essay

Gescheiden en geen huis te vinden. Floortje Smit kan geen kant op met haar kinderen (en ze is niet de enige)

De scheiding van Floortje Smit verloopt oké, tot ze een huis gaat zoeken voor haarzelf en haar twee kinderen. Ze kan maar weinig lenen en op de woningmarkt legt ze het af tegen iedereen. ‘Ik kijk op Funda hoeveel huizen er in heel Nederland te koop staan voor 170 duizend euro. Nul.’

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Juni 2020

Grappig hoe eensgezind je plots kunt zijn aan het eind van een relatie. Toen we ons realiseerden dat een scheiding echt onvermijdelijk was geworden, besloten mijn ex en ik dat het in ieder geval de vriendelijkste scheiding in de geschiedenis van de mensheid zou worden. Een waar onze twee kinderen van 7 en 9 zo min mogelijk last van zouden hebben.

Dus was het allemaal in een vloek en een zucht geregeld, met die zachtaardige mediator die met een bedrukt gezicht aan onze keukentafel aanschoof. Hij dronk één koffie uit ons dure espresso-automaat en alles was besproken: de vakanties, de financiën, de kosten van cadeautjes, bij wie ze zijn op Tweede Pinksterdag 2026.

En toen was het tijd voor het belangrijkste punt. De reden dat wij, redelijke mensen, überhaupt een mediator in de arm hadden genomen. Zou mijn ex in het huis kunnen blijven wonen dat we bijna tien jaar geleden samen hadden gekocht? Het huis waar een van mijn kinderen geboren is, waar ze opgegroeid zijn, waar ze hebben leren lopen en hun eerste hapjes aten, waar ze hun eigen idioot rommelige kamers hebben? De plek kortom, waar ze het meest vertrouwd zijn ter wereld?

Zes paar ogen naar de laptop. Daar zit, in een zoomschermpje, zijn collega van financiën.

Tikkerdetik. ‘Ze is even aan het rekenen.’

De ex is, net als ik, zzp’er in de media. Hij verdient het meest.

Ha, de collega kijkt op. ‘Voor het behoud van het huis zie ik mógelijkheden.’

Godzijdank. Een hele zorg minder.

‘En voor jou, Floortje… Éven kijken …’ Tikkerdetik. ‘Jíj kunt op basis van je cijfers een hypotheek krijgen van 170 duizend euro.’

Ik voel al het bloed uit mijn gezicht wegtrekken. Zelf had ik via zo’n geinig internettooltje berekend dat ik een ton hoger zou uitkomen.

170 duizend euro.

‘Maar’, stamel ik. ‘Er bestaan helemaal geen huizen van 170 duizend euro.’

Zij, onverstoorbaar: ‘Het góede nieuws is dat je slechts 340 euro per maand aan hypotheek hoeft te betalen.’

Kafka, denk ik. Ik ben in een compleet kafkaëske situatie beland. Wat ik dan nog niet weet, is dat ik dat in de maanden daarna nog talloze keren zal denken. En dat de situatie hopelozer zal worden dan ik toen dacht.

Oké, ik was naïef. Ik had de afgelopen tien jaar, vanuit het riante koophuis met die schitterende trapgevel waar ik oud in dacht te worden, niet écht meer op de woningmarkt gelet. Ja, de rente was steeds lager geworden, dat wist ik – tijdens etentjes was er altijd wel een bevriend stel dat uitgebreid vertelde over de honderden euro’s die ze in de maand gingen besparen door de hypotheek om te zetten. Verder hoefden we het met vrienden nooit te hebben over geld. Onze huizen waren tegelijkertijd zeker een tonnetje meer waard geworden. Wij, de hoogopgeleide, bovenmodaal verdienende woningbezitters, hadden het uitstekend voor elkaar.

