Onze gids dit weekeinde

Het leven van rock-’n-rollartiest Johnny Marr is best saai, vindt hij zelf

Zanger Johnny Marr is al langer soloartiest dan hij ooit lid was van The Smiths, maar toch gaat het altijd over die band. Vindt hij prima, als hij maar niet over Morrissey hoeft te praten. Wat onze Weekendgids wél kan bekoren? Netflix, veganistisch eten en Joan Didion, onder meer.

Gijsbert Kamer
Johnny Marr Beeld Pål Hansen / Guardian / eyevine
Johnny MarrBeeld Pål Hansen / Guardian / eyevine

Het is inmiddels 35 jaar geleden dat gitarist Johnny Marr (58) The Smiths verliet, maar hij heeft er geen enkele moeite mee dat als zijn naam ergens wordt genoemd, de woorden ‘the’ en ‘Smiths’ nooit ver weg zijn. ‘The Smiths was een immens populaire band, de liedjes worden nog steeds overal gedraaid en ik ben er echt trots op’, zegt hij via Zoom vanuit zijn studio in een buitenwijk van Manchester.

Marr speelt ze ook nog altijd graag tijdens zijn eigen concerten, Smiths-hits als There is a Light That Never Goes Out en This Charming Man. ‘Ik krijg zelf ook een warm gevoel als ik zie hoe het publiek reageert op die oude liedjes. The Smiths hebben echt iets betekend, en dat blijft mooi om te zien.’

Maar wat Marr betreft is de band een afgesloten hoofdstuk. Zijn eigen verhaal deed hij in 2016 in zijn autobiografie Set The Boy Free. Met The Smiths-zanger Morrissey praat hij al jaren niet meer. ‘Hij staat politiek en cultureel niet alleen lijnrecht tegenover mij, maar ook tegenover alles waar The Smiths voor stonden.’

De naam Morrissey zal verder het hele gesprek niet vallen. ‘Laten we het over leuke dingen hebben’, stelt Marr zelf voor. Over zijn nieuwe, vierde, soloalbum bijvoorbeeld. Fever Dreams Pts 1-4 is zijn langste en beste solowerk tot nu toe. Zestien rockliedjes die muzikaal lijken terug te grijpen naar de vroege jaren tachtig, de postpunkjaren van vóór het tijdperk van The Smiths (1983-1987).

‘Ja, dat is niet bewust, maar ik hield wel van die wat donkere new wave uit die jaren. Ik gebruik op mijn nieuwe plaat hetzelfde soort synthesizer als toen in zwang raakte. Alles om te voorkomen dat ik als een soort retrogitarist ga klinken. Ik hou meer van de donkere postpunkbands van nu dan van gitaarpop. Maar op de een of andere manier lukte het me niet te ontsnappen aan het soort futuristische klanken waar ik in de jaren tachtig al van hield. Blijkbaar kom ik nooit meer van dat donkere, gotische af.’

Maar het componeren en het bepalen van de juiste sound was eigenlijk nooit het probleem voor Johnny Marr als soloartiest. ‘Wat ik vooral moest leren, was mezelf als zanger profileren. In die rol voel ik me steeds prettiger en komen ook de Smiths-liedjes die ik altijd zal blijven spelen er steeds beter uit.

‘Het gekke is dat ik voor de liedjes van Fever Dreams al een heel concept in gedachten had over vervreemding, eenzaamheid en connectie. Dat was nog voor de pandemie. Ik had echt het beeld van koortsdromen in ziekenhuizen voor me. Het moest ook allemaal groots en een beetje dystopisch gaan klinken, en ik denk dat ik daarin ben geslaagd.’

