Onze gids dit weekeinde

De beroemdste stem van Duitsland gidst ons langs film, muziek, zangers en scherpe mosterd

Heino Beeld Daniel Cohen
HeinoBeeld Daniel Cohen

Schlagerkoning Heino kondigde drie jaar geleden zijn afscheid aan, maar bedacht zich toen en ging doodleuk door. De beroemdste stem van Duitsland is niet te stoppen. Ook niet als we hem interviewen over wat hij zoal mooi en bijzonder vindt, zo blijkt.

Menno Pot

Zoals hij hier zit, in het restaurant van hotel De Wiemsel in het Twentse Ootmarsum, zo heeft Heino (82) het graag: net opgetreden (in een feesttent in Rossum, even verderop), fijne gage getoucheerd en daarna met manager, familie en trouwe viervoeter naar het hotel. Lekker eten, goed glas wijn, een nazit tot laat. De journalist van de Volkskrant mag ná het diner aanschuiven.

Hoogblonde coiffure: check. Diepe baritonstem (‘Blau blüht der Enzian’): check. En natuurlijk – check – de onafscheidelijke zwarte zonnebril, die hij overigens niet draagt omdat hij een albino is, zoals sommigen op grond van zijn haarkleur aannemen, maar omdat hij de auto-immuunziekte van Graves heeft, met uitpuilende ogen als symptoom. Zijn zware, zwartlederen jas hield hij tijdens het diner aan en hij gaat ook tijdens het gesprek niet uit.

Onmiskenbaar Heino: schlagerkoning, volkszanger, de beroemdste stem van Duitsland. Wereldwijd vijftig miljoen verkochte albums.

‘In Duitsland zing ik nu klassieke stukken van mensen als Brahms, Beethoven en Tsjaikovski tijdens mijn tournee Heino goes Klassik’, zegt hij. ‘Allemaal mooie, chique zalen. Het was dus even wennen om in Rossum weer mijn hits te zingen in een feesttent vol jonge mensen, maar de sfeer was goed en de afwisseling is leuk. Je blijft er jong bij.’

Nou ja, ‘jong’: Heinz-Georg Kramm, zoals hij echt heet, nadert de 83. In 2018 verscheen een album getiteld ...und Tschüss: das letzte Album, maar na de begeleidende tournee bedacht hij zich en ging hij gewoon door. Alleen de coronapandemie kon hem eventjes stoppen.

De Duitse concertreeks, zo was de bedoeling, zou naadloos overgaan in een kersttournee door Nederland. Heino brengt een Duits Weihnachtsfest naar Nederlandse popzalen. Ja, echt: het clubcircuit. Met zijn kenmerkende rollende tong-R komt hij zingen van ‘der Enzian’ en ‘schwarze Barbara’ in zalen als Effenaar (Eindhoven), Metropool (Hengelo) en Paradiso (Amsterdam). De jongste coronamaatregelen gooien de agenda hooguit overhoop, maar zijn plannen blijven bestaan.

‘Je bent nooit te oud om andere paden te bewandelen, nietwaar?’, zegt Heino, en hij bulderlacht. Over stoppen heeft hij het niet meer.

Heino is joviaal, praatgraag, cool en soms nogal onorthodox in zijn verteltrant. Hij kan bijvoorbeeld zeggen dat hij graag naar Nederland komt, om op de belangstellende vraag waarom onbewogen te antwoorden: ‘Nou, mijn vader sneuvelde hier.’

Het is waar. Heinrich Kramm, tandarts in Keulen, kwam in 1941 als Wehrmacht-militair om het leven bij een tragisch ongeval in bezet Nederland. Heino was 2 jaar oud en heeft geen herinneringen aan hem.

Nog een voorbeeld: vraag hem hoe hij op zijn leeftijd zijn stem verzorgt en hij somt op: op tijd naar bed, niet te veel praten en geen alcohol. Een nogal wonderlijk antwoord tijdens een gesprek dat om half 11 ’s avonds is begonnen, de vorm heeft van een spraakwaterval en zich voltrekt onder het genot van enkele glazen rode wijn (‘want dat is gezond’).

‘Het is vooral een kwestie van discipline’, zegt hij.

Heino laat zich lastig sturen. De speciale interviewvorm van De Weekendgids is hem door zijn manager geduldig uitgelegd. Bij de aanvang van het gesprek doet de interviewer die uitleg nog eens over in zijn beste Duits, maar het lijkt langs Heino heen te gaan: de bariton bromt gestaag door, aan één stuk, immer geradeaus. Toch kom je gaandeweg wel aan een mooie lijst van wat Heino zoal mooi en bijzonder vindt.