Dus terwijl ik me er met pijn in mijn hart bij neer begon te leggen dat mijn toekomst niet zou zijn zoals ik had berekend, visualiseerde ik voorzichtig een andere. Eentje waarin ik in september, oktober misschien, een charmant oud huisje zou betrekken in de oude kern van Edam, waar ik woon. Kleiner natuurlijk, veel kleiner, en wat hapsnap ingericht met spullen van de kringloop, maar ik zou er een gezellige plek creëren voor mijn kinderen. Als ik te verdrietig werd, googelde ik therapeutisch op serviesgoed. Gefaald had ik, maar om dat te compenseren zou ik er alles aan doen om ze een nieuw, warm thuis te bieden.

Ook díé toekomst, realiseer ik me terwijl ik verbijsterd naar die laptop staar, kan ik op mijn buik schrijven.

Juli 2020

Nadat de eerste paniek is weggeëbd, kom ik in actie. Ik besluit elke mogelijke cent opzij te zetten. Extra werk aannemen, de zomer doorwerken, abonnementen opzeggen, creditcard opheffen, spullen verkopen, telefoon afbetalen. Er een sport van maken zo min mogelijk uit te geven. Doorsparen, in ieder geval zolang de hypotheek voor het oude huis nog niet rond is. De controle terugpakken. En dan zou ik omstreeks kerst wel een woning hebben.

In het ouderschapsplan staat dat ik bij voorkeur op twee kilometer afstand van het gezamenlijke huis zou moeten wonen; op Funda zoek ik op waar ik op dat moment met mijn hypotheek, de afgesproken uitkoopsom, plus al mijn gespaarde (pensioen)geld terecht zou komen. Een volledig uitgeleefde voormalig sociale huurwoning staat al een poosje te koop. 285 duizend euro: bespottelijk hoge prijs, vind ik. Als ik door de wijk loop, die ik alleen ken van verhalen over hangjongeren en overlast, probeer ik me voor te stellen hoe mijn vrienden hun auto hier zullen parkeren, dat huis binnen zullen stappen. Snob, denk ik er meteen achteraan. Een huis is wat je er van maakt.

Oktober 2020

Soms schrik ik midden in de nacht wakker met een vaag gevoel van paniek. Er was iets. Iets vervelends. Oh ja, geen zicht op een huis. Eerst wachten. Dan kijk ik op Funda om me iets van een toekomst voor te stellen en naar mijn gestadig groeiende spaartegoed om tot rust te komen, maar echt helpen doet dat nooit.

November 2020

De hypotheek van mijn ex is nog steeds niet rond, maar er dient zich via Funda een kans aan die ik niet wil laten glippen. Een rijtjeshuis in een buitenwijk van Monnickendam dat er ideaal uit ziet. Goed, twintig minuten rijden van de school, en aan de dure kant, maar helemaal af.

Bij de bezichtiging realiseer ik me pas echt hoe de huizenmarkt is veranderd sinds tien jaar geleden, toen we na wat onderhandelen gewoon een huis kochten onder de vraagprijs.

‘Je hebt mazzel dat je überhaupt kunt komen kijken’, zegt de makelaar. Hij heeft drie dagen vol afspraken gepland, nog steeds gooien mensen briefjes in de bus. Bieden vanaf 325 duizend euro is het. Geen idee wat voor bod ik moet doen in zo’n loterij. ‘Ik vínd het al duur’, appt mijn vader, die ook tien jaar geleden voor het laatst op de woningmarkt rondkeek.

‘Het huis hierachter is in augustus verkocht met een vraagprijs van 300 duizend’, zeg ik bijdehand tegen de verkopende makelaar. Daar lacht hij om. ‘De prijs die op Funda staat, is niet de prijs waarvoor huizen worden verkócht hoor.’

Ik weet nog hoe ik met mijn eerste gespaarde twintig guldens met mijn moeder naar de speelgoedwinkel ging om daar een pop met haar van roze wollen draadjes uit te zoeken. Toen ik 14 was kocht ik een gettoblaster voor 249 gulden, helemaal zelf bij elkaar verdiend met een krantenwijk en bollenpellen. Voor mijn uitwisselingsjaar, op mijn 18de, had ik jaren gespaard en een half jaar fabriekswerk gedaan. Als zzp’er zette ik keurig geld opzij voor de belasting en ik spaarde voor mijn pensioen. Ik zorgde ervoor dat ik tijdens mijn zwangerschapsverloven gewoon mijn vaste lasten kon doorbetalen. Nee, ik hoefde nooit iets van iemand te lenen en daar was ik trots op. Wie niet uitgeeft wat hij niet heeft en spaart voor wat hij wil, komt niets tekort en komt niet in de problemen, dat had ik altijd geleerd.