Zelf heeft Marr de twee jaar coronapauze goed doorstaan, zegt hij. ‘Ik heb in alle rust aan mijn album kunnen werken en ben gewoon doorgegaan met wat ik al jaren doe. Componeren, gitaar spelen, nadenken over muziek en het leiden van mijn band. Best saai. Als iemand me veertig jaar geleden had verteld dat dit het weinig glamoureuze leven van een rock-’n-rollartiest zou zijn, dan had ik het niet geloofd. Maar het is ook weer veel leuker dan ik dacht. Ik krijg nog steeds een kick van op het podium staan, trek genoeg publiek en voel me als zanger steeds meer op mijn gemak.’

Muziek: T. Rex – ‘Jeepster’ (1971)

‘Mijn eerste singletje dat ik kocht in de uitverkoop toen ik een jaar of 9 was. Ik kende T. Rex helemaal niet, maar hield wel van Slade en Sweet en al die glamrockbands. Zoals de meeste singletjes toen had het hoesje geen foto, er stond wel een foto van zanger Marc Bolan op het label van de B-kant. Een prachtige kop, die me fascineerde.

Ik zette eerst Life is a Gas op. Ik weet nog dat ik schrok van hoe kaal alles klonk, gewend als ik was aan opgeblazen productie in bijvoorbeeld liedjes van The Osmonds. Maar ik bleef het plaatje net zo vaak draaien totdat het kwartje viel. Uiteindelijk raakte ik er volledig door geobsedeerd. T. Rex werd mijn favoriete band, Jeepster was jarenlang mijn favoriete single en Marc Bolan mijn favoriete popster. Eigenlijk begon hier voor mij alles mee.’

Rory Gallagher Beeld Redferns
Rory GallagherBeeld Redferns

Gitarist: Rory Gallagher

‘Rory Gallagher was de eerste gitarist die ik als jongetje van 13 graag wilde zijn. Mijn broer en vrienden waren wat ouder en hielden in de jaren zeventig van rockbands als Yes en Deep Purple. Allemaal bands met orgels, waaraan ik een hekel had. Platenzaken hingen in die tijd vol met foto’s van Rory Gallagher. Zijn naam had voor mij iets exotisch, wat me extra nieuwsgierig maakte. Gallaghers lp Deuce vond ik geweldig. Alles draaide om zijn gitaarspel, hij koos bewust voor oude versterkers en droeg de kleding van een hipster. Cool zonder er al te veel aandacht aan te besteden. In alles straalde hij iets uit van: het enige wat je in het leven nodig hebt, is een gitaar en een optreden.

Gallagher is veel te vroeg overleden, hij heeft zichzelf doodgezopen toen hij nog geen 50 was. Maar hij was de eerste gitarist wiens spel ik echt bestudeerde.’

Hedendaagse pop: Sault

‘Ik hoor ook nog steeds veel nieuwe muziek waar ik van geniet. Niet dat ik echt op de hoogte wil blijven van alle poptrends, want dat is sneu voor een oude man als ik. Wat er nu op 1 staat zal me een zorg zijn. Maar ik volg die nieuwe lichting Britse gitaarbands als Fontaines D.C., al komen die uit Dublin. Ze hebben ook een literaire fascinatie die ik interessant vind.

Maar wat ik echt wil aanbevelen is Sault. De Britse popmuziek kent een paar bijzondere collectieven als Soul II Soul en Massive Attack, die hiphop, soul en funk samenvoegden alsof het zo hoorde. In dat rijtje heeft zich vorig jaar ook Sault gevoegd. Het enige wat ik weet is dat producer Inflo achter de muziek zit. Ze brachten een aantal spannende neo-soul- en hiphopalbums uit. Zonder informatie, maar met prachtige, onweerstaanbare muziek. Sault verklankt voor mij de moderne wereld.’

 Paul Klee
 Beeld Getty Images
Paul KleeBeeld Getty Images

Beeldende kunst: Paul Klee

‘Mijn kunstsmaak is heel voorspelbaar. Ik hou van alle grote namen uit de vorige eeuw. Picasso, Dalí, je weet wel, de surrealisten en expressionisten, dat werk. Ik vind het leuk om af en toe in mijn werk te verwijzen naar andere dingen dan muziek. Niet uit ijdelheid of zo, maar toch wel een beetje om te laten weten dat niet alles in mijn leven om muziek draait. Zo heb ik op mijn nieuwe album een liedje staan, The Whirl, waarin Dalí en Marcel Duchamp worden genoemd.

