Beter leven

Buren-etiquette: hoe je fijn samenleeft met de mensen naast je

Werd de relatie met je buren vóór de coronacrisis beperkt tot het aannemen van pakketjes, tijdens de pandemie krijg je soms meer mee van elkaars leven dan je lief is. Hoe goed kennen we onze buren eigenlijk? En hoe houd je het gezellig?

null Beeld Sophia Twigt
Beeld Sophia Twigt

‘De ideale buren zijn degenen die je niet ziet, hoort of ruikt’, schreef journalist Guy Browning treffend in de Britse krant The Guardian. Tijdens de coronapandemie is de onopvallende buur voor velen slechts een droombeeld. Mensen zijn vaker thuis en dat leidt tot ergernissen. In mei 2020 kreeg de politie 17.759 meldingen van geluidsoverlast van buren, ruim 70 procent meer dan een jaar eerder.

‘De lontjes worden korter’, zegt Bente London, directeur van organisatie Beterburen, die bemiddelt bij conflicten tussen buren. Ook zij ziet een toename van burenruzies. Het gaat volgens London vaak mis in de communicatie. ‘Er wordt niet duidelijk gemaakt wat precies het probleem is. Buren rammen één keer tegen het plafond, maar vertellen niet dat ze last hebben van de muziek.’ Er wordt te snel gedacht dat de buurvrouw wel begrijpt dat er hinder wordt ondervonden, wat vervolgens kan leiden tot gedachten als ‘ze doen het expres om mij te pesten’. Londons tip om gedoe te voorkomen: ‘Ga hiervan uit: als jij het niet zegt, weet de ander het niet.’

Wil je irritaties voorkomen, dan is het verstandig om buren vooraf in te lichten over mogelijke overlast. ‘Loop twee dagen voordat je begint met klussen even langs om te waarschuwen. Dat waarderen mensen’, vertelt London. Het gedreun van de boormachine zal er niet minder hard om zijn, maar de reacties wel milder.

Naoberschap

Op elkaars lip zitten tijdens de coronacrisis maakt mensen sowieso prikkelbaar. Maar in hoeverre speelt het mee dat buren elkaar vandaag de dag minder goed kennen? Dat is immers het clichébeeld: vroeger klopte men aan voor een kopje suiker of hielp men elkaar met mantelzorg. In delen van Drenthe en Overijssel werd dit door boeren ‘naoberschap’ genoemd: de verplichting om de naobers (buren) met raad en daad bij te staan.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zoeken 15-plussers hun buren steeds minder op. In 2012 had 66 procent minstens wekelijks contact, in 2019 was dat afgenomen naar 58 procent. Met ‘contact’ worden zowel persoonlijke ontmoetingen als berichtjes via telefoon of e-mail bedoeld. Ouderen zien of spreken hun buren juist vaker. Bijna driekwart van de 65-plussers heeft minstens eenmaal per week contact met de buren.

Afstand houden

Beate Volker, hoogleraar stadsgeografie aan de Universiteit Utrecht, vindt niet dat die cijfers erop wijzen dat de relatie tussen buren minder hecht wordt. ‘Wat zegt het dat je een keer per week contact hebt? Veel mensen zien hun vrienden niet eens zo vaak.’

Als onderzoeker naar burenrelaties weet Volker als geen ander wat kenmerkend is voor het contact tussen mensen die naast elkaar wonen. ‘De meeste mensen ervaren de band met de buren als positief, maar niet als intensief.’ Een goede verstandhouding met de buren betekent volgens haar niet dat je constant bij elkaar binnenloopt en verjaardagen samen viert. ‘Het contact is redelijk zwak. Buren beschouwen elkaar zelden als vrienden. Ze vinden het fijn dat ze de sleutel kunnen geven wanneer ze op vakantie gaan zodat de kat te eten krijgt, en dat de buurman op voorhand meldt dat er geklust gaat worden.’

Dat buren een bepaalde afstand tot elkaar bewaren, is volgens Volker goed te begrijpen. ‘De relatie is grillig. Buren zien of horen dingen die je normaal niet vrijwillig zou delen, misschien niet eens met vrienden: hoe vaak je ruzie hebt, wie er op bezoek komt.’ Dat veel zaken onuitgesproken blijven, is ook een manier om ongemak en eventuele strijd uit de weg te gaan. ‘Het is leven en laten leven omdat je weet dat je niet makkelijk van elkaar afkomt. Je wilt het liefst ook in de toekomst een plezierige relatie hebben.’

Smalltalk is nuttig

Bente London van Beterburen herinnert zich een recent conflict tussen een gezin en een alleenstaande buurvrouw. Die laatste werkte vanuit huis en had veel last van de luidruchtige buurkinderen die thuisonderwijs kregen. Tijdens de bemiddeling – waarbij beide partijen de beurt krijgen om hun verhaal te doen – kregen ze begrip voor elkaars situatie. ‘Opeens bleek dat iedereen het moeilijk heeft. De buurvrouw bood aan om de kinderen af en toe mee naar buiten te nemen.’

Je hoeft geen vrienden te worden, maar een praatje in het trappenhuis of op de stoep is goed voor de onderlinge verhouding, meent London. Babbelen over het weer kan misschien voelen als tijdsverspilling of oppervlakkige smalltalk, je ontdekt misschien wél dat iemand een zware periode doormaakt vanwege ziekte of ontslag. ‘Je hoort dat iemand nachtdiensten heeft en begrijpt opeens de luide voetstappen wanneer jij wilt slapen. Ken je de omstandigheden, dan is er vaak meer begrip.’