Dit is waarom ik moet slikken nu ik 41 ben en mijn vader opnieuw app. ‘Ik denk dat ik je aanbod tóch aan moet nemen: hoeveel kan ik precies van je lenen zonder dat jij een tweede hypotheek moet nemen?’

Mijn bod blijkt alsnog bij lange na niet hoog genoeg.

null Beeld Claudie de Cleen
Beeld Claudie de Cleen

Kerst 2020

Samenleven met iemand met wie je geen relatie meer hebt, is in het begin doodeenvoudig. Best gezellig zelfs. Je hoeft geen ruzie meer te maken over ergernissen die toch binnenkort tot het verleden behoren. Elkaar de ruimte gunnen: geen probleem. Maar als er na een half jaar nóg steeds geen duidelijkheid over het omzetten van de hypotheek, en je op elkaar elkaars lip zit door lockdown en avondklok, komen er onvermijdelijk momenten waarop je iemand wel een kussen op zijn hoofd zou willen drukken alleen omdat hij te hard ademt. Zelfs als je nog steeds goede vrienden bent en in de vriendelijkste scheiding in de geschiedenis van de mensheid zit.

‘Niet dat ik het wil, maar ik denk dat wij het ons niet eens zouden kunnen permitteren om te scheiden’, verzuchten sommige schoolpleinmoeders. Ik ken mensen die na een scheiding met elkaar in huis blijven wonen tot de kinderen volwassen zijn – het lijkt me ondoenlijk. Hoe bouw je dan weer een volwaardig eigen leven op? In de krant lees ik schrijnender verhalen: over vrouwen die thuis mishandeld worden maar door de wachtlijsten voor sociale huurwoningen geen kant op kunnen. Over vaders die noodgedwongen bij het Leger des Heils zitten en daardoor het contact met hun kinderen verliezen. Terwijl ik voor deze sneue corona-kerst voor de laatste keer samen de boom versier en een diner voor vier in elkaar flans, probeer ik mijn zegeningen te tellen. Nog even en de bank geeft akkoord. En dan één huis. Eén min of meer geschikt huis hoef ik maar te vinden, binnen mijn budget, en alles komt goed.

Voor de lol kijk ik toch eens op Funda hoeveel huizen er eigenlijk in heel Nederland te koop staan voor 170 duizend euro. Nul.

Januari 2021

De vriendelijke hypotheekadviseur die ik in de arm heb genomen, legt me uit waarom mijn hypotheek lager uitvalt dan ik in juni zelf had bedacht. Ik ben alleenstaand, én zzp’er, én heb al tien jaar een hypotheek gehad. Ik vuur vragen op hem af. Ik leg toch bijna de helft van de koopsom op tafel – dan loopt de bank toch eigenlijk amper risico, mocht het ooit tot een gedwongen verkoop komen? Wat overigens een heel raar scenario is, want ik kon de afgelopen tien jaar immers aantoonbaar het driedubbele aan hypotheek betalen, zelfs tijdens een pandemie? En ik ben dan weliswaar zzp’er, maar toch ook zekerder van werk dan iemand met een vaste baan bij bijvoorbeeld KLM? Waarom kan ik dan geen hógere hypotheek krijgen? Waarom is er juist een regel dat ik als doorstromer minder geld kan krijgen dan een starter omdat ik al eens een hypotheek heb gehad? Waarom kan mijn ex juist wél meer hypotheek krijgen vanwege de scheiding omdat hij in het ouderlijke huis blijft, omdat het beter is voor de kinderen? Is het niet óók beter voor de kinderen als ik een passend huis voor ze heb? Helpt het als ik gewoon iemand spreek bij de bank die ik mijn situatie kan uitleggen? Een mens?

