Service

De Volkskeuken: Blauw eten voor groentjes

Het recept van de dag van uw Volkskok. Vandaag: Scones met dulse, bijgerecht voor 6 tot 12 personen.

Marie-Louise Schipper
Scones met dulse Beeld Marie-Louise Schipper
Scones met dulseBeeld Marie-Louise Schipper

We zijn inmiddels met meer dan zeven miljard aardbewoners. Ik weet ook wel dat er te weinig voedsel is voor allemaal. Waar halen we het eten van de toekomst vandaan? Uit de zee. En dan doel ik niet op een visje, maar op zeewier. Inmiddels is er een aantal bedrijven in de Noordzee gevestigd, het blauwe boeren is in zwang.

Toch is dit fenomeen niet nieuw. Ook in de jaren vijftig baarde de bevolkingsgroei zorgen en droegen Hamburgse bakkers een steentje bij door zeewierbrood op de markt te brengen. Daarmee bespaarden ze broodmeel. ‘Dit onkruid van de zee heeft uitstekende voedingskwaliteiten’, schreef een Volkskrant-collega. Toch is het eten van wier hier nooit gemeengoed geweest. Jammer, want wieren zijn uitstekende smaakmakers.

Alles bij elkaar zijn er zo’n vijfhonderd eetbare soorten. We onderscheiden bruinwieren, groenwieren en roodwieren. Uit die laatste groep koos ik gedroogde dulse (palmaria palmata), die is bij natuurwinkels te koop. Dulse staat ook wel bekend als zeebacon omdat de smaak aan spek doet denken. Mede daardoor is het een goed wiertje voor beginners als ik. U kunt het ook meebakken in groentegerechten of gebruiken in vinaigrettes. Het bevat bovendien eiwitten, ijzer en vitamine B1 en C.

In de Ierse keuken maken ze er traditiegetrouw hartige scones van, dus die Hamburgse bakkers waren zo gek nog niet. En zo rook het in mijn keuken ineens naar de zee op een zomerse middag.

Ingrediënten

15 g dulse (roodwier, verkrijgbaar bij de natuurvoedingswinkel)

450 g patentbloem

1 theel. baksoda

snuf zout

350 ml karnemelk

1 ei, losgeklopt

Pak een kom en laat het wier vijf minuten wellen in een ruime hoeveelheid water. Doe de bloem, de baksoda en het zout in een beslagkom. Meng goed. Maak een kuiltje en giet er de helft van de karnemelk in. Meng met de ene hand de ingrediënten, houd met de andere de kom vast. Laat de dulse uitlekken en snijd fijn. Voeg toe aan het beslag.

Het deeg is behoorlijk plakkerig. Geen zorgen, dit komt goed. Voeg het restant karnemelk toe en de helft van het ei. Blijf kneden. Bekleed een bakplaat met wat bakpapier en leg er hoopjes deeg op, ongeveer zo groot als een golfballetje. Was daarna uw handen met water en draai (met diezelfde natte handen) de ballen in een wat nettere vorm. Ze zullen in grootte toenemen. Bestrijk met het restant ei. Bak ze op 200 graden in ongeveer 20 tot 25 minuten goudbruin. Lekker bij de lunch. Eet er vooral een vissalade bij.

Meer over