'De ornamentiek fysiek ondergaan'

Kleur in relatie tot architectuur zocht beeldend kunstenaar Peter Struycken in Iran. Hij zag er overdadige decoratie en 'puzzels van patronen waar nauwelijks een nagel tussen kan'....

Annette Embrechts

VOORDAT ONS gesprek doorreist naar eindbestemming Iran maken we eerst een tussenstop in het oude Griekenland. Na maanden van studie hoopt beeldend kunstenaar Peter Struycken (61) eindelijk het eeuwenoude kleurenraadsel van Plato op te lossen. Volgens hem moeten de cryptische omschrijvingen in Plato's geschriften niet worden geïnterpreteerd als mengsels van verfpigmenten, maar als metaforen voor natuurverschijnselen.

Zo beschrijft Plato de werking van het oog en de schittering van straling op het traanvocht, meent Struycken, wanneer hij in Timaeus als volgt filosofeert: 'Doordat het vuur (pur) door het vocht (hugron) heenschijnt waarmee het zich mengt, levert het een bloedkleur op die we rood (eruthos) noemen'.

De exacte sleutel ligt in Struyckens handen: een lijvig, nog te publiceren artikel van ruim dertig pagina's. Een van Nederlands grootste kleurkunstenaars is weer een stapje dichter bij zijn totaalvisie op de historie en betekenis van kleuren.

Het fenomeen kleur, maar dan in relatie tot architectuur, bracht Struycken vorig jaar in Iran: een zevendaagse groepsreis langs de belangrijkste paleizen, moskeeën en mausolea in Teheran, Shiraz, Persepolis en Esfahan.

En zoals op eerdere reizen naar Venezuela, Curaçao en Suriname, zocht Struycken wederom het gezelschap van architect en compagnon Carel Weeber. 'Hij is kleurenblind maar geeft kleur toch een duidelijke rol in zijn ontwerpen. Ik ben zijn kleurenblindengeleidehond.'

Wat Struycken het meest opviel in de islamitische bouwkunst is de wijze waarop architecten rekening houden met het feit dat iemand een gebouw nadert. 'Dat kennen wij hier niet. Wij zien een gebouw alsof je plat op de gevel afloopt. Dáár bepalen koepels, pleinwanden en minaretten van veraf de ruimte. Halverwege nemen plafondgewelven en spitsboogconstructies het over. En eenmaal dichtbij, heeft de decoratie de ruimte volledig in haar greep. Eerst zie je de afwisseling tussen glans en mat in kleur en materiaal, dan de ingenieuze puzzels van patronen waar nauwelijks een nagel tussen kan'.

'Dat maakt ook', zegt Struycken, 'dat je de Arabische ornamentiek niet kunt bestuderen vanaf foto's in boeken maar dat je de werking fysiek moet ondergaan.'

Urenlang bekeek hij motieven in geglazuurde tegelmozaïeken. Hij zag zeventiende- en achttiende-eeuwse decoraties die het perspectief van de bouwkundige indeling volgden en hoe dit principe later werd losgelaten.

Hoe de wandkleuren ultramarijn (lucht), groenblauw (natuur), wit (licht) en zwart (kwaad) in bidkleden gezelschap kregen van karmijnrood 'Waarom? Dat wisten de gidsen niet.'

En hoe geometrische vlakverdelingen verschilden van calligrafische motieven en florale voorstellingen. 'Het paradijs wordt in de Koran voorgesteld als een weelderige tuin. Je ziet veel vlechtwerken van oneindig vertakte planten.'

De aandacht voor het schoonschrift maakte de meeste indruk op Struycken: 'Zelfs spandoeken op straat en prijskaartjes bij de groenteboer zijn tekstuele kunstwerkjes. Moslims moeten schrikken van onze graffiti en goedkoop gekalkte protestleuzen.'

Op zijn beurt betreurt Struycken de islamitische wansmaak in tapijtdecoraties: 'Hebben ze een eeuwenlange traditie in fabuleus verfijnde patronen, kiezen ze voor hun nijverheid de meest kitcherige versierselen.'

Ook het graf van ayatollah Khomeini, voor veel Iraniërs de grote bevrijder, is een bonte kermis van plastic lampjes, glimmende vloeren en knalblauwe duiven. 'Te lelijk om te fotograferen.'

Op zijn vraag aan een gids waarom in dit heiligdom tegen de regels in wel portretten mochten hangen - van Khomeini - kreeg hij te horen: 'Dat is een experiment'.

Zijn verblijf was te kort om uitputtend te achterhalen in hoeverre kleur- en motiefgebruik religieus en cultureel zijn geïnspireerd. Ook de beslissingen achter patrooncombinaties bleken vaak niet te achterhalen. 'Daar hangt niet zo maar een bloemetjesbehang naast kasjmier-motieven. Er heerst een raadselachtige maat, al is het geen samenhang door overeenstemming.'

Hij heeft nog geen idee hoe de indrukken in Iran zijn werk in Nederland zullen beïnvloeden. 'Dat is ook niet altijd nodig. Tegelwerk is mij hoe dan ook vertrouwd.'

Struycken ontwierp straatlengtes aan mozaïeken in Delft, betegelde een studentenflat in Den Haag (De Struyck) en voorzag in Arnhem twintig electriciteitshuisjes van minitieuze ornamentiek.

Is hij als kunstenaar niet te beroemd (lees: te rijk) om een reisbeurs aan te vragen?

Struycken: 'In 1999 zat mijn belastbaar inkomen ver onder de door het Fonds gestelde grens van 50 duizend gulden, vanwege hoge advocaatskosten in het proces tegen het Nederlands Architectuur Instituut. Maar ook grootheden waarvan je het niet zou verwachten, zoals Marlene Dumas en Niek Kemps, ontvangen subsidie. In Nederland redden maar weinig goede kunstenaars het zonder een beurs. En een cadeautje is het niet: je belastingaangifte wordt erbij gehaald.'

Meer over