Burgman kan straks geen biljartbal meer zien

Geen drukker leven dan het leven van Raimond Burgman. De 33-jarige driebandenspecialist trekt van toernooi naar toernooi, doet steeds vaker verre buitenlanden aan en wordt ook nog eens geacht een eetcafé in Baarn uit te baten....

Van onze verslaggever

Martien Schurink

OOSTERHOUT

Niet dat het weinige trainen ten koste gaat van zijn spel. Verre van dat. Burgman is een groot talent, volgens velen zelfs een natuurtalent, en niemand, met uitzondering misschien van Torbjörn Blomdahl, gaat het caramboleren via drie banden zo gemakkelijk af als hem. Zijn vierde plaats op de wereldranglijst, achter de professionals Blomdahl, Jaspers en Zanetti, zegt genoeg.

Niet minder veelzeggend was de overwinning die hij gisteren behaalde in de tweede ronde van het wereldbekertoernooi in Oosterhout. Zijn tegenstander was de 21-jarige Deen Dion Nelin, een kwaaie rakker volgens velen in het Brabantse driebandenoord, een aanstormend talent voor wie hij toch vooral op zijn hoede moest zijn. En was Burgman dat ook? Nee, in het geheel niet. Hij ritste het foedraal open, schroefde de twee keudelen tot één geheel en won vervolgens zoals hij wilde. Zijn spel was niet altijd briljant, maar de cijfers, met uitzondering van die van de derde set, en zijn serie van acht in de slotreeks waren dat zeker wel: 15-10, 15-4, 13-15 en 15-8.

Burgman was gelukkig en tevreden, maar niet in overdreven mate. Hij had gewoon gedaan wat hij doen moest. Er zijn er die na zo'n overwinning uit hun dak gaan en er zijn er die na een nederlaag een potje gaan somberen. Burgman doet noch het een noch het ander. Eigenlijk zal het hem een zorg zijn of hij nou wint of verliest. 'Biljarten doe ik graag, maar er zijn in het leven meer dingen die ik de moeite waard vind. Misschien ben ik in dit wereldje wel een aparte.'

Maar niet z'n aparte dat hij zal nalaten om alsnog eruit te halen wat erin zit. 'Ik ben nu de nummer vier van de wereld en dat is bepaald niet het einddoel van mijn streven. Ik zou graag eens de wereldbeker willen winnen, heel graag zelfs, hoe moeilijk dat ook is. Iedereen kan ik aan, behalve een zekere Blomdahl. Die steekt nog steeds met kop en schouders boven spelers van mijn kaliber uit. Als Blomdahl slecht speelt, draait hij een moyenne van 1,6, spelers als Jaspers, Zanetti en ik halen dat moyenne ook wel eens, maar alleen dan als we in vorm zijn. Dat zegt genoeg over de onderlinge verhoudingen.'

Trainen en veel spelen zouden Burgman kunnen helpen bij het dichten van de kloof. Dat spelen kan het probleem niet zijn, want er wachten hem meer toernooien dan hem lief is: in Antalya en Izmir, in Veghel en Antwerpen, in Korea (Taigu) en Zundert. 'Tegen het einde van het jaar zal ik geen bal meer kunnen zien.'

Begin 1998 is er eindelijk tijd voor wat in zijn leven echt belangrijk is: het café dat hij exploiteert in Baarn, een café waar niet alleen gegeten en gedronken kan worden, maar ook gesnookerd, gepoold en gebiljart. Althans nu nog wel. Burgman piekert er sterk over om de twee biljarttafels weg te doen en te vervangen door extra pooltafels.

De vraag is of hij dat eigenlijk wel kan maken. 'Natuurlijk kan ik dat', zegt hij. 'De jongeren in mijn café zijn niet geïnteresseerd in biljarten. Ze willen snookeren en vooral poolen. Die biljarttafels gaan er dus misschien wel uit. Ik ben niet voor niets zakenman.'

Meer over