Alaska is de Laatste Grens

De komst van de toeristen kan de inwoners van Alaska niet schelen. 'Zolang ze maar op de wegen blijven.' En zich houden aan de regels van 'combat fishing'....

Hoeveel mensen gaan er op de punt van een hengel? Heel wat, af te lezen aan de honderden sportvissers die in de avondzon samendrommen op de zompige oevers van Ship Creek, een riviertje dat Anchorage in kronkelt. Een vrachttrein uit de haven dendert over de brug, maar de vissers horen het niet eens. Zij zijn totaal gefixeerd op de dobbers en de lijnen van hun buren, die hooguit een halve meter verderop staan.

Combat fishing heet dit. Het is half elf 's avonds, maar de zon gaat hier nauwelijks onder en dus profiteert iedereen van het late licht om te proberen een zalmpje mee te pikken. De beste tijd is al voorbij, maar er zwemmen nog steeds duizenden vette zalmen Ship Creek op. Op weg naar een plaats om kuit te schieten, maar misschien ook op weg naar de gretige haak van een van de honderden sportvissers.

'Vanmorgen was het hier nog heerlijk stil', klaagt Ron, een jonge visser uit Anchorage. Nu moet hij de modderige oever aan de monding van de rivier delen met tientallen anderen. 'De toeristen kennen de regels vaak niet. Je moet heel goed naar elkaar kijken en als het even kan, gelijk uitwerpen', doceert hij.

'Af en toe zie je iemand voorbij drijven', zegt hij. Levend, dat wel. 'Soms kunnen de zalmen zo tegenwerken dat je uitglijdt en in het water terecht komt.' De vernedering is dan groot: wie wil voor het oog van honderden anderen verliezen van een stomme zalm?

De ongeschreven regel is dat iedereen haastig zijn dobber ophaalt, zodra een van de buren beet heeft. Soms zijn ze te langzaam en raken ze in elkaar. 'Wie heeft zitten slapen?', roept een sportvisser geïrriteerd, wanneer zijn lijn verward raakt in een onontwarbare knoop.

De vissers staan zo dicht op elkaar dat het soms gevaarlijk is. Het ziekenhuis van Anchorage heeft een hele muur met haakjes die bij onfortuinlijke sportvissers uit de huid gepeuterd moesten worden. 'Ach, het valt wel mee. Gewoon een beetje opletten', zegt Jim Mayer, die op de legerbasis in Anchorage werkt.

Wie beet heeft, moet de vangst meteen noteren op zijn visvergunning. Maximaal mag je vijf zalmen per seizoen aan de haak slaan, meer niet. Toch blijft het spannend: om de twintig minuten haalt wel iemand een zalm op, en meestal zijn het joekels. Vijftien tot twintig kilo. 'In de Russian River is dat niets, daar halen ze exemplaren van dertig tot veertig kilo op', zegt Mayer met een beetje spijt in zijn stem.

Beneden, aan de Russian River, staan ze mannetje aan mannetje. 'Blij dat ik er niets mee te maken heb', zegt Luke, de piloot van een sportvliegtuigje. Hij heeft ons meegevraagd en stapt in het toestel alsof het een fiets is. Even optrekken en we scheren vlak onder de wolken door, boven het schiereiland Kenai.

We vliegen langs de bergen, over de gletsjers en de ijskoude rivieren die een vreemde, melkachtige, lichte kleur hebben, vanwege het slik in het smeltwater. Tussen de bomen zien we elanden rennen en zwarte beren, geërgerd dat we hen gestoord hebben. Hier en daar ploeteren toeristen om hun enorme opblaasboten door de stroomversnellingen te sturen.

Vroeger was het hier helemaal onontgonnen, herinnert Luke zich. Maar de komst van de toeristen kan hem niet schelen. 'Zolang ze maar op de wegen blijven; er is maar een klein stukje van Alaska met de auto bereikbaar', zegt hij. Luke is doordrongen van de pioniersmentaliteit waarop de mensen hier zich nog steeds beroemen. Het liefst doet hij alles zelf: zijn huis aan de rand van Anchorage heeft hij met eigen handen gebouwd en voor vlees en vis gaat hij de natuur in, die hier altijd dichtbij is.

Alaska: The Last Frontier schreeuwen de nummerborden op de auto's, maar Luke houdt niet van auto's. Geef hem maar een vliegtuigje. Op zijn dertiende leerde hij vliegen, op zijn vijftiende kreeg hij zijn leerlingbrevet. 'De enige manier om weg te komen', verzucht hij, terwijl we over de eindeloze bossen scheren waar nooit iemand komt.

