de gidstuinieren

Eindelijk tijd voor de tuin, maar waar begin je?

De zomerzon lonkt, tijd om naar buiten te gaan. Maar wat nou als je geen zin hebt om in een park te slalommen tussen de mensen? Ben je gezegend met een tuin of een ander buitenplekje voor jezelf, dan is dit het moment om eindelijk eens te beginnen met tuinieren. Maar hoe pak je dat aan?

null Beeld Sophia Twigt
Beeld Sophia Twigt

Alsof het voorbereid was: deze maand kwamen er twee nieuwe gidsen voor beginnende tuiniers. Tom Groot, tulpenboer en bekend van de tv-programma’s als Boer zoekt vrouw en Eigen Huis & Tuin schreef Tuinieren met Tom, ‘een praktische gids voor tuinplezier het hele jaar door’. Schrijver en Volkskrant-journalist Loethe Olthuis kwam met Duurzaam handboek voor de luie tuinier, waarin ze ‘in 10 stappen meer natuur in je tuin of op je balkon’ belooft.

Het boek van Groot is opgedeeld in de maanden van het jaar, met voor elke maand een checklist met dingen die je kunt doen. Olthuis behandelt tien verschillende aspecten van een natuurtuin: de bodem bijvoorbeeld, maar ook het belang van insecten en de vraag hoe je een moestuin begint.

Weg met die tegels

Veel Nederlanders hebben een tegeltuin, maar dat is natuurlijk geen tuinieren. En onderhoudsloos is het ook niet echt: algen en onkruid tussen de kieren moet je alsnog te lijf gaan. Weg ermee dus, betoogt Olthuis. Want tegeltuinen hebben twee grote nadelen: ze houden warmte vast en kunnen hoosbuien niet goed verwerken. Als het plaveisel een dag lang in de zon heeft liggen blakeren, blijft die warmte in de stenen zitten waardoor het bloedheet wordt in de tuin. Een groene tuin zorgt voor verkoeling, omdat planten via hun bladeren water verdampen. Bovendien kan de regen bij een flinke bui veel beter weglopen in losse grond met planten, terwijl een tegeltuin al gauw blank staat. En nu de sportscholen voorlopig dichtblijven, is een weekendje tegels loswrikken meteen een mooie workout.

Maar met alleen tegels weghalen ben je er niet. Waarschijnlijk kijk je nu naar een zandgrond of een kleigrond. Zand is losser, maar droogt snel uit en bevat weinig voedingsstoffen. Klei is juist vaster en bevat veel voeding voor planten, maar kan ook weer zo vast worden dat het water niet meer goed wegloopt. Heb je beide in de tuin, dan loont het om ze te vermengen tot zavelgrond. Je kunt alle grond verbeteren met mulch. Dan vermeng je de bovenste laag met organisch materiaal: compost, houtsnippers, oud blad. Daar wordt de grond luchtiger van en hij houdt vocht beter vast. De beestjes in de bodem doen de rest van het werk: ze zetten de plantenresten om in voedingsstoffen voor nieuwe planten.

Bollen

Wat je eind mei in de grond kunt zetten? Zomerbloeiende bollen zoals dahlia’s, zegt Groot. (De bollen waar je volgend voorjaar van wilt genieten, plant je pas in de herfst.) Ook voor eenjarige planten, zoals afrikaantjes en struikmargrieten is nu het moment. Eenjarige planten gaan, zoals de naam al zegt, maar één keer mee. De winter overleven ze niet.

Dat is uiteraard anders bij vaste planten, die blijven langer onderdeel van je tuin. Wat boven de grond uit komt sterft meestal ’s winters af, maar de wortels overleven de vorst. Daaruit komt het jaar erop weer nieuw blad. Mei is een goed moment om nieuwe vaste planten in je tuin te zetten, omdat het – als het goed is – ’s nachts niet meer vriest. Daardoor kunnen de planten goed gaan wortelen voor ze blad maken.

Zorg dat je planten hebt die op verschillende momenten in het jaar bloeien. Zo gebeurt er het hele jaar door iets in je tuin, in plaats van dat alles tegelijkertijd bloeit en sterft. Check het etiket: daar staat met Romeinse cijfers aangegeven wanneer de bloeiperiode is.

