De hippies van de sneeuwpiste

De invasie van snowboarders kwam net op tijd. Voor Europa, voor Zwitserland en vooral voor spookstad Saas-Fee. 'Snowboard-city' heet het tegenwoordig....

TOINE HEIJMANS

Het oudste hotel van Saas-Fee heet Dom, naar de machtige berg waarop het uitkijkt. Veel donker hout; aan de balkons bungelen szomers bossen geraniums. Sinds 1881 was het een pleisterplaats voor rijke toeristen en plaatselijke kerkgangers. Al die tijd heeft het weinig anders dan rust uitgestraald.

Bij binnenkomst noemt Anna zich bij haar voornaam. Ze vraagt: Wat zullen we met je gaan doen? , en zoekt tussen de papieren naar een ordner. Een overdaad aan mascara, oud overhemd, gesleten spijkerbroek. Aan haar ketting bungelt een groot goudkleurig kruis.

Anna wijst de weg naar boven, langs de extravagante meubels in de lobby, het bankstel-met-tijgervel op de eerste etage. Op oma s oude linnenkast staat een felroze kinderfiets geparkeerd. In de kamer hangt moderne kunst

Anna lacht. Welkom in het snowboardparadijs.

Revolutie in een wintersportdorp. De oudere Zwitsers spreken er schande van: het nachtelijke kabaal, de optocht van vreemde snuiters door de eens zo stille straatjes. Ze kennen de tijd nog dat je alleen met een muilezel in het dorp kon komen. De weg werd pas in 1951 aangelegd. Nu lopen er types met rastakapsels rond.

Zacht klinkt het gefluister en gemopper in de donkerbruine cafés, die nog niet door de boarders zijn geannexeerd. Maar het geklaag verstomt de laatste maanden, want ook snowboarders brengen geld mee en voor het eerst sinds tijden trekt de jeugd van Saas-Fee niet meer naar de grote stad. Ach, ook skiërs zijn wel eens dronken , vergoelijkt eigenaar Supersaxo van hotel Ambassador (vier sterren). En ach, we raken een beetje gewend aan die kabouters met hun clownsmutsen , spreekt collega Hans-Jörg Bumann van hotel Hohnegg (jacuzzi aanwezig).

Saas-Fee is nog steeds een wintersprookje. Het dorp ligt veilig in de armen van veertien vierduizenders; de hoogste toppen van Zwitserland. De bergen zijn bepoederd met verse sneeuw, snachts maakt het schijnsel van de maan ze nog hoger dan ze al zijn. De bewoners heten sinds tijden Zurbriggen, Supersaxo of Anthamatten, de houten huisjes Rosalia en Heimli thuisje . Er rijden geen auto s. De chique toeristen laten hun Mercedessen staan in een grote garage, even buiten het dorp.

Niet de snowboarders. Die komen met de bus. Ze torsen een board en een rugzak richting snowboardbar. De echte dudes zoeken aan het begin van het seizoen een kleine kamer, vinden een baantje en blijven vijf maanden.

Overdag vermaken ze zich in het Swatch Snow Park Allalin, de speeltuin voor de hippe jeugd en de zich hip voelende rest. Ze vertonen er hun spectaculaire sprongen in de uit sneeuw gebouwde halfpipes. Het park ligt hoog op de zuidflank van de Allalinhorn, hiphop en hardrock dreunen door de ijle berglucht. Want zonder muziek, tja, zonder muziek maakt een snowboarder geen geslaagde air.

Beneden in het dorp zien de dudes er net zo uit als op de piste. Sikjes, ringbaarden en paardenstaarten bepalen de haarmode. Je herkent ze aan hun slepende tred, de manier van lopen die ook een hiphopper kenmerkt. Soms struikelt er een over zijn camouflagegroene baggy pants de broeken zijn standaard een paar maten te groot.

Saas-Fee is snowboard-city , zegt Frank Bumann, en eigenlijk is hij daar als directeur van de plaatselijke VVV te laat achter gekomen. Een belangrijk deel van de Europese snowboardscene nestelde zich vijf, zes jaar geleden in zijn dorp en niemand keek er naar om. Het was een trend die wel zou overgaan.

Nu weet Bumann beter. Wij in Zwitserland waren de eersten. Maar nu zijn Frankrijk en Oostenrijk met het snowboarden aan de haal gegaan, omdat we het belang ervan niet inzagen. Dat zal ons niet nog een keer gebeuren.

