KinderboekenPjotr van Lenteren

De Kinderboekenweek is nog nooit zo persoonlijk geweest

null Beeld

Geschiedenis begint bij jezelf, vertelt Arend van Dam in zijn verrassend intieme Kinderboekenweekgeschenk.

Wat als een kinderboekenschrijver verkouden wordt? Niet het soort vraag waarover tot voor kort zich ook maar iemand zorgen maakte, maar aan het begin van deze Kinderboekenweek met aangescherpte coronamaatregelen wordt hij veel gesteld. Begin oktober verlaten schrijvers en illustratoren traditiegetrouw massaal hun werkkamers om in korte tijd ruim zeshonderd scholen te bezoeken. Of het dit jaar gaat lukken om dat allemaal in levenden lijve te doen, weet nog niemand.

‘De meeste collega’s zijn de tweede week van oktober snipverkouden’, zegt Manon Sikkel, de populaire auteur van de Elvis Watt-reeks en kinderboekenambassadeur. ‘Maar misschien valt het door afstand te houden juist een keer mee.’ Het goede nieuws: ondanks de omstandigheden zijn er net zo veel boekingen als de afgelopen jaren, meldt Anne Zeegers. Zij is directeur van De Schrijverscentrale, die de bezoeken organiseert. ‘We zijn nu goed voorbereid; het kan tot het laatste moment nog digitaal.’

Dat is een opluchting, want na de Boekenweek in maart was het maandenlang stil. Gemiddeld gaan de kinderboekenschrijvers zo’n 1.500 keer per jaar op school-, bibliotheek- en boekhandelsbezoek. De klapper daarvan, ruim eenderde, wordt gemaakt in de herfst. Naast een uitgelezen kans om bestaande en toekomstige fans te leren kennen, is het een belangrijke inkomstenbron. Corona heeft alle Nederlandse schrijvers samen een miljoen aan omzet gekost, becijfert Zeegers.

Schoolbezoek via het scherm heeft Sikkel, die een paar keer per week in de klas te vinden is, aangenaam verrast. ‘Mijn saaie werkkamer, met laptop en boekenkast, is niets nieuws voor mij. Maar kinderen vinden het bijzonder om rondgeleid te worden op de plek waar de verhalen ontstaan die ze zo graag lezen. Als ze willen weten of ik een man heb, dan klop ik op de deur van de kamer naast me: kijk, dit is mijn man. Dan zwaait hij ook even naar de klas. Het blijkt een leuke manier om iets te weten te komen over het schrijversleven.’

De betrouwbaarste manier om schrijvers en illustratoren te leren kennen blijft het boek zelf, daar verandert geen virus iets aan. Het moet wel heel gek lopen als komende week niet iedereen die dat wil gewoon naar de boekhandel kan om bij de aanschaf van € 12,50 of meer aan kinderboeken het jaarlijkse geschenk te bemachtigen, dit jaar van Arend van Dam. Het thema van de week is ‘En toen?’: geschiedenis dus. Doorgaans niet zo’n persoonlijk genre.

Van Dam en illustrator Anne Stalinski hebben daar verandering in gebracht, met het verrassend intieme De diamant van Banjarmasin (CPNB/Van Holkema & Warendorf). Tussen de historische anekdotes door beschrijft Van Dam hoe bij hem, als zoon van een vrachtwagenchauffeur, de belangstelling voor het verleden is ontstaan.

null Beeld CPNB/Van Holkema & Warendorf
Beeld CPNB/Van Holkema & Warendorf

Geschiedenis, zo stelt hij, begint bij jezelf. In zijn geval met jaloezie op een vriendje, wiens vader de beste bakker van Maassluis was. Wat heeft zijn eigen familie eigenlijk gepresteerd, vraagt hij zich af. Hij tekent stambomen en ontdekt dat als je maar ver genoeg teruggaat, iedereen familie van elkaar is.

Van Dam praat losjes over faits divers als het ontstaan van de kop van Jut en de Surinaamse verzetsheld Anton de Kom. De diamant uit de titel, die te zien is in het Rijksmuseum, komt zelf aan het woord over zijn diefstal uit Borneo door kolonisten. Geestig is het verhaal over het portret van Amalia van Solm, misschien niet de knapste vorstin van Nederland, maar wel de slimste.

Van Dam heeft zélf iets met elk verhaal en in korte passages tussendoor vertelt hij aanstekelijk wat dat is. Hoe de komende week ook mag verlopen, dankzij Arend van Dam wordt het de persoonlijkste Kinderboekenweek ooit.

Meer over