Beter Leven

Dure luchtreiniger kopen? Pas op: een slechte kan schadelijk zijn

Luchtreinigers zijn behoorlijk aan de prijs. Zijn ze de investering waard, of werken ze helemaal niet? De Volkskrant testte drie exemplaren en mat de effecten met een fijnstofmeter.

null Beeld Sophia Twigt
Beeld Sophia Twigt

Het zijn de vertrouwde geluiden van het koken: ­gespetter in de braadpan, een klapperend ­deksel, de herrie van de afzuigkap. Maar ineens komt hier iets bij: een apparaat in de hoek licht geel op, dan rood, en begint venijnig te blazen. Het heeft de walmen uit de keuken opgepikt en begint lucht rond te pompen om fijnstof en schadelijke gassen weg te filteren.

Zo is het om een luchtreiniger in huis te hebben. Helpt het ook echt om zo’n duur apparaat aan te schaffen? En als je dat doet, hoe ­bevalt dat dan? We testten drie exemplaren bedoeld voor woningen, van Philips, Dyson en Blueair, en hingen een eigen fijnstofmeter op om de effecten te zien.

Stap één is bepalen welke reiniger je het mooist dan wel het minst storend vindt. De Philips AC3039/10 (499 euro) oogt bij­voorbeeld als een zwarte, ronde muziekbox en valt daardoor weinig op. De Dyson Pure Cool Cryptomic (599 euro) springt juist enorm in het oog, met zijn witte ovaalvorm op een goudkleurige sokkel. De wat chiquer ogende, zwart-witte Blueair HealthProtect 7470i (779 euro) zou dan weer niet misstaan in het decor van een Star Wars-film.

De ervaringen zijn erg vergelijkbaar. Alle drie de apparaten zijn ­uitgerust met sensoren, zodat ze kunnen inspelen op een veranderende luchtkwaliteit. De automatische stand is het handigst: dan is de reiniger stil, tot je het fornuis aanzet of iets anders doet dat invloed heeft op de luchtkwaliteit. Dan is het geblaas onmiskenbaar te ­horen, en bovendien goed te voelen als je in de buurt zit. Niet voor niets prijst Dyson zijn apparaat ook aan als verkoelende ventilator.

App meldt luchtkwaliteit

Bij alle reinigers hoort, vanzelfsprekend, een app. Daarmee kun je het apparaat gemakkelijk op ­afstand bedienen, en kun je de luchtkwaliteitsmetingen van de sensoren inzien. Als je doorgeeft waar je woont, krijg je meteen ­informatie over de kwaliteit van de buitenlucht.

Blueair HealthProtect 7470i Beeld Blueair
Blueair HealthProtect 7470iBeeld Blueair

Ze zijn dus zichtbaar en hoorbaar aan het werk, maar halen die luchtreinigers ook echt wat uit? Ja, weet Bert Blocken, die als hoog­leraar bouwfysica aan de TU Eindhoven onderzoek doet naar luchtreinigers. Er is alleen wel een probleem: ‘Je hebt goede producten, waardeloze producten, en producten die erger dan waardeloos zijn.’

Bij sommige filtertechnologieën komen restproducten vrij die schadelijk zijn, zoals ozon. Een slecht apparaat vangt die niet goed af, en kan daardoor zelfs schadelijk zijn, waarschuwt Blocken. Tot zijn frustratie is er nog geen officieel keurmerk voor luchtreinigers. ‘Daardoor is de markt een beetje het Wilde Westen.’

Hoe weet je dan of je geen troep in huis haalt? Vermijd in elk geval opvallend goedkope exemplaren van onduidelijke herkomst, zegt Blocken. Die van gerenommeerde merken zijn volgens hem doorgaans prima, zij hebben immers een goede naam hoog te houden.

Dyson Pure Cool Cryptomic Beeld Dyson
Dyson Pure Cool CryptomicBeeld Dyson

In de eigen fijnstofmetingen is het effect van de geteste producten in elk geval duidelijk. De gemiddelde concentratie was in de weken waarin een reiniger aan stond twee tot vier keer lager dan toen er geen reiniger aan stond. Bij een experiment met kaarsen was de lucht in een kwartier bijna helemaal fijnstofvrij na het aanzetten van zo’n apparaat op volle stand, terwijl de kaarsjes nog brandden. Dat de fijnstofconcentratie van meer factoren afhankelijk is – de ene week worden er bijvoorbeeld meer tosti’s gebakken dan de andere – maakt onderling vergelijken op ­basis van deze metingen lastig.

Goede luchtreinigers halen meer dan 85 procent van de schadelijke stofjes uit de lucht die door de filters gaat, volgens Blocken. Dan gaat het bijvoorbeeld om fijnstof, stikstofdioxiden en formaldehyde, maar ook om pollen, bacteriën en virussen. Alle drie de ­geteste producten beloven zelfs meer dan 99 procent van de vervuiling uit de lucht te halen.

Daarbij is het wel van belang dat het apparaat erin slaagt genoeg lucht door de filters te trekken. Fabrikanten melden zelf voor welke oppervlakte hun reiniger ­geschikt is, maar hebben volgens Blocken vaak de neiging aan de hoge kant te gaan zitten.

Clean Air ­Delivery Rate

Dan is er de veelgebruikte ­methode om in een lab te bepalen hoeveel schone lucht er uit een ­apparaat blaast: de Clean Air ­Delivery Rate. Blueair meldt de hoogste score voor zijn apparaat. Dyson scoort het laagst, maar het bedrijf zelf is van mening dat de hele manier van testen niet deugt omdat de labsituatie – in een zeer kleine ruimte – niet realistisch zou zijn. Zo wordt het de consument knap ingewikkeld gemaakt.

Philips AC3039/10 Beeld Philips
Philips AC3039/10Beeld Philips

Volgens Blocken is de Clean Air Delivery Rate een goede eerste ­indicatie van hoe goed een luchtreiniger is, maar heeft Dyson een punt met zijn kritiek. Wat hem ­betreft nog een reden om met een onafhankelijke certificering te ­komen waardoor consumenten zonder omhaal kunnen zien: dit product deugt voor een ruimte ter grootte van mijn woon- of slaap­kamer.

Hoe zit het eigenlijk met de verschillende filtertechnologieën? Er zijn hepafilters, plasmafilters, koolstoffilters, en allemaal werken ze anders. Volgens Blocken is niet één filtertechnologie superieur, maar werkt een combinatie vaak het best. Let wel op het onderhoud: een hepafilter, bijvoorbeeld, dien je een of twee keer per jaar te vervangen – op den duur raakt het verstopt met vuil. De apps van alle drie de merken waarschuwen als filters aan vervanging toe zijn.

Overigens kan een luchtreiniger nooit een volledige vervanging zijn voor verse lucht, benadrukt Blocken. Het blijft belangrijk om het ventilatiesysteem te gebruiken of een raam open te zetten.

Meer over