‘Ik hoop dat ik genoeg heb verteld waar u iets mee kunt’, zegt hij bij het afscheid. ‘U maakt er vast iets moois van.’

Lied:

Jenseits des Tales

‘Mijn favoriete lied is Jenseits des Tales, een Duits volksliedje dat ik niet geheel toevallig heb opgenomen als mijn eerste single in 1966, nadat ik was ontdekt door zanger Ralf Bendix, die nog jarenlang mijn producer is gebleven. Eigenlijk was het de B-kant, maar het publiek vond het de A-kant. Het werd mijn eerste grote hit.

‘Het was geen toeval dat ik dat lied koos. Niemand zong in die tijd in het Duits, dat was totaal uit de mode, het was alsof men zich schaamde voor onze taal. Bendix wilde daar verandering in brengen en zei tegen me: Heino, jij moet in het Duits zingen. Ik wilde dat zelf ook en koos daarom een Duits volksliedje dat me dierbaar is, een liefdeslied eigenlijk, over het Poolse meisje Anuschka.

‘Er werden honderdduizenden exemplaren van de single verkocht. Dat leverde mij mijn eerste echte platencontract op. Daar kon ik tien jaar mee vooruit.’

Zanger:

Rudolf Schock (1915-1986)

‘De allereerste plaat die ik kocht, kocht ik voor mijn moeder: een plaat van Rudolf Schock. Dat zal in de vroege jaren vijftig geweest zijn, toen Schock de beroemdste tenor van Duitsland was, geliefd bij jong en oud. Hij zong opera en operette, maar ook volksmuziek. Ik bewonderde hem enorm: hij kon fenomenaal mooi zingen, had gevoel voor stijl, de vrouwen waren dol op hem en hij speelde in films, hetgeen zeer tot mijn verbeelding sprak.

‘Ik was zelf een bariton, maar zelfs na mijn solodoorbraak in de jaren zestig was ik nog lang onzeker over mijn stem en durfde ik niet te geloven dat ik van zingen echt mijn beroep kon maken.

‘In die periode moest ik optreden in een tv-programma waarin ook Schock te gast was. Ik was ontzettend nerveus. Na afloop zag ik hem aan een tafeltje zitten. Hij stond op, stak zijn hand naar me uit en zei: ‘Jij kunt zingen, jongen. Vanaf nu ben ik voor jou Rudi.’ Pas vanaf dat moment durfde ik te zeggen dat ik zanger was.’

Artiest:

Freddy Quinn (1931)

‘Nog meer dan van Rudolf Schock was ik fan van Freddy Quinn (pseudoniem van Franz Nidl, red.). Die man had alles: de bewegingen, de glimlach, de charme, de stem. Hij is Oostenrijker, maar vertegenwoordigde West-Duitsland op het Eurovisie Songfestival (in 1956, red.). Dat was magisch. Hij speelde ook in films, was een soort Cliff Richard voor Duitse jongeren.

‘In het eerste trio waarin ik zong, The OK Singers, kozen we liedjes van onze persoonlijke idolen: de een deed Ivo Robic, de ander Udo Jürgens. Ik deed Freddy Quinn. Op mijn vroegste platen probeerde ik zijn zangstijl te imiteren. Zo plugde mijn platenmaatschappij me ook bij radiostations: deze jongen zingt precies zoals der Freddy.

‘Freddy was een ster, maar ook een man met een gebruiksaanwijzing: niet makkelijk in de omgang. Hij had een reputatie. Ik stelde me als jonge nieuwkomer juist meegaand op. Wat een fotograaf of tv-regisseur van me vroeg, deed ik zonder morren. Nou ja, behalve dansen. Als ze me vroegen of ik wilde dansen, zei ik: nee, dan moet je Fred Astaire maar bellen.

‘Zo kwam ik in het Duitse entertainment bekend te staan als een makkelijker hanteerbaar alternatief voor Freddy Quinn. Dat heeft me geen windeieren gelegd, maar hij blijft mijn idool.’

Film:

Verdammt in alle Ewigkeit (1953)

‘Mijn favoriete film aller tijden is Verdammt in alle Ewigkeit met Montgomery Clift, Frank Sinatra en Burt Lancaster. Kom toch, Helmut, hoe heet die film toch in het Engels?’

Manager Helmut Werner googlet op zijn telefoon en kan snel de titel voorlezen die de gemiddelde Nederlander bekender in de oren klinkt: From Here to Eternity.