Hij kijkt vermoeid en tevreden; gisteravond moest hij voor de zoveel-ste keer de gemeenteraad uitleggen waarom snowboarders het investeren waard zijn. Ze vinden dat het wel erg dynamisch wordt allemaal, maar gelukkig kon ik ze overtuigen. Alleen met m

eer geld kunnen we in de toekomst sterker optreden. Wij waren de eerste met een snowpark voor boarders, die voorsprong moet je houden.

Bumanns juichstemming is begrijpelijk. De invasie van de snowboarders kwam net op tijd. Voor Saas-Fee, voor Zwitserland en eigenlijk voor heel wintersportafhankelijk Europa. Skiën raakte de laatste jaren in het slop. Er was een crisis. Er viel weinig sneeuw. Wintersport kreeg een conservatief imago. Er was iets nieuws nodig en dat is er nu.

Hij is ervan overtuigd dat het snowboarden nog vijftien jaar nodig heeft om helemaal tot bloei te komen. Dan zal bijna iedereen die aan wintersport doet, op een snowboard staan.

Over het hele jaar gezien zijn de snowboarders nog van weinig belang voor Saas-Fee: ze leveren nog geen 8procent van de inkomsten. Maar ze houden er een andere kalender op na: het snowboardseizoen begint al aan het einde van de zomer. Investeren levert daardoor sneller iets op.

De snowboarders hebben ook iets in gang gezet wat ze vijf jaar geleden niet hadden kunnen denken. Het monopolie van de ski s is doorbroken, de wintersporter wil sinds kort iets anders. Het lopen op sneeuwschoenen is in trek, net als het maken van toch- ten met hondensleden. In de bergen rond Saas-Fee worden iglo s gebouwd waar toeristen in overnachten ( slapen als een eskimo! ).

Nog belangrijker is dat voor het eerst sinds jaren de jeugd weer de dienst uitmaakt op de pistes en dat schept verwachtingen voor de toekomst.

Dat heeft ook het Zwitsers verkeersbureau ontdekt. En hoe. Over de piste dreunt MCSolaar en de cracks carven free, in een sprong over de edge, down door de channel , staat in de Nederlandse brochure. Of in de verse powder free free free als freestyle. Jij neemt het leven van de snelle kant. Beestachtig!

Zwitserland, meldt de folder, is tegenwoordig een besneeuwd Waikiki Beach.

Olivier Schmidt, snowboardkoning van Saas-Fee, hoort het hoofdschuddend aan. Hij is eigenaar van snowboardschool Paradise, gangmaker tijdens de party s in de roemruchte bar Popcorn en rolmodel voor de nieuwelingen in de scene. Ollie is gestoord, hij is gek , zeggen ze in het dorp. Maar iedereen houdt van Ollie.

Hij steekt een sigaret op en bestelt koffie in hotel Saaserhof. Brede grijns onder zijn spiegelende zonnebril. Prijzige snowboardbroek. Ongeschoren gezicht. Zeven winters bracht hij door in Saas-Fee, szomers reist hij over de wereld.

Maar de lol is eraf. De commercie rukt op. Snowboarden is tegenwoordig big business. Wij, de pioniers, hebben geluk. Wij houden onze filosofie hoog. Snowboarden is onze levensstijl. Ik geef nu les aan een man van 67. Dat is toch wat! Het ski-imago is op, het is uit. Probeer jij maar eens je identiteit te vinden in de skisport, ha!

Cijfers zeggen hem weinig. Natuurlijk, iedereen zegt dat de snowboards het gaan winnen van de ski s, nog voor het einde van de eeuw. Dit seizoen telde de International Snowboard Federation wereldwijd bijna vijf miljoen snowboarders. Ruim een half miljoen snowboards (à duizend gulden per stuk) werden vorig jaar verkocht, waarvan Europa de helft voor zijn rekening nam. In 1994 voorspelde het Oostenrijkse Institut für Grundlagenforschung een jaarlijkse groei van het aantal snowboarders met 25procent. Volgens een marktonderzoek voor de Nederlandse Skivereniging snowboarden ongeveer zeventigduizend Nederlanders. Dat onderzoek voorziet een groei van 30 tot 50procent per jaar.

