Reportage

De grootste kattenkrabpalenontwerper ter wereld komt uit Brabant

In Brabant bevindt zich de enige in kattenkrabpalen gespecialiseerde groothandel ter wereld. Opgericht door Dennis Steenbakkers, die de gewone exemplaren te weinig katgericht vond. Ja, je zou hem gerust de kattenkrab­palengigant mogen noemen.

Allerlei modellen kattenkrabpalen van Petrebels. Beeld Marie Wanders
Allerlei modellen kattenkrabpalen van Petrebels.Beeld Marie Wanders

Oog in oog met de kattenkrabpalengigant, Dennis Steenbakkers (47) uit Schijndel, is het zaak om te beseffen dat hij op dagelijkse basis zijn kont tegen de krib gooit. Zijn Brabantse kattenkrabpalenimperium heet niet voor niets Petrebels, en op gezette tijden wrijft hij je zijn levensmotto onder de neus: Be a rebel, not a pussy.

De zelfbenoemde revolutionair in het dieren-non-foodsegment zit op een bank voor zijn met paarse tinten opgeleukte pand aan de koffie. De gevel biedt de anussen aan van een hond en een kat, terwijl de staarten van de gezelschapsdieren samen een hartje vormen. Steenbakkers draagt een paars T-shirt met een blanco pussy-vakje, en een aangevinkt rebel-vakje. Het gehele personeelsbestand van kattenkrabpalenfirma vertoont zich in deze paarse outfit, dus ook de sales-rebel, de marketing-rebel, de service-rebel, de warehouse-rebel, de financial-rebel en de creative-rebel hoeven nooit na te denken wat ze ’s morgens moeten aantrekken, net als medeoprichter, tevens purchase-rebel, Detlef Windeln.

En dan is er ook nog het uithuizig aangezicht van de kattenkrabpalenreus: een harige, getatoeëerde biker, die Mr. Rebel wordt genoemd, of Scooter, zijn andere bijnaam. Het betreft hier een conciërge uit het praktijkonderwijs, Jeroen van der Schoot uit Schijndel, die er dan wel onverschrokken uitziet, maar volgens Steenbakkers al hoogtevrees heeft als-ie op een emmer zit. Ook gaat het te ver om hem een kattenmensenmens te noemen, die het liefst zelf in een kattenkrabpaal zou willen krabben, aangezien hij een trotse hondenbezitter is. Mr. Rebel is vooral bij Petrebels betrokken omdat-ie zo sociaal en loyaal oogt op de foto, zo aaibaar. Eerder fungeerde hij als visueel uithangbord voor een campagne voor De Kaaskoning, ook te Schijndel.

Omdat het kattenkrabpalen zijn die Steenbakkers ontwerpt, laat fabriceren en verhandelt, heeft hij twee katten die de krabpalen uittesten. Deze testkatten, ook wel test-rebels geheten, testen niet in het hoofdkwartier van Petrebels de kattenkrabpalen uit. Rebel Tommy en Rebel Freddie hebben hun proefstation bij Steenbakkers thuis. Dat was overigens niet subiet een succes: de test rebels bleken aanvankelijk de kattenkrabpalen te negeren, en hun krabwerkzaamheden elders voort te zetten.

Oubolligheid en truttigheid

Van Steenbakkers (47) kun je zeggen dat de nering in dierenbenodigdheden zich al op vroege leeftijd in zijn leven opdrong. Zijn moeder was poetsvrouw bij Wirika (afkorting van: Wies, Ria en Karel), een dierenspeciaalzaak in Schijndel, en kleine Dennis ging mee voor allerhande klusjes. Nadien, in zijn werkzame leven, schoof hij aan bij een groothandelaar in de gezelschapsdierenbranche in Gemert, als vertegenwoordiger. Met een koffer vol spullen ging hij de dierenwinkels af.