‘Juist. Schitterend. Ik was een tiener toen die film in de bioscopen draaide. Wel vier keer heb ik een kaartje gekocht en elke keer heb ik zitten huilen, zo aangrijpend vond ik de apotheose.

‘De hoofdfiguur is een militair die op zijn basis een gewelddadige sergeant vermoordt, omdat die een bevriende soldaat had mishandeld tot de dood erop volgde. Na zijn wraakactie duikt hij onder bij zijn geliefde, maar hij gaat toch zijn maten helpen zodra de Japanse aanval op Pearl Harbor begint. Daarbij wordt hij op tragische wijze doodgeschoten door eigen mensen.

‘Montgomery Clift, stervend in de armen van Burt Lancaster... hartverscheurend. En ja, dan huil ik. Ik kan ook huilen van vreugde. Ik ben een emotionele man, nah am Wasser gebaut, zoals wij Duitsers zeggen.’

Begraafplaats:

Duitse Oorlogsbegraafplaats (Timmermannsweg 75, Ysselsteyn)

‘Misschien greep From Here to Eternity me extra aan doordat mijn vader ook is omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog. 2 augustus 1941. Hij was 29 jaar. Het gebeurde in Nederland, maar niet in een gevechtssituatie. Na een kroegbezoek begon een dronken kameraad om zich heen te schieten, mijn vader stond op de verkeerde plek. Waar ligt hij ook weer begraven, Helmut?’

‘Op de Duitse begraafplaats in het Limburgse Ysselsteyn’, zegt de manager.

‘Nee, nee, volgens mij niet meer’, zegt Heino. ‘Leeuwarden, kan dat ook? Ik ben het vergeten, ik ben er al zo lang niet meer geweest, maar het is een mooi ereveld. Er staat een keurig kruis voor hem. Daar moeten de mensen maar eens een kijkje gaan nemen, ook al waren de Duitsers voor jullie Hollanders natuurlijk de vijand. Onder die kruisen liggen duizenden jonge jongens.’

De laatste rustplaats van Heinrich Kramm is op internet eenvoudig te vinden. Hij ligt wel degelijk in Ysselsteyn, sinds november 1958 om precies te zijn, op perceel AR-8-184. Hij werd in Ysselsteyn herbegraven nadat hij aanvankelijk op de Noorderbegraafplaats in Leeuwarden had gelegen.

Duitse Oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn Beeld ANP / Marcel van Hoorn
Duitse Oorlogsbegraafplaats YsselsteynBeeld ANP / Marcel van Hoorn

Muziekgebouw:

Tonhalle (Ehrenhof 1, Düsseldorf)

‘Ik ben een Düsseldorfer, geboren en getogen in het stadsdeel Oberbilk. Daar staat de Philipshalle (nu Mitsubishi Electric Halle, red.), een zaal die van alle moderne gemakken is voorzien, maar ik heb veel meer gevoel bij de Tonhalle, bij de Rijnpromenade.

‘Niet zo lang geleden zong ik er weer eens. Het is een prachtig rond muziekgebouw met een fraaie koepel. Het publiek zit er aan alle kanten om je heen, zo lijkt het. De akoestiek is er voortreffelijk.

‘Mijn terugkeer naar de Tonhalle deed me wel iets. Helemaal aan het begin van mijn carrière deelde ik er het podium met mensen als Freddy Quinn en James Last, voor een paar honderd man publiek. Ik was nog zo jong, toen. Zo groen als gras.

‘De Tonhalle is in de tussentijd een paar keer opgeknapt en van inrichting veranderd, maar het blijft een juweel van een zaal. Toegegeven, dit zeg ik deels uit chauvinisme, dat moet u me maar vergeven.’

Tonhalle Beeld Susanne Diesner
TonhalleBeeld Susanne Diesner

Lekkernij:

Düsseldorfer Senf

‘Ik woon al sinds de jaren zeventig in Bad Münstereifel en breng ook een paar maanden per jaar door in Kitzbühel in Oostenrijk, waar mijn vrouw Hannelore vandaan komt. Goede restauranttips in Düsseldorf kan ik daarom onmogelijk geven: ik eet er nog maar zelden.

‘Wel heb ik altijd mosterd uit Düsseldorf in huis, zo scherp dat de tranen in je ogen springen. Er zijn nogal wat mosterdwinkeltjes en verschillende merken in de stad. Löwensenf is wellicht het bekendste merk, maar ook Düsseldorfer Senf is uitstekend. Als u weer eens in Düsseldorf bent, moet u beslist een voorraadje inslaan. Of er ter plaatse van genieten, dat kan natuurlijk ook, bij voorkeur op een braadworst van Ludwig.’