Eric Olson, de kapitein van de Coastal Explorer, stuurt zijn schip voorzichtig de trage golven in bij de monding van Resurrection Bay. Een paar honderd meter verderop heeft hij een bultrugwalvis gesignaleerd. Het gevaarte springt één keer uit het water, bij wijze van machtsvertoon, lijkt het. Maar als we dichterbij komen, laten de walvissen alleen hun gebochelde ruggen zien. Ze zwaaien hun staartvin elegant omhoog, maar duiken dan weg naar de diepte.

Jaarlijks toeren bijna een half miljoen mensen per cruiseschip langs de kusten van Alaska, maar het is verbazend stil bij de Kenai-fjorden. We komen maar twee andere schepen tegen op de zes uur durende tocht. De voornaamste attractie hier zijn de bergen met hun zware ijskap en de dierenwereld. Op de steile kust zitten papegaaiduikers en zwarte scholeksters, lang gesnavelde vogels die op hun lange poten zenuwachtig over de rotsen scharrelen.

Olson laat zijn schip stil liggen voor de Aialik-gletsjer. Onder de boeg van het schip kraakt het drijfijs vervaarlijk. Iedereen hoopt dat een brok zal afscheuren van de gletsjer, die in de zee uitmondt. Het gletsjerijs ziet eruit alsof er met kwistige hand waspoeder over uitgestrooid is: het ijs heeft een onnatuurlijk lichtblauwe kleur. Het geheim is dat het ijs door lagen sneeuw die voortdurend op de gletsjer neerdalen, zo is samengeperst dat het alleen lichtblauw weerkaatst. De rest van het kleurengamma wordt door het ijs opgeslokt.

De gletsjerwand blijft intact; er klinkt veel gerommel in de verte, maar er vallen alleen minieme stukjes af. Voor de kust van het Resurrection-schiereiland hebben we meer geluk: in het water duiken een paar orka's op. Hun rugvinnen glijden sierlijk door de golven. Olson kent ze wel. Het zijn bekende gasten hier voor de kust van Resurrection. Hij weet ook dat de een het jong van de andere orka is. 'Dat kun je horen. Ze hebben dezelfde stem. Orka's geven hun manier van zingen door aan hun kinderen.'

Nog maar een paar jaar geleden verdiende hij zijn geld in de visserij, maar dit is beter dan de kapitein van een trawler zijn, vindt hij. 'Ik voel me nu veel meer in evenwicht met de natuur. Het is heerlijk om mensen te laten zien wat er nog over is van het rijke leven voor onze kust.'

Joe Snyder wacht in de bakkerij in Palmer op het geluk dat verderop ligt, in het noorden. Een paar jaar geleden is hij met vrouw en kind uit Oregon naar Alaska getrokken, het laatste pioniersgebied. In Oregon woonde hij in een klein stadje, maar zelfs daar kwam de moderne beschaving hem te na op de huid.

'Je voelde het komen: kinderen die niet meer luisteren, misdaad, onverschilligheid', kijkt hij somber terug. In Alaska, wist hij, was het leven nog wel puur. 'Mijn kind gaat hier naar een christelijke school. Daar moeten we een hoop geld voor betalen. Maar als ze naar een openbare school zou moeten, zou ik haar nog liever thuis houden.'

Alaska is inderdaad rustig. De politie krijgt meer telefoontjes binnen over beren en elanden die in woonwijken zijn gesignaleerd dan over inbraken, laat staan roofovervallen. Maar volgens de statistieken is de noordelijke staat niet veiliger dan het slaperige Oregon.

Snyder bedient zijn klanten geduldig en als het even kan, maakt hij tijd voor een praatje. Het leven hier heeft zijn eigen tempo, veel rustiger dan in de lower 48, zoals de rest van Amerika wordt genoemd. 'Ik weet niet waarvoor ze daar leven', zegt hij.

Snyder koestert een oude droom. Zodra de bakkerij van zijn vrouw goed loopt, wil hij zijn geluk gaan beproeven in het noorden. 'Er ligt nog veel goud in de rivieren.' Volgend jaar of misschien het jaar daarna wil hij de wildernis in trekken om goud te zoeken. Drie maanden blijft hij dan weg. Voor 150 dollar dropt een vliegtuigje een kist met visgerei, jachtgeweren en wat je nog meer nodig hebt, in de bush. Aan het einde van de zomer komen ze je halen.

Denkt hij echt dat er nog wat te halen valt? Iedereen praat over goud, maar vrijwel niemand wordt er rijk van. 'Het gaat mij niet om het goud', zegt hij. 'Het gaat me om de ervaring. Ik wil alleen zijn, helemaal alleen, in de bush.'

Misschien wil ik mee, vraagt hij. 'Je weet wat je moet doen als je een beer tegenkomt en nog maar één kogel hebt?', vraagt hij. 'Je schiet je maat in zijn voet en zet het zelf op een lopen', zegt hij lachend. Vandaar dat hij mij mee wil.

Meer over