worden vers gebakken en gegrild en dat kost wat tijd. De Wagenaar: ‘Het mag natuurlijk niet al te lang duren, maar het kwaliteitsverschil tussen vers maken en warmhouden is zó groot. Een paar minuutjes, niet langer hoor, dan worden de mensen ongeduldig. Honderd-twééé-en-veertig! Een teriyaki, een rosbief, een tomaaaatensoep!’

Kwaliteit

Ingrid en René zijn de derde generatie tankstationhouders in hun familie. Grootvader De Wagenaar was al in 1928 gestart met de verkoop van benzine – destijds ging dat, net zoals bij de Duitse apotheker, op veel plekken nog in grote statiegeldblikken. Toen de A27 werd aangelegd, in 1964, verhuisde het familiebedrijf naar Meerkerk, en nog vijftien jaar later naar deze locatie aan de Scheiwijkpolder. ‘We aten vroeger thuis altijd goed, ik ben zelf dol op koken en eten, en mijn ouders waren vroeger ook al bezig met de kwaliteit van hun broodjes’, zegt Ingrid. ‘Ik vond het wonderlijk om te zien dat de kwaliteit bij veel tankstations zo bedroevend slecht was. Dat kan echt alleen, vermoedde ik, omdat mensen geen keuze hebben. Mensen komen allang niet meer alleen voor brandstof naar het tankstation, en bovendien valt daar zeker voor zo’n kleine partij als wij zijn nauwelijks op te concurreren. Daarom hebben we, toen wij de zaak in 2009 overnamen, volledig ingezet op het eten. We hebben ook nog wel gewone tankstationproducten, maar waar we kunnen, maken we het zelf of kopen we het lokaal, biologisch in.’

Bij de handgemaakte cappuccino kun je hier dus behalve een gevulde koek, ook een die ochtend versgebakken pastel de nata aanschaffen. Naast antivries en kauwgum zijn er culinaire en ambachtelijke kadootjes te koop. Er staat een grote tafel vol ambachtelijke conserven, zelf-geïmporteerde olijfolie uit Griekenland en Italië, Tomasu-sojasaus uit de Hoeksche Waard, vilten babyslofjes in de vorm van muisjes en hondjes. En altijd een uitgelezen collectie kookboeken. Ingrid: ‘Dat is echt een hobby van mij, ik houd voortdurend het aanbod in de gaten. Toen we ermee begonnen keken uitgevers wel even verbaasd op als ik zei dat ik van een tankstation kwam, maar inmiddels kennen ze ons allemaal: we verkopen er echt veel.’

Tomatensoep. Beeld Els Zweerink
Tomatensoep.Beeld Els Zweerink

De tomatensoep is heet, hartigzoet en goedgevuld met verse groenten, in de couscoussalade is met gulle hand nootjes, zaadjes, pijnboompitjes en peterselie gestrooid. Het desembrood komt van bakker Menno, de gehaktballen worden versgedraaid door de slager uit het dorp. Ingrid: ‘Ik zou mijn spullen ook ingevroren kunnen bestellen, dat scheelt geld en gedoe. Maar het smáákt gewoon niet hetzelfde. We denken bij alles wat we verkopen: hoe zouden we dit zelf het liefst geserveerd krijgen als we onderweg zijn? Nou ja, zo dus.’ Het is inderdaad een voorbeeldig broodje smeuïge gehaktbal, op een korstig stokbroodje, met goede pittige mosterd en zure augurk. De boemboe op het broodje kip is zelfgemaakt, net als de Indische balletjes; de bockworst op de hotdog komt van Brandt en Levie.

Broodje gehaktbal. Beeld Els Zweerink
Broodje gehaktbal.Beeld Els Zweerink

Vleesgericht

En ja, het menu is inderdaad nogal vleesgericht. Ingrid: ‘We experimenteren wel met vegetarisch en veganistisch broodbeleg. Zo hebben we altijd een versgebakken omeletje, soepen en salades op het menu, en serveren we nu ook veganistische Karma-kebab. Maar het moet gezegd: mensen eten onderweg nu eenmaal vrij veel vlees en zoetigheid. Ons meest verkochte broodje is die met filet americain – en ons saucijzenbroodje en cowboyvlees zijn ook enorm populair.

Zo ziet u maar. Zelfs Bertha Benz had ervoor omgereden.