De branche in de Brabantse regio was voortgekomen uit de vogeltjeshandel, en nadien overgegaan in de huisdierenbenodigheden gegaan. Wat hij al snel bemerkte, was dat het handelswaar, in zijn woorden, niet echt wat voorstelde. Kon dat niet beter? Moest hij niet zelf merken en producten bedenken, aangepast aan de moderne tijd? De sector hing van oubolligheid en truttigheid aan elkaar. Niemand had in de gaten dat in de tussentijd katten en andere dieren volwaardige leden van het gezin waren geworden, met hun bijbehorende eisenpakket. Hij zag alleen maar saaie mannen die over producten beslisten die veelal door vrouwen werden gekocht. Zo’n roze hondenjasje kan een vent wel niet willen, maar het is toch de vrouw die hiervoor de knipt trekt.

Dennis Steenbakkers Beeld Marie Wanders
Dennis SteenbakkersBeeld Marie Wanders

De rebel in hem moest in actie komen, om op adequate wijze de wereld van de dierenbenodigdheden wakker te schudden.

Hij bedacht in 2009 voor zijn werkgever Europet Bernina (tegenwoordig: de Laroy Group) het merk D&D: lifestyle voor dieren, chique uitgevoerde eetbakjes, smaakvolle honden-en kattenmanden, goed zittende hondenbroekjes of kekke, kleurrijke halsbanden. Wat volgde was kattenbakvulling (Pura), kammen en borstels (Noir), en hondenspeelgoed (Coockoo). Voor het merk Coockoo ontwierp hij de Bumpies, een Hollandse variatie op een van de grootste hits in het hondenspeelgoeduniversum, de Kong. Dit rubberen attribuut – dat in design een kruising is tussen een buttplug en een sneeuwpop – werd in 1976 in de Verenigde Staten bedacht door Joe Markham om zijn hond Fritz van de slechte kauwgewoonten af te krijgen. De Kong, en dus ook de Bumpies, werden gevuld met eetbaar materiaal, en de hond diende dit als tijdverdrijf eruit te friemelen.

In zijn zoektocht naar nieuwe merken en attributen mocht hij graag China bezoeken, het beloofde land van de dierenaccessoires. Zo kwam Steenbakkers, in zijn woorden, in de jungle terecht, omdat hij voor een nieuw merk, Aqua Della, de aankleding van aquariums wilde oppimpen. De fabrieken aldaar maakten China-shit, nagemaakte stuff, en hij opteerde juist voor originele, kleurrijke, sprookjesachtige bergen, stenen en groenvoorziening voor in de glazen bak.

Ja, hahaha, dat was wel even wennen voor de Chinezen, zo’n opgewonden dwarse Brabander, niet eens gekleed in driedelig grijs, die niet naar China kwam om te kopen, maar om zijn creatieve oprispingen te delen.

Overdreven hondgerichtheid

De deuren van het kattenkrabpalenpaleis gaan open en hier openbaren zich de uitgestalde creaties van Steenbakkers. De Maxima 175, in grijs uitgevoerd, een flink bouwsel, met houten palen ingepakt met sisal of overtrokken met veel pluche. De Ragdoll 230, met wel drie poezenhokken met trap. De Charlotte 180. De Savannah 200. De Cleveland 175. De Maine Coon 200. De Superdome 120. De Scenic View 175.

In totaal heeft Petrebels 113 verschillende modellen kattenkrabpalen, variërend van 25 euro tot 1799 euro. Per jaar verkoopt hij ruim 200 duizend kattenkrabpalen in 26 verschillende landen. Nederland heeft 3,1 miljoen katten, en 1,9 miljoen honden. Bijna 49 procent van de Nederlanders heeft een huisdier. Ondernemende huisdierspecialisten vinden elkaar sedert 1936 in branchevereniging Dibevo. In deze branche, met een omzet van 2,3 miljard euro, heb je food en non-food. Ze biedt werk aan 25 duizend mensen. Er zijn 1.140 dierenspeciaalzaken, 1.120 dierenpensions, 1.420 hondenuitlaatservices en 4.400 hondentrimsalons.