Insectenhotel

Een tuin moet niet te netjes zijn. Rommelhoekjes van boomstammen en oud blad zorgen ervoor dat insecten zich kunnen nestelen in je tuin. Dat is belangrijk, want bijen en andere insecten bestuiven de bloemen in je tuin.

Je kunt ook een insectenhotel bouwen. Zorg dan voor verschillende materialen en gaten in verschillende groottes. Bamboe, hooi, stro, eiken- of essenhout waarin je gaten boort. Daarin kunnen insecten zich dan nestelen. Last van bladluis? Zet een terracotta potje op zijn kop met wat hooi erin. Daar kruipen oorwormen in, die de luis opeten.

Natuurlijk zijn niet alle insecten geliefd: wespen heb je bijvoorbeeld liever niet om je heen als je rustig op je terras wilt ontbijten. Wespen hebben volgens Groot een hekel aan de geur van citroenverberna, dus wat potten daarvan kunnen geen kwaad. Olthuis zegt dat we de geelzwarte beesten juist wat meer moeten waarderen: ze jagen bijvoorbeeld op vliegen en muggen. Eén nest maakt volgens haar wel vier- tot vijfduizend kilo muggen per jaar tot prooi. Zonder wespen zouden er zo veel muggen zijn dat je ’s zomers altijd onder een klamboe moet slapen. Leg wat stukken overrijp fruit aan de andere kant van de tuin voor de wespen, zodat ze dat eten in plaats van jouw boterham met jam. De vorming van een wespennest in je tuin kun je voorkomen door een nepnest op te hangen. De beesten zoeken dan een andere plek op.

Moestuin

Een moestuin moet je in een luwe plek van de tuin beginnen. Struiken zijn een goede natuurlijke afscheiding. Zorg ook dat het een zonnige plek is. Hollandse groenten als aardappelen, prei en bonen doen het bijna altijd wel goed. Meer mediterrane groenten als courgette en pompoen ook, voor aubergines en tomaten is een kleine kas aan te raden. Zorg dat je de bodem, net als in de rest van de tuin, vruchtbaar houdt. Wat extra compost vermengd met koemest helpt ook.

Je wilt natuurlijk voorkomen dat, nét als je die malse krop sla in een salade wilt verwerken, hij al opgevroten is door slakken. Loslopende kippen eten ze graag op, maar daar moet je maar net ruimte voor hebben. Wat ook helpt is je planten bespuiten met een aftreksel van knoflook . Een bessenstruik of fruitboom kun je bedekken met een net, om te voorkomen dat vogels je voor zijn. Neem geen groen of zwart net, tipt Olthuis. Veel dieren kunnen die niet zien, en raken er dan in verstrikt. Kies liever wit of felblauw.

Knoflookspray

In haar boek schrijft Olthuis dit plantenbeschermende recept:

Snijd 5 bollen knoflook in stukjes, giet er een liter kokend water over en laat het 24 uur trekken. Zeef het mengsel, doe er nog drie liter water bij en spuit het dagelijks over de door slakken geteisterde planten. Na vijf dagen zou je resultaat moeten zien.

Water geven

Zorg dat de grond niet uitdroogt! Deels door hem goed bedekt te houden, maar ook door in droge periodes regelmatig water te geven. En zorg dat de grond dan echt door en door nat wordt, zodat het water diep in de bodem zakt en de wortels van je planten ook dieper de grond in gaan om bij het water te komen. In de zomer moet je ‘s ochtends vroeg of in de avond na zonsondergang beregenen. Zo voorkom je dat het water verdampt. Beide schrijvers raden een regenton aan: dat bespaart geld en is duurzamer dan leidingwater.

Tom Groot: Tuinieren met Tom – Een praktische gids voor tuinplezier het hele jaar door. Westbest; € 17,95.

Loethe Olthuis: Duurzaam handboek voor de luie tuinier. Spectrum; € 24,99.

Wat als je geen tuin of balkon hebt?

Ook binnenshuis kun je van groen genieten. Maar hoe houd je je kamerplanten in leven?

Meer over