De Tafelberg is genieten én lijden

Kaapstad is een toevluchtsoord geworden voor rijke Zuid-Afrikanen en buitenlanders. De Tafelberg scheidt de twee werelden en houdt armoede en criminaliteit weg van het mondaine deel....

FRED DE VRIES

'DIT IS net onze relatie. Jij geniet, terwijl ik lijd.' Twee jonge mannen klimmen de duizend meter hoge Tafelberg op. De een zweet en hijgt, de ander oogt vief en kijkt met enig dédain naar zijn partner, die zich ongetwijfeld ontelbare malen heeft afgevraagd waarom hij niet met de onlangs gerenoveerde kabelbaan naar boven is gegaan.

Eenmaal boven krijgt de verzuchting van de hijgende man extra dimensie. Tafelberg, de trots van Kaapstad, legt de structuren van de stad feilloos bloot. De top van de berg biedt uitzicht over de stranden van Clifton en Camps Bay, waar de Kaapse beau monde bruint. In het oosten bij Muizenberg en Simon's Town kun je de witte kragen van de golfslag zien, ideale surfplekken.

Maar wie zijn blik noordwaarts wendt, ziet de Cape Flats, een schier eindeloze vlakte met kleurlingen-townships als Mannenberg en Mitchell's Plain, en de immer uitdijende zwarte krottenwijken rond Kayelitsha en Guguletu. De berg scheidt de twee werelden, houdt de armoede en de criminaliteit weg van de mondaine wereld. Het ene deel lijdt, terwijl het andere geniet.

Het is die natuurlijke barrière die Kaapstad een toevluchtsoord heeft gemaakt voor rijke Zuid-Afrikanen en buitenlanders (Lord 'Diana's broer' Spencer, Kraaykamp sr, Gordon). Maar ook kunstenaars en voormalige politieke activisten hebben in groten getale het vervuilde en criminele Johannesburg verruild voor de relatieve rust en idylle van Kaapstad. 'Almal wil een huissie by die see, almal hoop die struggle is virby', zingt de Kaapse troubadour Koos Kombuis treffend op zijn laatste cd Madiba Bay, met op de omslag een foto van de in goud zonlicht gedompelde oceaan en de Tafelberg.

Zelfs cynici die Kaapstad altijd afdeden als een gelukkige speling van de natuur, bewoond door zelfvoldane, slome 'Kapies', zijn overstag gegaan. Kaapstad is hard op weg Afrika's cultureel centrum te worden. Buitenlandse modellenbureaus en filmmaatschappijen zijn daar al van overtuigd. Tussen maart 1996 en maart 1997 werden in 'Afrika's Hollywood' 182 reclamefilms opgenomen, 32 documentaires en zeven speelfilms. Modellenbureaus Boss en Elite hebben er een kantoor geopend. Supermodel Kate Moss kwam onlangs ook even poolshoogte nemen.

Het geheim van Kaapstad? 'De combinatie van een goed leven samen met de goede infrastructuur en de relatieve veiligheid', zegt Liliane van Leeuwen.

Met haar zware motorlaarzen, piercings op vijf plaatsen (waarvan drie zichtbaar) en tatoeages is Liliane zelfs voor liberaal Kaapse begrippen een uitzonderlijke verschijning. Ze woont haar hele leven in Kaapstad, is adjunct-hoofdredacteur van het blad Student Life en kent het uitgaansleven door en door. 'Ik behoor tot het meubilair.'

Het is zaterdagochtend. Van Liliane's flat op de prettig louche Main Road, Green Point, is het een kwartiertje lopen naar het centrum van de stad. Op straat staan prostituées. 'Heb je een vuurtje, schat?' Uit club Angels, verderop, klinkt een zware beat. Het is niet duidelijk of dat de laatste klanken zijn van de gay night van gisteravond of het begin van de hiphopmatinee die vanmiddag plaatsvindt.

Op de verkeersloze St. George's Street begint het echte zaterdaggevoel. Verkopers hebben hun waar op het trottoir uitgestald. Nieuw in vergelijking met drie jaar geleden zijn de talloze maskers, beelden en doeken uit de rest van Afrika. Nieuw zijn ook de koren die op de straathoeken uit volle borst staan te zingen, meerstemmige liederen in Xhosa, de taal van Mandela.

St. George's Street komt uit op Greenmarket Square, beroemd om zijn rommelmarkt. Het hippie-element van weleer heeft goeddeels plaatsgemaakt voor iets kleurigs pan-Afrikaans. De handelsroutes lopen van Zimbabwe naar Kenia en van Congo via Kameroen naar Mali. De Ivoriaanse maskers zijn het mooist, de stoffige Congolese het talrijkst.