Maar er is maar één bedrijf in Nederland (en vermoedelijk in de wereld) dat louter en alleen in kattenkrabpalen is gespecialiseerd: Petrebels, opgericht in 2016.

Dat Steenbakkers niet zonder slag of stoot aan de eigen onderneming raakte, ligt voor de hand. Je kunt zeggen dat de wordingsgeschiedenis van Petrebels rebelwaardig is, hij ontdeed zich van zijn ketenen – al heeft zijn voormalige werkgever, Europet Bernina in Gemert, daar na al die jaren minder edelmoedige bewoordingen voor.

Daar bij Europet Bernina meende men dat Steenbakkers en zijn compagnon voor zichzelf waren begonnen in de baas zijn tijd en er werden om die reden de nodige rechtszaken gevoerd. Als vanzelf is de kattenkrabpalenkoning het daar niet mee eens. Ze waren volgens hem vooral pissed off dat hij en zijn compagnon de levensdraad met zo’n groot, succesvol bedrijf doorknipten, en als ondernemende geesten zelfstandig aan de slag gingen. In 2019 stonden ze nog één keer tegenover elkaar voor de rechtbank vanwege een dispuut over het ontwerp van een kattenkrabpaal.

Centraal in de creatieve ontbolstering van Steenbakkers als entrepreneur stond de gedachte dat hij moest afrekenen met de overdreven hondgerichtheid in de non-fooddierenwereld. Hij snapte het fenomeen op zich wel, want een baasje neemt soms zijn hond mee naar de winkel, waardoor de doelgroep veel zichtbaarder is. Maar er zijn veel meer katten, ook wereldwijd, dus diende je, aldus Steenbakkers, als je geld wilde verdienen meer katgericht te denken.

Kattenmanden. Beeld Marie Wanders
Kattenmanden.Beeld Marie Wanders

Katgerichte beleving

Wat je over kattenkrabpalen kon zeggen was dat die allemaal hetzelfde waren, namelijk één meter hoog en rond de 129 euro geprijsd. Dat was blijkbaar de grens van de katgerichte beleving – en daar was hij het niet meer eens. Misschien wilde de consument wel een grotere en duurdere kattenkrabpaal. Een mooiere. Een vrolijkere. Een kwaliteitsproduct. Eentje die perfect past in huis. Een exemplaar picobello voor de kat. Hij zag groeimogelijkheden.

Nou had hij de nodige fabrieken in China van binnen en buiten gezien, gericht op dierenaccessoires. Twaalf daarvan fabriceerden kattenkrabpalen, ook voor zijn voormalige werkgever. Eén fabrikant wist hij mee te krijgen in zijn katgerichte visie: laten we op zoek gaan de kattenkrabpaal van de toekomst. Een nieuwe trend, schoonheid en kwaliteit gecombineerd. De eerste veertig modellen had Steenbakkers zo getekend, groter, hoger en beter dan de bestaande. Dat-ie wat duurder zou worden, was geen probleem.

Wat hij natuurlijk wist, was dat een kattenkrabpaal stabiel behoefde te zijn, anders krijg je onzekere katten. Dus moesten er zware bodemplaten komen. Voor de drie belangrijkste bestanddelen van de kattenkrabpaal – sisal, hout en pluche – bezocht hij producenten in Afrika en Zuid-Amerika. Vervolgens lag de vraag op tafel: waaraan heeft een kat behoefte? Elke kat wil krabben aan een kattenkrabpaal, maar elke kat is anders, en daar moet je rekening mee houden. Kijk dus naar het karakter van de kat, en niet naar het ras.