Mwah , zegt Ollie chagrijnig. Ze doen er alles aan het snowboarden groot te maken, als het moet met overdreven cijfers. Alles wat ze willen, is een nieuw imago. Ons imago.

Nee, dan zeven jaar geleden. Anarchisten waren ze, gehuld in hobbezakken en gewapend met doodsverachting. De hippies van de piste. Sterke verhalen genoeg, over middernachtelijke kampvuren op de gletsjer. Over de vrienden en hun fatale val in het ravijn.

iezelfde verhalen gonzen door de Popcorn, waar het echte feest pas begint als de meeste inwoners van Saas-Fee al uren slapen. Snowboarden is geen sport , zegt Ollie bij binnenkomst, Het gaat om boarden, feesten, kleding en muziek.

De bar is een begrip in snowboardland. Een op het eerste gezicht weinig opvallend lokaal met een lage bar, een biljart en een snowboardwinkel. Het is druk voor een eenvoudige dinsdagavond. Veel honkbalpetjes, leren broeken en trendy T-shirts. De Engelsen zijn te herkennen aan hun kortgeknipte peroxideblonde haar. Sommigen hebben er een spuitbus met groene verf op leeggespoten.

De echte dudes zijn volledig van God los , schreeuwt Jan Pieter van Wijngaarden boven het lawaai uit. Meewarig denkt hij terug aan de tijd dat hij zelf wedstrijdboarder was. Drie maanden in Villars, Frankrijk; overdag radicaal boarden , savonds werken in de kroeg. Echte boarders zijn harde jongens met een grote verbandtrommel in hun rugzak. Ze zijn zestien, zeventien jaar en altijd op zoek naar het ultieme ritje. Ze gaan waar nog niemand is geweest en trekken een strak spoor door de sneeuw. Ik sprong een keer tussen twee rotsen door in het niets. Dan beleef je een echte death wish.

Hij is nu 23 en van snowboarden komt weinig meer terecht sinds hij zijn knie verbrijzelde.

Het kleine meisje dat diskjockey is, schroeft het geluidsniveau nog eens wat op. Beastie Boys en Chemical Brothers overstemmen alles met kracht. Een dronken bezoeker gaat er volledig in op, zijn lichaam maakt bewegingen als staat het onder stroom.

De ruimte is niet bijzonder, de mensen maken hier de sfeer , zegt Ollie. Nou ja, je ziet wel veel would be s tegenwoordig.

Dat moeten dan rijke would be s zijn, want de prijskaartjes die in de winkel aan de schijnbaar simpele T-shirts hangen, liegen er niet om. Ollie begrijpt soms ook niet waar ze het allemaal vandaan halen. Zijn broek alleen al kost achthonderd franc. Snowboarders hebben niet veel geld, maar altijd genoeg voor bier en hun outfit. Mijn theorie is dat veel ouders in de grote steden hun kinderen uit snowboarden sturen, puur om ze uit de problemen te houden. Het houdt ze van de drugs.

Dat is de vraag. Wiet en xtc horen net zo bij de party s als de grote hoeveelheden bier die worden weggewerkt. Het is hier nog geen Ibiza , zegt Robi Anthamatten, but it s getting close. Hij groeide op in Saas-Fee en zou naar Zürich zijn vertrokken, ware de snowboard niet uitgevonden. Nu is hij 26, directeur van hotel Dom, de snowboardwinkel en de Popcorn-bar.

Ook hij is anarchist geweest, zegt Robi, ook hij wilde leven zonder regels. Maar die tijd is voorbij en gelukkig maar. Van tegencultuur is snowboarden een geaccepteerde sport geworden, weliswaar met een uitgebreid arsenaal aan uiterlijkheden. Het is mode, het is overzichtelijk nu. De snowboarders hebben de spookstad Saas-Fee tot leven gewekt. En ik doe goede zaken.

Amper twee jaar geleden kreeg hij hotel Dom in handen. De donkere kamers kregen kunst aan de muur, lage plafonds werden weggebroken. Het kostte hem een oud en trouw klantenbestand. Als je rust wilt, moet je voortaan maar het bos in.

Hij noemt Dom nu zeitgeistig, voor modieuse mensen die jong denken . Er is allemaal over nagedacht. De extravagante meubels, de roze kinderfiets. Anna s mascara. Robi Anthamatten kijkt ontevreden de hotelkamer rond. Het kan allemaal nog extremer, vind je niet? Het is me nog wat te saai.

Meer over