'Je moet mee naar de Pan African Market. Daar verkopen ze echt mooie spullen', zegt Liliane en troont me mee naar Long Street met zijn typische Cape-Dutch architectuur. 'Long Street is het alternatieve centrum van Kaapstad. Alles vind je er, Turkse baden, cybercafés, tweedehands boeken- en platenzaken, hotels voor rugzaktoeristen, koffieshops.'

En sinds twee jaar dus ook de Pan African Market, twee verdiepingen vol gangen en ateliers, waar je heel Afrika bij elkaar kunt kopen en waar de voertalen Frans en Swahili zijn. De markt is zo succesvol dat de eigenaars elders in de stad nog twee galerieën willen openen, waar de 'meer serieuze Afrikaanse kunst' aan bod komt.

Op het balkon drinken we koffie en kijken we naar Long Street, waar een gitarist rock 'n' roll-klassiekers speelt. Recht tegenover de markt kun je je laten piercen en tatoeëren. We praten wat met hippe vrienden van Liliane, die op zoek zijn naar werk in Kaapstad. 'In Johannesburg liggen de lonen hoger. Maar het is een promotie als je in Kaapstad wordt geplaatst, ook al betekent dat dat je minder verdient.'

's Middags rijden we met de auto langs de stranden het schiereiland rond. Helder water, groene heuvels, witte villa's en de bewolking die van de top van de Tafelberg afglijdt als dikke slagroom, zonder ooit de grond te raken. De zon gaat onder en de omgeving, concluderen we, lijkt op dat hoesje van die cd van Koos Kombuis.

We stoppen bij Dixie's, een Nederlands-Indonesische bar-restaurant aan de Atlantische Oceaan, tussen Fish Hoek en Simon's Town. Enkele gasten volgen luidkeels het rugby op de televisie. Tijd voor bier en reflectie.

Het lijkt allemaal wat mooier dan het is, zegt Liliane. Kaapstad is heel cliquey. 'Je moet weten waar je heen moet voor de juiste clubs, pubs en koffieshops en waar je de juiste mensen kunt ontmoeten. Het ligt niet voor het oprapen zoals in Amsterdam of Londen. Maar dankzij die toeristen en nieuwkomers is er wel veel meer gekomen.'

Van een echte Kaapse cultuur is nog geen sprake. 'Al die jaren van culturele isolatie hebben diepe sporen achtergelaten. Local is lekker, luidt het credo. Maar de huivering is nog steeds groot om in lokale kunst te investeren, Kaapse beroemdheden bestaan nauwelijks. We zijn nog steeds geobsedeerd door de internationale trend van de week. We moeten ons aansluiten bij de rest van Afrika. Dat gebeurt wel, maar heel langzaam.'

Kaapstad excelleert nu vooral in popmuziek. Had je vroeger slechts Koos Kombuis en township jazz, nu is er van alles, van kleurlingen hiphop tot zwarte house (kwaito) surfpunk, satanische heavy metal en raciaal gemengde drums 'n' bass. 'Vanavond kun je flink wat bands zien', belooft Liliane.

Over donkere snelwegen rijden we uren later naar de River Club in de hippiewijk Observatory, door Liliane smalend de 'linzengordel' genoemd. Vanavond is er een battle of the bands. Liliane zit in de jury. Zeven Kaapse groepen doen mee. Verwacht er niet te veel van, waarschuwt het jurylid. 'Het kan een vreemde avond worden.'

En vreemd wordt het. De competitie blijkt georganiseerd door een christelijke vereniging, met als gevolg dat de helft van de bands en het merendeel van het publiek zwaar gelovig is. Er is geen zwart gezicht te zien.

Er is een surfpunkband, die in korte nummers uiterst agressief van leer trekt, en tussendoor hoog opgeeft van de Heer. Er is ook een band die begint met brandende kaarsen op het podium, die luidkeels vloekend opkomt en vervolgens duivelse hardrock ten gehore brengt, compleet met een danseres die lijkt weggelopen uit een Dracula-film. Ravenwolf heten ze en ze spelen al vijftien jaar dezelfde muziek. Ze winnen niet.

De winnaars zijn Naked Lyric, met blije liedjes die zo op een EO-landdag zouden passen en die het publiek aanzetten tot enthousiast meeklappen. We bestellen maar bier.

Tegen vieren wordt de terugtocht aanvaard. Bij Seapoint, met zijn vergane jaren zeventig-glorie, is het nog druk. Prostituées en de jeugd die terugkeert van een rave, bevolken de straat.

In Sal's Saloon, een plek die, in Liliane's woorden 'een gevarieerde cliëntèle aantrekt', eten we hamburgers tussen penose en nachtvlinders.

De volgende ochtend zweet ik, in mijn eentje, al het verderf eruit. Anderhalf uur duurt de steile klim naar de top van de Tafelberg. Ik lijd en ik geniet.

Meer over