In overleg met kattengedragsdeskundigen rolden er vier type karakterschetsen uit: de slaper (lazy rebel), de krabber (scratching rebel), de binnenjager (indoor rebel) en de buitenjager (outdoor rebel). Je moet je kattenkrabpaal op de kat afstemmen. Lange stammen zijn voor krabbers. Hangmatten voor lazy rebels. Woont een kat op zes hoog, dan wordt-ie vanzelf een indoor rebel, en moet je veel hoogteverschillen bouwen. Heb je een outdoor rebel, dan komt-ie alleen binnen om te slapen. Zorg dan voor veel kussens. Elk type kat kreeg een eigen icoontje op de doos van de kattenkrabpaal, dus je weet wat je koopt.

Een revolutionaire uitvinding, aldus de uitvinder, daar had nog nooit iemand over nagedacht.

Als je Steenbakkers vraagt: Dennis, hoe komt het nou dat die kattenkrabpalen van Petrebels al zo snel als warme broodjes over de toonbank vlogen, dan begint hij te lachen. Ja, dat was een gevalletje dikke mazzel. Want moet je horen: er was nog amper een catalogus en webshop voor Petrebels gemaakt, toen er een telefoontje binnenkwam van een Zwitser, die hij uit de handel kende. Zeg Dennis, zei hij, ik doe de inkoop van de grootste dierengroothandelaar van Zwitserland, Qualipet. Ik word er schijtziek van, want wie ik ook bel in China over kattenkrabpalen, ze noemen allemaal jouw naam. Zo van: je moet Dennis hebben. Nou, wat heb je?

Qualipet bestelde, nog voordat het bedrijf goed en wel begonnen was, alle modellen in enorme hoeveelheden, verdeeld over 52 containers, afkomstig van de vaste fabrikant in China. Ja, dan sta je als Petrebels in één keer op de kaart, dan heb je het knetterdruk.

Feminiene consument

Omringd met kattenkrabpalen kost het Steenbakkers geen enkele moeite om het mooiste ontwerp eruit te pikken: de off-white Look Out 198 uit de Lucky Bastards-serie. Deze bijna twee meter hoge schepping staat op vier palen, heeft een pluche-houten brug, diverse ligplekken en een loungebox. Drie jaar jaar geleden zat hij in de tuin in Schijndel, rustig, met effe geen stress in zijn flikker, en begon hij zijn vernuftig proces met een beetje krabbelen op een stukje papier, om het met zijn team verder te verfijnen.

Een kat houdt van hoog, om dominant te kunnen zijn, dus moet je een mooi plateau hebben op de hoogste tree. En heb jij weleens gehoord van een brandweer die een kat ín de boom moet zetten? Nee toch! Dus wat moet goed zijn? Die kat moet weer makkelijk naar beneden kunnen. Die loungebox in het midden gaf aan het geheel een moderne twist.

Ook over het in de Lucky Bastard aangebrachte pluche werd nagedacht. Niet zozeer voor de kat, maar vooral voor de feminiene consument. Waarom? Een vrouw gaat eraan voelen, die vindt dat het fijn en comfortabel moet zijn. Die vraagt zich af of ze zelf in zo’n pluchekussen zou willen liggen. Het enige dat de man bij de aanschaf van kattenkrabpaal doet, zegt Steenbakkers, is er tegenaan duwen. Of-ie wel stevig genoeg is.

De Look Out 198 uit de Lucky Bastards-serie is nu een jaar in de handel, dus midden in coronatijd geproduceerd. Ja, dat was wel onhandig, want normaal gesproken reist hij naar China om daar persoonlijk alle nieuwe modellen kattenkrabpalen uit te proberen en te besnuffelen. Nu werd hem door de fabrikant een filmpje gestuurd van een proefopstelling waarbij een 10-kilo zak grind, als zijnde een kat, in het nieuwe model werd gegooid om vast te stellen of het bouwsel wel solide was.

In zijn eigen huis heeft de Look Out 198 in de Lucky Bastards-reeks, als zijn pièce de résistance, inmiddels een prominente plek gekregen. Alleen heeft één van de twee testkatten, Tommy Rebel, onlangs de benen genomen. Die was er helemaal klaar mee, vermoedt Steenbakkers. Een echte rebel is niet te houden.

Meer over