De slagader van de Chinezen; SIMON WINCHESTER BESCHRIJFT REIS LANGS DE YANGZI

RIVIEREN HEBBEN altijd tot de verbeelding van ontdekkingsreizigers gesproken. Maar de belangrijkste rivier ter wereld heeft nauwelijks een reputatie...

Het is de Yangzi, of Jangtsekiang, zoals ze generaties lang in onze schoolatlassen stond vermeld. De Nijl en de Amazone zijn weliswaar iets langer, maar hun economisch en sociaal belang is bij lange na niet zo groot.

Ontdekt hoefde de Yangzi nooit te worden, want ze is sinds mensenheugenis een centrum van beschaving. Azië's vroegste sporen van mensachtige wezens, de Homo ergaster, zijn er te vinden, naar schatting 1,9 miljoen jaar oud. Het belang van de Yangzi is en was dat er de grootste menselijke concentratie van onze aarde woont. Nu zijn dat een half miljard mensen, 10 procent van de wereldbevolking. Zou het Yangzi-bekken een eigen staat zijn geweest, dan zou het na India het grootste land ter wereld zijn.

Simon Winchester, een meermalen bekroonde Britse journalist die in New York woont, ontdekte de rivier bij zijn eerste China-reis, toen hij per trein van Peking naar het zuiden ging. Bezuiden de Yangzi zag hij dat hij in een andere wereld kwam, met andere mensen. Boven de rivier eten Chinezen gierst en graan, eronder rijst.

Boven de rivier zijn ze gereserveerd en conservatief, de echte erfgenamen van duizenden jaren Chinees keizerrijk. Onder de rivier wonen kleinere en donkerder mensen. Ze spreken een enorme variatie aan dialecten. Ze onderscheiden zich door een particuliere ondernemingszin die niet terugdeinst voor welke vernieuwing of aanpassing dan ook.

De Yangzi is de slagader van de Chinezen. Die duiden haar dan ook aan als Chang Jiang, de Lange Rivier, of gewoon als de Rivier.

Winchester is een journalist die van elk stukje van zijn reis een mooi verhaal weet te maken. Die reis begint in een koude winter in New York. Winchester ziet in een boek een fragment van een oud rolschilderij. Hij speurt de eigenaar van het schilderij op, een Chinees die in het noorden van de Verenigde Staten woont. Deze meneer Wang haalt speciaal voor hem de rol uit de kast en spreidt de zeventien meters ervan uit over een tafel. De afbeelding, driehonderd jaar oud, laat minutieus de stadjes zien. Shanghai is er piepklein op afgebeeld, een paar huisjes met een pagodedak.

Die kaart wordt de basis van het avontuur. Winchester geeft het het motto mee van een gedicht van Li Bai uit de achtste eeuw:

De rivier ligt hier als een oude schil derrol,

de verbeelding van het woest zwaaien der mensen

tegen de draaikolken van almaar weer vertelde verhalen.

Als een heuse ontdekker begint Winchester bij de monding: Shanghai, de stad zonder roemrijk verleden. Nog maar vijftig jaar geleden kon de westerling er voor een paar koperstukken een kind kopen. Met dat kind kon hij alles doen wat hij wilde. Er waren bordelen ter grootte van fabrieken en evenveel opiumkits als theehuizen. Nu nipt in een sjieke bar een jonge westerling aan zijn cocktail en eet een hamburger. Maar vergeleken met een halve eeuw geleden heeft hij weinig meer te zeggen. Zijn firma is misschien nog altijd groot en belangrijk, en hij verdient enorm veel geld. Maar de spullen worden verkocht aan Chinezen, het kapitaal komt van Chinezen en zijn hoogste bazen zijn Chinezen.

Met het imago van Shanghai is de teneur van dit boek gezet. Wat het Westen ook van China's ontwikkelingen mag denken, veel invloed heeft het er niet meer op. Neem Nanking, de volgende grote stad aan de rivier. Deze stad heeft een gruwelijke geschiedenis. Bij de 'verkrachting van Nanking' door de Japanse bezetters, gedurende zes weken aan het eind van 1937, werden tweehonderdduizend mannen vermoord en twintigduizend vrouwen verkracht. Velen werden door machinegeweren afgeslacht, toen ze de rivier probeerden over te steken.