Minder duidelijk was de verwijzing naar Paul Klee, misschien wel mijn favoriete kunstenaar. Binnen in de hoes van mijn tweede album Playland (2014) staat een foto van mij met allemaal objecten om me heen. Die heb ik precies nagemaakt van een foto van Paul Klee. Niemand die het doorhad, maar ik vind het leuk om met dat soort dingen te spelen.’

 Aldous Huxley Beeld ullstein bild via Getty Images
Aldous HuxleyBeeld ullstein bild via Getty Images

Schrijver: Aldous Huxley

‘Ik ging toen ik een jaar of 15 was al van school af zonder dat mijn ouders het doorhadden. Ik wilde van gitaarspelen mijn beroep maken en had niet het idee dat ik veel opschoot met wat ik in het klaslokaal leerde.

‘Het was volgens mij nuttiger me in de centrale bibliotheek van Manchester op te sluiten en me te omringen met muziekbladen. Van David Bowie vernam ik in interviews in de NME en Melody Maker over de schrijver William Burroughs. Dan las ik vervolgens in de bibliotheek zijn boeken, waarvan ik aanvankelijk niks begreep.

Zo kwam ik ergens in een van die muziekbladen ook de naam van Aldous Huxley tegen. Zijn boeken Brave New World en The Doors of Perception zijn het beroemdst, maar mijn favoriete werk van hem bestaat uit non-fictie. Zijn essays vind ik het best, al lijken die steeds meer in de vergetelheid te raken. De kunst en politiek waar hij over schreef is natuurlijk ook niet actueel meer, dus ik begrijp dat wel.’

Joan Didion: The Center will not Hold (Griffin Dunne, 2017) Beeld
Joan Didion: The Center will not Hold (Griffin Dunne, 2017)

Documentaire: Joan Didion: The Center Will Not Hold (Griffin Dunne, 2017)

‘Een van mijn favoriete schrijvers, van wie ik alles heb gelezen, is Joan Didion, die vorig jaar helaas is overleden. Telkens wanneer er een nieuw boek van haar was, kocht ik het onmiddellijk. Ik was dan ook blij toen een jaar of vijf geleden ineens een neef van haar met een documentaire op Netflix kwam. Die vrouw heeft veel persoonlijk leed te verwerken gehad, zoals de dood van haar dochter en haar echtgenoot, waar ze ook prachtig over schreef. Toen ik haar zo in beeld zag, vond ik haar nog imposanter dan ze uit haar werk naar voren kwam. Een sterke en ook kwetsbare vrouw.

Dat Netflix is toch echt een zegen, vind ik. Ik heb al zoveel dingen gezien waar ik zelf nooit op zou komen. Series, documentaires, drama, je hoeft er de deur niet meer voor uit.’

Sylvia Plath – Ariel (1965) Beeld
Sylvia Plath – Ariel (1965)

Poëzie: Sylvia Plath – Ariel (1965)

‘Onvoorstelbaar eigenlijk hoeveel van mijn literaire liefdes ik uit de muziekbladen heb gehaald. Zo las ik dankzij Patti Smith over Rimbaud en kwam ik ook de naam van Sylvia Plath ergens tegen in een interview met een muzikant.

Ariel is haar tweede dichtbundel, die twee jaar na haar dood werd gepubliceerd. Ik las er laatst nog over in die geweldige biografie die niet zo lang geleden van haar verscheen (Red Comet van Heather Clark, 2020, red.). Op mijn nieuwe album staat ook een liedje dat Ariel heet. Ik wilde een liedje schrijven over een kwetsbare vrouw, maar ook over mannen die hun tedere kanten durven tonen. Welke vrouw zou ik willen omhelzen, omdat ze een knuffel nodig heeft? Ik kwam meteen op Sylvia Plath. Zo’n gevoelig, kwetsbaar iemand. Ze was pas 30 toen ze in 1963 uit het leven stapte.’