Februari 2021

‘Nou, ik vond het helemaal niets’, zegt mijn aankoopmakelaar als we het donkere jaren zeventighuis dat naar natte hond rook uitstappen. Ik heb hem gekozen omdat hij optimistisch is. Bij onze eerste afspraak wees hij naar een fles champagne. ‘Die openen we bij het tekenen van een koopcontract’, zei hij opgewekt. Ik maakte nog een grap over de houdbaarheidsdatum.

Maar nu is hij vooral degene die me behoedt voor een paniekaankoop. Als ik zeg dat ik kan leven met nul kastruimte, of een spoorlijn plus provinciale weg voor de voordeur, of slaapkamers waarvan de deur niet meer open kan als er een bed in staat, wijst hij op funderingsproblemen, slakken in de cv-kast, enkel glas of lekke ramen en scheuren in de gevel. Zaken die reparaties vereisen die ik niet meer zou kunnen betalen als ik mijn hele hebben en houwen in de aankoop van het huis heb gestopt – hoe vaak ik ’s nachts de rekensommetjes ook door mijn hoofd laat gaan.

Dit huis, op ruim 10 kilometer van de school van mijn kinderen, is het zevende huis dat ik bekijk. Het is iedere keer een achtbaan van hopen, de handel mentaal al inrichten, teleurgesteld raken, proberen mogelijkheden te zien die er niet zijn. Drie keer trof ik een huis dat geschikt was. Twee keer werd ik ruim overboden, één keer was het verkocht voordat ik kon bezichtigen. En worden de huizen nu nog sneller duurder, of lijkt het maar zo? Starters hoeven sinds 1 januari geen overdrachtsbelasting meer te betalen. Ja, voor mij pakt die regeling inderdaad extra nadelig uit, erkent mijn hypotheekadviseur. Zij kunnen nu nóg meer bieden en doen dat ook. Ik begin achterdochtig naar vrouwen te kijken die met hun partner achter een Bugaboo door mijn pittoreske zuiderzeestadje wandelen en enthousiast om zich heen kijken, precies zoals ik daar tien jaar geleden liep. ‘Blijf van mijn huizenmarkt!’ denk ik dan narrig.

De woningmarkt zoals die nu is, zet mensen akelig tegenover elkaar. Er zijn de haves en de havenots. Degenen die al een koophuis hebben en degenen die dat niet hebben. Degenen met ouders die flink kunnen bijspringen en degenen die het zelf moeten oplossen. Mijn alles-voor-elkaar-vrienden en ik. De stelletjes en de alleenstaanden. Wie een woning wil, kan beter op zoek op Tinder dan op Funda.

De hele situatie begint me sowieso steeds meer te verbazen. We leven in een samenleving die enorm verandert. We hebben inmiddels 1.1 miljoen zzp’ers in Nederland en dat aantal groeit. Drie miljoen mensen vormen in Nederland een eenpersoonshuishouding en ook daarvan komen er steeds meer. Maar het systeem werkt nog steeds vooral voor wie de heilige drie-eenheid van contract, een koophuis en relatie heeft. Die Nederlanders hebben meer geld, meer zekerheden én de financiële voordelen. Als er al eensgezinswoningen worden gebouwd kunnen alleen zij die momenteel betalen. Degenen die het financieel goed hebben – de veertigplussers vooral – krijgen het steeds beter; wie het even minder heeft, wordt het alleen maar moeilijk gemaakt.

En omdat de absolute onderkant van de huizenmarkt steeds een stapje omhoog schuift, wordt het er steeds drukker en corona zal ook niet helpen. Voor starters, de gescheiden ouders, de mensen die hun baan hebben verloren en kleiner zullen moeten wonen, zijn geen passende huurwoningen. En omdat we elkaar beconcurreren op een piepklein stukje woningmarkt, gaan we als een krankzinnige overbieden en leggen we bedragen neer voor huizen die dat helemaal niet waard zijn. ‘Dat is niet houdbaar’, zegt een vriendin die momenteel bezig is met de bouw van een tweede huis, iets waar ze me tegenwoordig alleen met schroom over vertelt. ‘Er gaat heus wel iets veranderen. Het móet wel.’ Maar in alle krantenberichten die ik obsessief over het onderwerp heb gelezen, ben ik dé oplossing nog niet tegengekomen.