Nu is heel China trots op deze stad. De Yangzi is hier uitzonderlijk diep en heeft een enorm verval. Het waterpeil varieert door het jaar heen wel zeven meter. De grootste brug van het land, bijna zeven kilometer lang, werd hier gebouwd. De aanleg duurde acht jaar en was een prestigeproject zonder weerga. Chinese ingenieurs wilden laten zien wat ze konden, nadat ze in 1960 door de Sovjet-Unie in de steek waren gelaten. In 1968 werd de brug officieel geopend, midden in de Culturele Revolutie.

Deze brug zal in glorie weldra worden overvleugeld door 's werelds grootste bouwproject, ook aan de Yangzi: de Dam. Al in 1919 ontwierp de toenmalige president van China een plan voor de bouw. Een dam maakt de rivier over een veel grotere lengte bevaarbaar voor grote schepen, een geweldige oppervlakte kan worden bevloeid, en er kan een enorme hoeveelheid elektriciteit mee worden gewonnen. En liggen er geen dammen in alle grote rivieren van de wereld?

De geëigende plaats is Drie Kloven, een punt waar de kolkende rivier op z'n smalst is. Daar komt dus de dam, ruim 200 meter hoog en 2200 meter breed. Dertien steden, waarvan een enkele met meer dan honderdduizend inwoners, zullen erdoor onder water komen te staan. Chongqing, een stad die tweeduizend kilometer van de zee ligt, zal door de dam een grote haven worden, waar oceaanschepen kunnen aanmeren.

Tot begin jaren negentig was hetenthousiasme voor het monsterproject groot. Toen verscheen een boek van Dai Qing, China's bekendste milieu-activiste en bovendien de pleegdochter van een van de oude communistische voormannen. De Rivier! heette het, en het uitroepteken was cruciaal. Ze beschreef hoe zestig kleinere en twee grote dammen in China eerder waren ingestort, waarbij honderdduizenden mensen verdronken, zonder dat daaraan ruchtbaarheid was gegeven. De technische problemen van de nieuwe dam, schreef ze verder, waren allerminst opgelost. En de gevolgen van een aardbeving of een bombardement zouden niet te overzien zijn. De Wereldbank annuleerde daarop de toegezegde financiering, de andere westerse financiers volgden dit voorbeeld.

Maar de dam zal er komen, met geld uit China. Premier Li Peng, zelf ingenieur, heeft er zijn lot aan verbonden. De dam gaat 70 miljard gulden kosten. Er moeten 1,25 miljoen mensen voor verhuizen.

Winchesters meest geestdriftige beschrijving geldt echter niet de brug of de dam, maar een verschijnsel dat zich pas een paar honderd kilometer verderop voordoet. Daar maakt de Yangzi een opmerkelijk scherpe bocht. Wat ook de kronkels en meanders mogen zijn van de Mississippi, de Wolga, de Ganges of de Rijn, ze verbleken bij wat de Yangzi vertoont. In die bocht botst de Yangzi op de Wolkenberg.

Die is zo hard en ondoordringbaar dat zelfs de krachtigste rivier van de wereld er niet doorheen breekt. De steen is er volgens de overlevering door de eerste goddelijke keizer, Yü de Grote, zelf neergelegd. Had hij dat niet gedaan, dan had Vietnam of Cambodja van de rivier geprofiteerd. China was dan niet veel belangrijker geweest dan Siberië en het centrum van de oosterse wereld had ergens bij Saigon gelegen.

Het slot van het boek is een mooie anticlimax. Winchester staat eindelijk bij de oorsprong van de Yangzi, op de hoogvlakte van Tibet. Maar waar de bron te zoeken? Winchester kijkt naar de rivier en bedenkt dat hij linksaf of rechtsaf kan. Van beide kanten stroomt het water toe, en er zijn nog meer beken, plassen en gletsjers die als 'de' bron kunnen gelden. Het begin van China en zijn beschaving verliest zich in een onnaspeurbare nietigheid.

Daan Bronkhorst

Simon Winchester: The River at the Centre of the World.

Viking, import Penguin Nederland; 428 pagina's, ¿ 65,60.

ISBN 0 670 86318 1.

Meer over