DagboekJohn W. Haley (1840-1921)

Dagboekfragment: Tyfus en malaria houden huis in de Amerikaanse Burgeroorlog

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg

Fredericksburg, 18 december 1862

We hebben al het hout in de omgeving opgestookt en er is nauwelijks drinkbaar water. Er is tyfus uitgebroken, binnen de kortste keren werd het een epidemie.

Er dringt moeraswater binnen in ons kamp en bij elke ademteug krijgen we moerasgas binnen. De mest van de ezelstallen en de stank van dode ezels doen het hunne om ons te decimeren.

Al een paar dagen is er niets bijzonders gebeurd, afgezien van de sterfgevallen. Die lijken niet eens veel indruk meer te maken, ­gezien de veelgehoorde vraag: ‘Wie volgt?’

Kamp Pitcher is vernoemd naar een majoor uit het 3de regiment van Maine, die sneuvelde in de slag bij Fredericksburg. Hij werd vereerd door zijn regiment en hij verdient het niet dat zijn naam wordt verbonden met het stinkhol waar we nu in zitten. Karige rantsoenen, modder om te drinken, malaria, heimwee en, om het af te maken, een incompetente arts. Geen wonder dat we hier in een tempo van twee per dag creperen.

De meesten van ons hebben de hoop opgegeven nog thuis te­ ­komen of zelfs te sneuvelen op het slagveld – een minder wreed einde dan dit trage creperen.

Een New Yorkse cavalerist zei ­tegen een bezoeker, die naar het 17de regiment vroeg: ‘Het merendeel ligt onder die grote pijnboom daar, de rest vind je in de kikkerpoel.’

John W. Haley (1840-1921), Noordelijke soldaat in de Amerikaanse Burgeroorlog. Ingekort fragment uit The Rebel Yell & the Yankee Hurrah. Down East Books, 1985.

Meer over