Ondertussen ga ik voor mezelf op zoek naar een tussenoplossing. Dan toch, zoals de meeste alleenstaande zzp’ers met een bovenmodaal inkomen, een huurwoning zoeken op de particuliere markt. Dan toch maar 1.300 exclusief in het zwarte huurgat storten, terwijl ik verder zoek naar een geschikt koophuis dat me maar 340 euro per maand zou kosten. Dan toch maar proberen of ik als zzp’er überhaupt wel zo’n appartement kan krijgen, buiten mijn woonplaats, met één slaapkamer. Dan moeten de kinderen voorlopig maar bij mij in bed. Ze zijn inmiddels 8 en 10.

‘Vroeger hadden kinderen óók geen eigen kamer, hè?’ zegt een vriend die toevallig een schitterend koophuis heeft, met drie ruime slaapkamers boven. Daar heeft hij natuurlijk helemaal gelijk in. Maar hoe tijdelijk is tijdelijk als er geen geschikte huizen zijn om te kopen? Over een paar jaar heb ik twee pubers in huis. Pubers die bij hun vader hun eigen kamers hebben, en ruimte, en hun vrienden in de buurt. Dit is mijn grootste irrationele angst, zo benadrukt iedereen om mij heen: dat ik ze ga verliezen omdat ik geen hypotheek kan krijgen die ik gewoon kan betalen.

En dan is er nog iets. Mijn ex en ik hebben onze kinderen jarenlang een gelijkwaardige relatie voorgespiegeld. Wij hebben financieel altijd alles eerlijk gedeeld: de woonlasten, de verre reizen, de avondjes uit. Je moet jezelf niet financieel afhankelijk maken van een man, was een van de belangrijkste feministische lessen die ik had geleerd, en ik was trots dat ik dat niet was.

Nu kom ik er dus achter dat als twee gelijkwaardige partners uit elkaar gaan, het niet betekent dat ze een gelijkwaardige toekomst hebben. Doordat ik van de vastgoedtrein ben gesprongen en amper mogelijkheden zie om er weer op te komen is hij een have geworden, en ik zo’n havenot. Hij heeft de zekerheid van het trapgeveltje dat met de maand meer waard wordt, ik maak me zorgen over mijn pensioen. Hij hoeft niet drie keer na te denken of hij zich een dagje Efteling kan permitteren, ik ben aan het panieksparen. Hij heeft een huis met drie verdiepingen, ik zoek wanhopig naar een woning met genoeg slaapkamers. Hij kan verder, terwijl ik het gevoel heb dat ik vastzit. We verdienen nog steeds min of meer evenveel, we werken nog steeds net zo hard, maar ik lijk door omstandigheden plots een veel zwakkere partij. Ik vraag me af wat mijn kinderen daar van leren.

Maart 2021

Het natte-honden-huis is verkocht, net als dat met de funderingsproblemen, en dat aan het spoor. Zelfs het afgeleefde sociale woningbouwhuis is al een paar maanden van de markt. ‘De huizen zijn hier op, pap. Opperdepop’, app ik mijn vader.

Dankzij mijn funda-verslaving heb ik de afgelopen maanden de woningvoorraad binnen een beetje behapbare straal rondom mijn huis met de dag zien slinken. Heel soms komt er nog een opknappertje langs dat binnen mijn budget valt. Zo’n huis dat een half jaar geleden vermoedelijk 30 duizend euro goedkoper zou zijn geweest. En nog wordt er overboden. Meeloten voor nieuwbouw dan, die er na zeker tien jaar vertraging eindelijk lijkt te komen? Appartementen binnen mijn budget, van 49 m2 met twee kamers. En gezinshuizen voor 5 ton. ‘Heb jij nog gehoord of er binnenkort nog iets op de markt komt?’, vraag ik mijn aankoopmakelaar. ‘Iets?’ ’Nee’, zegt zelfs die mismoedig.