Voetbalclub:

SC Schwarz-Weiss 06

‘Als jongeling was ik een niet onverdienstelijke voetballer. Ik speelde bij Schwarz-Weiss, de volksclub in de wijk van mijn jeugd, Oberbilk. Ik was een draver op de rechterflank. Snel. Lenig. Mijn bijnaam was Gummi, omdat ik van die elastische benen had.

‘Op zeker moment werd ik gevraagd om bij Fortuna Düsseldorf te komen spelen, de grootste club van de stad, die op een hoger niveau speelde. Ik was vereerd, maar heb zonder aarzeling nee gezegd. Alle jongens uit mijn buurt bleven Schwarz-Weiss trouw, dus ik ook. Het is niet de grootste club van Düsseldorf, maar wel de leukste.

‘Ik ben nog altijd erelid van de vereniging, die inmiddels 115 jaar bestaat en in een knus stadionnetje in de Volksgarten speelt. Het is een Traditionsverein, een beetje een cultclub, waar nog altijd veel muziek wordt gemaakt in het clubhuis, net als vroeger.

‘Het gaat de club goed. Ze zijn gepromoveerd van de Bezirksliga naar de Landesliga Niederrhein. Twee jaar geleden stak een inbreker het clubgebouw in brand om sporen te wissen, een ramp voor de vereniging. Er kwam een benefietwedstrijd tegen stadgenoot Fortuna, om geld in te zamelen. Ik heb toen gezongen. Na afloop ben ik met het elftal op de foto gegaan.’

Single:

Bill Haley & His Comets: Rock Around The Clock (1954)

‘Mijn eerste Engelstalige single was Bill Haleys Rock Around The Clock, nog altijd mijn favoriete Engelstalige liedje. Elvis Presley heeft de rock-’n-roll salonfähig gemaakt, maar Bill Haley was de pionier. Ik vond die muziek vreselijk opwindend.

‘Voor de opwinding van muziek ben ik altijd gevoelig gebleven. Op mijn album Mit freundlichen Grüssen uit 2013 zong ik allemaal rocknummers, bijvoorbeeld van Rammstein en Die Ärzte. Met Rammstein heb ik ook enkele grote optredens gedaan, op festivals enzo. De bandleden bleken tot mijn verbazing Heino-fans te zijn.

‘Op dat album stond zelfs een rapnummer, met de hiphopcrew Die Fantastischen Vier. Ik, rappend! Dat had niemand verwacht. De ‘Fanta 4’ zijn óók Heino-fans, zoals naar het schijnt 59 procent van de Duitse bevolking. Een onderzoeker heeft dat eens in kaart gebracht.

‘Uitgerekend dat album, gevuld met rock en rap, werd mijn eerste en enige album dat de eerste plaats in de Duitse albumlijsten bereikte. Dat is toch wonderlijk voor zo’n atypische plaat? Je moet blijven proberen voor zulke dingen open te staan, begrijpt u wel?’

Weihnachtsfest mit Heino. 16/12 Maaspoort, Venlo. 17/12 Effenaar, Eindhoven. 18/12 Metropool, Hengelo. 19/12 Paradiso, Amsterdam. 20/12 Oosterpoort, Groningen. Hou rekening met afgelastingen of wijzigingen in verband met coronabeperkingen.

CV Heino

13 december 1938 geboren in Düsseldorf als Heinz-Georg Kramm.

1952 Vakopleiding (banket)bakker.

1961 Lid van trio The OK Singers.

1965 Ontdekt door schlagerzanger Ralf Bendix.

1966 Doorbraakhit Jenseits des Tales.

1972 Grootste Duitse hit: Blau blüht der Enzian.

1973 Grootste hit in Nederland: La Montanara.

1977 Eigen tv-serie Sing mit Heino (ZDF).

1983 Tournee in Zuid-Afrika ondanks apartheid.

1996 Opening Heinos Rathaus-Café in Kitzbühel.

2009 Optreden met André Rieu in Maastricht.

2013 Album met rockcovers Mit freundlichen Grüssen.

2013 Optreden met Rammstein op Wacken Open Air.

2018 Afscheid als artiest aangekondigd.

2021 Album en tournee Heino goes Klassik.

Heino woont in Bad Münstereifel (Duitsland) en Kitzbühel (Oostenrijk) met zijn derde echtgenote, de Oostenrijkse schlagerzangeres Hannelore Auer. Ze trouwden in 1979. Met zijn eerste vrouw Henriette Heppner (1959-1962) kreeg Heino zoon Uwe (1962). Zijn buitenechtelijke dochter Petra Bell (1968) overleed in 1988.

Meer over