Oosters veganistisch gerecht. Beeld Getty Images/EyeEm
Oosters veganistisch gerecht.Beeld Getty Images/EyeEm

Eten: Oosters veganistisch

‘Ik heb best wel een saaie lijst met culinaire voorkeuren. Ik drink al meer dan twintig jaar geen druppel alcohol meer, eet sinds 1984 geen vlees en sinds 2006 geen vis meer. Mijn maaltijden bestaan uit spinazie, bruine rijst en tofu. Maar dan bij voorkeur wel oosters klaargemaakt. De keukens van Sri Lanka en India spreken me het meest aan, die zijn ook veganistisch ingesteld. Hier is het iets wat we ons pas vrij kortgeleden hebben aangeleerd.

Maar ik hou er wel van een beetje af te zien. Zo heb ik van de zomer twee weken met mijn vrouw doorgebracht in een Oostenrijkse ‘health farm’. Dat was bepaald geen luxespa of zo. We mochten niks, kregen nauwelijks te eten, maar kwamen er toch gelouterd uit. Dat soort dingen vind ik leuk om te doen. Dat je blij bent als het acht uur is en je met een bordje noedels even naar Netflix mag kijken.’

A black Mercedes 300 SL convertible tijdens de Retrorun-ralley in 2015. Beeld Getty Images
A black Mercedes 300 SL convertible tijdens de Retrorun-ralley in 2015.Beeld Getty Images

Auto: Mercedes 300 SL Convertible

‘Winkelen vind ik leuk in het Londense Soho. Ik kom graag in kledingzaken als Maharashi en Clutch. Met mijn jongere zusje was ik thuis in Manchester altijd al met mode bezig. Ik zie er ook graag goed uit, maar geef verder niet zo om luxe.

Mijn belangrijkste dure hobby is het kopen van te veel dure gitaren, zoals laatst weer een Gibson jazzgitaar voor 10 duizend pond. Volgens mij hebben de meeste gitaristen zo’n afwijking.

Daarnaast ben ik de trotse eigenaar van een fraaie Mercedes 300 SL met open dak. Grijs metallic van kleur, uit de jaren tachtig. Het laatste decennium dat Mercedes nog mooie auto’s afleverde.

Ik kocht ’m in 1993 gewoon omdat ik het een mooie auto vond. Ik ben verder helemaal niet zo’n autofreak en zou niet weten wat ik moet gaan rijden als deze op is.

Maar altijd als ik erin op pad ga, word ik zeker drie keer aangehouden door bewonderaars. Van de auto welteverstaan. Dat is weer eens wat anders. Mensen die niet vragen naar The Smiths, maar naar hoe ik aan mijn Mercedes kom.’

Cv Johnny Marr

31 oktober 1963 Geboren in Manchester, Engeland.

1982 Richt samen met Morrissey The Smiths op. Gitarist Marr schrijft de muziek, zanger Morrissey de teksten.

1983 Eerste single Hand in Glove.

1987 In juli verlaat Marr de band, twee maanden voor het verschijnen van hun vierde studioalbum Strangeways, Here We Come.

1988 Na kort in The Pretenders te hebben gespeeld, wordt hij gitarist in The The, speelt met ze tot en met 1994.

2003 Na veel werk als sessiemuzikant, eigen band The Healers met wie hij album Boomerang uitbrengt.

2006 Speelt drie jaar in Modest Mouse.

2008 Speelt drie jaar in The Cribs.

2013 Eerste soloalbum The Messenger.

2016 Publiceert autobiografie Set the Boy Free.

2022 Vierde soloalbum Fever Dreams Pts 1-4 verschijnt bij BMG.