Ik voel me Sisyphus: hoe harder ik mijn best doe, hoe meer tijd en energie ik investeer, hoe meer geld ik spaar, steeds weer blijkt een geschikte koopwoning net buiten mijn bereik. Ik zal mijn zoekgebied moeten uitbreiden, en flink ook. Dan maar een half uur verder van mijn werk. Dan maar drie jaar lang dagelijks een uur rijden naar de lagere school om mijn zoon te halen en te brengen. Dan maar wel een opknapper kopen met het vooruitzicht dat ik de komende jaren nog steeds elke cent opzij zal moeten zetten voor verbouwingen. Als dat nog helpt.

Ik heb ook geen keuze, want de uitkoopsom staat inmiddels op mijn rekening. Wat betekent dat ik inmiddels zoveel geld heb dat ik er vermogensbelasting over moet betalen, en negatieve rente. Braaf gespaard pensioengeld dat ieder jaar een beetje verdampt en dat ik ook niet zou kunnen aanvullen als ik de maandlasten voor particuliere huur moet betalen. Wat kan ik doen? Stug doorsparen maar. Ik zit nu in de bizarre situatie dat ik rijker dan ooit ben, én een vriendin na een wandelafspraak een tikkie stuur voor een door mij betaald broodje. Ik probeer me niet vrekkig te voelen.

Omdat ik echt niet meer weet hoe lang deze situatie zo blijft, boek ik wel voor het eerst in twee jaar toch een kleine vakantie met de kinderen. Samen herinneringen maken is vele malen waardevoller dan wat zoiets kost, redeneer ik. Ik ga met de ze kamperen in Nederland – de nachtelijke temperaturen zijn rond het vriespunt, dus ik houd een weekend lang een vuur brandend om ze op te warmen. Terwijl zij buiten rondrennen, zorg ik ervoor dat er al eten klaarstaat voordat ze überhaupt trek krijgen. Het is ontzettend bevredigend. Hoe fundamenteel het is je kinderen van basisbehoeftes te kunnen voorzien, merk je pas als ze niet vanzelfsprekend zijn, bedenk ik tijdens het kloven van hout. Dat ik het gevoel heb ze geen geschikt dak te kunnen bieden, verklaart ook de existentiële wanhoop die me kan overvallen.

‘Wat sta je hard op dat hout te hakken, mama. Ben je boos?’

‘Op het kapitalistisch systeem, een dolgedraaide woningmarkt en jarenlang falend beleid op dit gebied, lieve snuit.’

April 2021

Ik ben natuurlijk niet de enige gescheiden moeder in deze situatie. Ik ken er al drie via het schoolplein. Een van hen vertelt dat ze na een krap jaar een huurhuis heeft gevonden. Gekocht door een gewone particulier, voor wie dat financieel voordeliger was dan het geld op de bankrekening te laten staan. De huur is nog steeds fors, zegt ze, maar het heeft meerdere slaapkamers, een eenhoorn in deze regio. En het is een klein wonder dat ze het kreeg: zo’n twintig stellen visten naast het net.

Maar dat betekent ook dat haar tussenoplossing vrijkomt, een appartement op een boerderij, en ik kan erin. Het is een waanzinnig mooie zolder, ruim, gemeubileerd, met houten balken en een hoog plafond. Mijn zoon zal bij mij in bed moeten; voor mijn dochter is er een eigen inham voor haar bed achter een gordijn. Op schooldagen zal ik meerdere keren heen en weer moeten rijden om ze op te halen. Geld sparen wordt een stuk moeilijker.

Maar het is er warm en oergezellig en de plek is fantastisch. Ik zet een stoel voor het raam met uitzicht over de weilanden, kijk naar spelende konijntjes, haal adem en merk dat ik voor het eerst in maanden weer hele nachten slaap. Ik heb geluk. En twee jaar om een betere oplossing te verzinnen.